Dertien Europese banken spelen met vuur

De Europese banken lijken lemmingen te zijn geworden. Gezien het feit dat de eurozone bijna ten onder is gegaan, zou je denken dat iedere bank zijn beleggingen in staatsobligaties van Portugal, Italië, Ierland, Griekenland en Spanje het afgelopen jaar zou hebben teruggebracht. Maar uit gegevens, die zijn komen bovendrijven na de stresstest van de Europese Autoriteit voor het Bankwezen op 15 juli, blijkt dat sommige banken precies het omgekeerde hebben gedaan.

In vergelijking met de stresstest van vorig jaar hebben dertien banken hun beleggingen in staatsobligaties van minstens één van bovengenoemde vijf landen, tussen maart en december 2010 aanzienlijk uitgebreid. ‘Aanzienlijk’ wil hier zeggen: een sprong van minimaal 50 procent die het totaal van dit soort beleggingen boven de 1 miljard euro brengt.

Maar niet alle banken hebben hun portfolio om dezelfde redenen uitgebreid. Het aandeel van Spaanse staatsobligaties in LaCaixa is met 77 procent gestegen naar 34,3 miljard euro, niet zozeer omdat de Catalaanse bank grote hoeveelheden obligaties is gaan kopen. Maar omdat anders dan bij de exercitie van vorig jaar, de stresstest van 2011 banken ook gedwongen heeft leningen aan staatsprojecten en specifieke obligaties van centrale en lokale overheden mee te tellen als staatsobligaties.

Anderen waren proactiever. Deutsche Bank, Société Générale en Barclays hebben hun netto-beleggingen in Spaanse of Italiaanse staatsobligaties laten toenemen, hoewel ze die later weer omlaag hebben gebracht. Striktere regels in de stresstest van dit jaar met betrekking tot het soort beschermingsconstructies dat zij mochten gebruiken om hun nettoposities in te dekken waren daar gedeeltelijk debet aan. Maar sommige banken hebben blijkbaar gedacht dat Italiaanse en Spaanse schulden veiliger waren dan nu het geval lijkt.

Intussen heeft UniCredit, de grootste bank van Italië, haar posities in Italiaanse staatsobligaties met een korte looptijd in deze periode met ruim 10 miljard euro uitgebreid, omdat zij op rente uit was. Gezien de recente onrust op de Italiaanse kredietmarkten sinds begin juli, zou deze strategie wel eens contraproductief kunnen zijn geweest. Maar omdat het grootste deel van de nieuwe posities van UniCredit een looptijd had van nog geen drie maanden, was het risico van een onplezierige korting niet zo groot.

Problematischer zijn Banco Espirito Santo (BES) en Millennium BCP, de Portugese kredietverstrekkers. De netto-beleggingen van BCP in de staatsobligaties van Portugal is van 953 miljoen euro eind maart 2010 gestegen naar ruim 5,8 miljard eind 2010, terwijl het bezit van BES met 52 procent is gestegen naar 2,7 miljard. Deze stijging was noch technisch noch strategisch van aard. Beide banken hebben alleen steeds grotere hoeveelheden staatsobligaties nodig om bij de Europese Centrale Bank in onderpand te geven, in ruil voor contanten om de financiering door de markt te vervangen.

Al deze dertien banken dreigen op deze manier dieper in de staatsschuldenellende te raken waardoor ze worden gedwongen forse afwaarderingen te accepteren op hun oorspronkelijke posities. De jongste reddingsoperatie van de eurozone zou ze lucht kunnen verschaffen. Maar als dat niet zo is, zal de vergelijking met lemmingen des te toepasselijker lijken.

George Hay

Vertaling Menno Grootveld