De onverminderd schrille toon van Wilders

Enkele citaten. „Tienduizenden Nederlanders verlaten onze steden, tienduizenden Nederlanders verlaten ons land. [...] De massa-immigratie bereikt jaar op jaar een triest record en zal de komende jaren alleen nog maar verder exploderen. [...] Onze trots waar Nederlanders met overtuiging decennialang een gedeelte van hun salaris aan hebben overgemaakt, de verzorgingsstaat, is verworden tot een magneet voor gelukszoekers uit islamitische landen [...] een afhaalloket voor onevenredig veel lanterfantende moslimimmigranten. [...] Wat doen ze hier eigenlijk? Wie heeft ze binnengelaten? [...] Wij zijn patriotten. Onze strijd is niet eenvoudig.”

Het zijn citaten uit de inleiding op het verkiezingsprogramma van de PVV, vorig jaar gepubliceerd. Auteur: Geert Wilders.

Uit diverse toespraken van de PVV-leider valt meer opruiende taal te distilleren. „Multiculturalisten zullen proberen de natiestaat te vernietigen.” „We zijn bereid te vechten voor onze vrijheid.” „Tijd voor de grote schoonmaak van onze straten.” „Je kunt intolerantie alleen met intolerantie beantwoorden.” Enzovoorts, enzovoorts.

Geert Wilders heeft in heldere bewoordingen de massamoord in Noorwegen door de extreem-rechtse terrorist Anders Behring Breivik veroordeeld. „Het vervult me met walging dat de dader naar de PVV en mij verwijst in zijn manifest.” Het is goed dat de PVV-leider zich zo heeft uitgelaten, maar bijzonder kan dat niet worden genoemd. Het zou een stuk opvallender zijn geweest als hij de moordaanslagen had goedgekeurd.

Tot nieuw inzicht lijkt het drama in Noorwegen niet bij Wilders te hebben geleid, voor zover dat valt op te maken uit de schaarse woorden die hij zich via eenrichtingscommunicatie, voornamelijk op Twitter, veroorlooft. Dat hij met zijn toespraken en artikelen mogelijk heeft bijgedragen aan het scheppen van omstandigheden en van vijandbeelden waardoor extremisten niet het woord verkiezen, zoals Wilders zelf doet, maar de misdaad, wil er bij hem niet in. Al is hij ook zelf, levend onder permanente bewaking, slachtoffer van die maatschappelijke polarisatie.

Daarentegen heeft Wilders anderen, zoals zijn collega van de PvdA, Job Cohen, ervan beschuldigd een „politiek slaatje te slaan uit massamoord. Ranzig.” Uit aanslagen dus, die primair gericht waren op de geestverwanten van de PvdA in Noorwegen, de Arbeiderspartij. Wat voor vreselijks had Cohen toch aangericht? De PvdA-leider had, na herhaaldelijk de vanzelfsprekende onschuld van Wilders aan de aanslagen te hebben benadrukt, gezegd dat het heel verstandig is om je woorden te matigen. „Dat geldt voor alle politici.” Helaas is dat bij Wilders aan dovemansoren gezegd, zo heeft hij al laten blijken. Zijn toon zal niet veranderen, die zal onverminderd schril klinken.