De wind kent straks geen geheimen

Hoe sterk is de stroming? Waar zit de meeste wind? Waardevolle info voor zeilers.

Daarom zit de olympische zeilploeg nu al in Weymouth, op verkenning voor ‘Londen’.

Het eerste wat Lobke Berkhout ziet als ze ’s ochtends uit haar raam kijkt, is de baai waarin ze volgend jaar olympisch kampioen wil worden. Met een goeie verrekijker kan ze zelfs de concurrentie zien trainen. De vijfvoudig wereldkampioen en de rest van de olympische zeilploeg hadden het slechter kunnen treffen. „Het is heerlijk hier. Laatst was het strakblauw, de volle maan scheen over het water. Prachtig.”

Niet dat ze daarvoor naar Zuid-Engeland is gekomen. Maar het helpt wel in de aanloop naar ‘Londen’. Oogverblindend zijn de faciliteiten waarover de zeilers beschikken: een riant huis in een stille straat buiten Weymouth, hoog boven de baai van het schiereiland Portland, waar over een jaar de olympische regatta wordt gevaren. De chique tuin, met zwembad en uitzicht op zee, is bezaaid met zeilspullen, surfplanken, mountainbikes en opdrogende zeilkleren.

„Sommige mensen noemen dit luxueus, wij denken dat dit essentieel is voor succes”, zegt Aaron McIntosh, coach van windsurfer Dorian van Rijsselberge, een van de vaste bewoners van de Nederlandse ‘ambassade’. Want hoe mooi de locatie ook is, vakantie vieren is er niet bij voor de ruim twintig zeilers, coaches en begeleiders die hier sinds 2009 een groot deel van de zomer wonen. De garage is omgebouwd tot een professioneel krachthonk. Over de zitbank in de woonkamer is een groot wit zeil gedrapeerd. De eettafel is bedolven onder een waaier aan ontvouwde zeekaarten. „De war room”, zegt Van Rijsselberge grijnzend.

Hier wordt dagelijks geanalyseerd wat het weer, de wolken, de wind en het water van Weymouth doen – en hoe de zeilers er hun voordeel mee kunnen doen. Niets wordt aan het toeval overgelaten nu het Watersportverbond weer eens beschikt over serieuze medaillekandidaten op de Spelen, met Lobke Berkhout en Lisa Westerhof (in de 470 klasse), Van Rijsselberge, Marit Bouwmeester (Laser Radial) en de matchrace vrouwen.

Dat de wind bij Weymouth overwegend uit het zuidwesten komt, is geen geheim. Ingewikkelder wordt het om precies te bepalen waar de meeste wind zit. De verschillen blijken enorm, zelfs per tien of twintig meter. „We hebben verschillende verkenningstochten in de heuvels gemaakt”, vertelt Berkhout, die drie jaar geleden met Marcelien de Koning olympisch zilver behaalde in het Chinese Qingdao, na haar ochtendtraining van drie uur. „Er gebeurt heel veel hier, niet te vergelijken met andere plekken waar ik heb gezeild.”

Door de geografische ligging van Weymouth zit de meeste wind niet op open zee, maar tegen de kust; kennis die een olympiër niet vroeg genoeg kan inwinnen. Berkhouts coach Jacco Koops, de strateeg achter de 470-successen, riep de hulp in van de Engelse topzeiler Hugh Styles. Die wijdde de Nederlanders vanaf de heuveltoppen in de geheimen in van Het Kanaal bij Weymouth. Elke inham, elke landtong, elke krijtrots is van invloed op de wind, zagen ze. „Kijk”, zegt Koops op de winderige heuvel boven Portland. Hij wijst naar beneden. „Waar het water donker is zit een windbaan. De wind komt precies tussen die heuvels erachter, als door een tunnel. Als zeiler is het cruciaal om dat een keer van boven te zien.”

Er zijn meer experts: weerbureau Meteoconsult werkt voor de zeilers aan lokale weersverwachtingen die tot op een paar honderd meter nauwkeurig zijn. Het Rotterdamse ingenieursbureau Svasek Hydraulics brengt alle zeestromingen onder de kust van Weymouth in kaart, net als drie jaar geleden in de Gele Zee bij Qingdao.

Koops houdt de meetresultaten angstvallig binnen de war room, zoals ook de ontwikkeling van het snelste zeil of de nieuwste mast geheim blijven. „Dat ligt gevoelig”, erkent hij. Elk voordeeltje, elk stukje kennis wordt ten volle benut, want de verschillen tussen een medaille en geen medaille, tussen goud en zilver zijn minimaal. En de concurrentie zit niet stil. Koops: „Deze week zag ik zes boten metingen verrichten, waaronder de Chinese zeilers. Als je het niet doet heb je een achterstand.” Alle gegevens worden gebundeld, waardoor de Nederlandse zeekaart van Weymouth steeds gedetailleerder wordt. „Er is één plek waar de wind keer op keer van rechts komt”, zegt Koops. „Als zeiler kun je daarnaar handelen.”

Het heeft dus zin voor zeilers, een lange aanloop naar de Spelen. Het verklaart waarom iedereen zo veel mogelijk in Weymouth wil zeilen. Maar zeilers als Van Rijsselberge, Bouwmeester en Berkhout moeten ook durven afgaan op intuïtie. Koops: „Lobke is daar heel sterk in. Zij koos in Qingdao twee keer in een moeilijke race voor haar intuïtie en won.”

De komende week, tijdens het preolympische test event, wordt duidelijk hoeveel huiswerk de zeilers nog moeten doen. In het huis verlopen de voorbereidingen in alle rust. Matchracer Annemieke Bes, winnares van zilver in Qingdao, maakt een licht ontbijt in de keuken. Berkhout hangt haar natte spullen uit, Van Rijsselberge zijn mountainbike. „Het is genieten hier”, zegt hij. „We zitten voor een duppie op de eerste rij.” Vanmiddag komt een eigen kok uit Portland om het eten te maken, zoals elke avond. „Natuurlijk kunnen we ook zelf koken”, zegt Berkhout. „Maar dat kost meer tijd, ook als je boodschappen moet doen. Dit is ideaal.”

Zo ideaal zelfs dat veel zeilers niet meer weg willen, ook niet volgend jaar tijdens de Spelen. Berkhout moet er niet aan denken, de kleine appartementen van het olympisch dorp dat even verderop in aanbouw is. „Ik wil mijn concurrenten niet elke ochtend ‘goeiemorgen’ hoeven zeggen bij het ontbijt.” De eigenaar van het huis vindt het best, die zeilende Hollanders over de vloer. Maar of ze toestemming krijgen van NOC*NSF is de vraag. Die zal vragen stellen over de veiligheid van sporters die buiten het olympisch dorp verblijven.

Koops zal zich er in elk geval hard voor maken. „Ik vind het ook vreemd als je opeens iets anders gaat doen terwijl je hier alles perfect voor elkaar hebt. Je wilt een goed milieu om je heen creëren tijdens de Spelen. Dat hebben we hier nu. Daar willen we het liefst niet meer van afwijken.”