Berichten vanachter de tralies

Er zitten zoveel journalisten in de gevangenis in Turkije dat ze nu hun eigen krant hebben gepubliceerd.

Sommigen kijken urenlang naar de lucht boven de gevangenis. Vanuit het raam van hun cel is die lucht vaak „niet groter dan een volwassen hand’’. Sommigen hebben een tuintje in hun grijze cel : peterselie gekocht in de kantine van de gevangenis. En sommigen dromen over hun kranten die als vliegers boven hun gevangenis zweven.

Zo zijn de stemmen uit de Tutuklu Gazete, de ‘gearresteerde krant’, een krant geschreven door de tientallen journalisten die momenteel vastzitten in de Turkse gevangenissen. De verhalen werden met de hand geschreven, op kladblokvellen. Die vellen gaven ze, na controle door de gevangenisautoriteiten door aan collega’s die nog in vrijheid leven en de reportages intikten en afdrukten.

De krant is een pamflet tegen de onderdrukking van de persvrijheid in Turkije. Met bijna zeventig reporters achter de tralies zitten in Turkije meer journalisten in de gevangenis dan in China. De journalisten hebben heel verschillende achtergronden. Koerden, links-radicalen, nationalisten of gewoon broodschrijvers. Bijna allemaal worden ze beschuldigd van „terroristische activiteiten”. Maar velen zitten vast zonder officiële aanklacht en zonder uitzicht op een spoedige rechtszaak.

Een van de schrijvers is Nedim Sener, onderzoeksjournalist bij de krant Milliyet die in maart werd opgepakt. Hij zou steun hebben verleend aan het ondergrondse netwerk Ergenekon. Volgens aanklagers is dat een organisatie die de regering van premier Erdogan wilde omverwerpen. De ironie is dat Sener voor zijn arrestatie veel onderzoek deed naar Ergenekon. „Laatst kwam ik een ex-rector tegen die verdacht wordt van lidmaatschap van Ergenekon en over wie ik had geschreven. Hij zei: jij ook hier?”, schrijft Sener in zijn bijdrage aan de krant. „Ik kan niet leven als ik mijn werkelijkheid niet deel met het publiek. Dat gevoel is zo sterk als liefde. Voor dat gevoel ben ik bereid om gearresteerd te worden en zelfs te sterven.”

De regering van premier Erdogan houdt vol dat journalisten als Nedim Sener niet vastzitten voor hun kritiek op de regering of hun journalistieke activiteiten, maar wegens hun steun aan „terroristische bewegingen”. De regering kwam in 2002 aan de macht en werd jarenlang geprezen voor haar democratische hervormingen die het land moesten klaarstomen voor toetreding tot de Europese Unie. Maar de EU maakt zich steeds meer zorgen over het grote aantal journalisten dat inmiddels achter de tralies zit. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton sprak vorige week op een bezoek aan Turkije over „onderdrukking”.

„Degenen die dit land regeren weigeren toe te geven dat onze collega’s in de gevangenis zitten wegens hun werk”, zegt de hoofdredacteur van de krant, Ercan Ipekci, tevens voorzitter van de Turkse vakbond voor journalisten. Hij heeft vanochtend de eerste exemplaren van de krant meegenomen naar de rechtbank in Istanbul waar opnieuw een collega wordt voorgeleid op beschuldiging van terroristische activiteiten.

„Als deze journalisten schrijven over terroristische netwerken dan is het nogal logisch dat ze op hun computers documenten hebben van die organisaties. Onze vrienden zitten in de gevangenis wegens hun journalistieke activiteiten en worden daarvoor gestraft. Deze krant bewijst dat ze zelfs journalistiek kunnen bedrijven in de gevangenis.”

Hij hoopt dat een tweede uitgave van de krant niet nodig is. „Wij willen dat het parlement de wet zo aanpast dat journalisten niet meer opgepakt kunnen worden. Maar de kans daarop is klein.”

Hij draagt de map vol brieven uit de gevangenis bij zich. Journalist Baris Pehlivan houdt een interview met zichzelf: „waarom ben ik hier?” „Ik zie de andere helft van mijn ziel, mijn vrouw, 45 minuten per week, achter glas. Zelfs onze woorden van liefde worden opgenomen en uitgeschreven. Een keer per maand mag ik haar warme handen vasthouden. En ik vraag mezelf af: waarom ben ik hier?”

Tussen de brieven zitten foto’s van de schrijvers, maar ook van andere gevangenen. Een van de journalisten, Hamdiye Ciftci, beschrijft haar ontmoetingen met de kinderen van gevangenen. „Arges is vier jaar oud. Hij zit al twee jaar in de gevangenis samen met zijn moeder. Hij lijdt aan vroege ouderdom. Zijn wenkbrauwen en zijn zwarte haar zijn wit geworden. Hij loopt aan mijn hand door de gevangenis en vraagt voortdurend: ‘wat is dit?’ Hij heeft een vlieger, die tussen deze muren niet kan vliegen.”