Anders Breivik leefde in Orwell country

Het boek 1984 van George Orwell is geliefd onder terroristen.

Anders Breivik grasduinde in Orwells 1984 zonder het boek echt te lezen.

Terroristen met een overtuiging laten hun daden vaak vergezeld gaan van een manifest. En als ze dat manifest serieus nemen, zit er soms een flinke literatuurlijst achter. De moordenaar van John Lennon beriep zich op J.D. Salinger. Dierenactivisten noemen Peter Singer. De RAF moordde met Marx in de hand. Er is een bibliotheek te maken van titels die extremisten hebben geïnspireerd – en een van de opmerkelijkste usual suspects op die lijst is 1984 van George Orwell. Niet alleen Anders Breivik, maar ook Jared Loughner, die een aanslag pleegde op het Amerikaanse Congreslid Gabrielle Giffords, had Orwell gelezen. En de zogenaamde Unabomber (Ted Kaczynski), die zijn bommen per post verstuurde, riep ‘Is dit soms 1984?’ toen zijn veroordeling in zicht kwam. Waarom juist 1984? Wat is de aantrekkingskracht van deze anti-Stalinistische roman voor terroristen?

Anders Breivik geeft duidelijke aanknopingspunten, door meer dan eens Orwell-citaten als motto te gebruiken om zo de actualiteit te koppelen aan 1984. Enkele voorbeelden: ‘Wie het heden beheerst, heeft de controle over het verleden’, citeert Breivik Orwell om daar vervolgens de gedachte aan te koppelen: dat overheid, wetenschap en media bezig zijn om vanuit een anti-Europese gedachte het ideaal van een ‘Eurabië’ te propageren, een Orwelliaanse Staat.

De overheid vervalst de geschiedenis – het gebeurt in 1984 en Breivik ziet het nu precies zo in Europa. Hier wordt de geschiedenis herschreven om de anti-westerse houding van de islam te verdoezelen. Ook Orwells uitspraak dat je nationalisme niet moet verwarren met patriottisme haalt Breivik aan, om daar vervolgens aan te koppelen dat de natiestaat failliet is nu er een Eurabië is ontstaan. Hier trekt hij de vergelijking met de Sovjet-Unie, ook een superstaat die de individualiteit van meerdere landen vernietigde.

De rol van de media, en dus van woorden, is voor Breivik eveneens van belang. Hij citeert Orwell wanneer hij stelt dat ‘onpopulaire ideeën verborgen gehouden kunnen worden zonder dat er een officieel verbod noodzakelijk is’. De westerse media worden dus beheerst door iets groters. ‘Als een cartoon terroristisch is en een bom een manier om je uit te drukken, ben je in Orwell country’, aldus Brevik die zo zijn ideeën over de media kracht wil bijzetten.

1984 wordt veel gebruikt en in bijna alle gevallen om Orwells uitspraak ‘oorlog is vrijheid’. Breivik haalt dit bekende citaat uiteraard ook aan; het doet hem denken aan kreten als ‘de oorlog tegen drugs, terrorisme, haat, armoede. Multiculturalisme is een programma dat is bedoeld om de onderdanen van een politiestaat zonder grenzen onder controle te houden. Met de war on drugs en de war on terrorism is Orwells schrikbeeld van een eindeloze oorlog bereikt.’

Ondertussen wordt wel duidelijk dat Breivik 1984 niet echt heeft gelezen, maar alleen heeft gegrasduind in citatenboeken. Het verhaal van de liefdesgeschiedenis dat eveneens in 1984 zit (het hoofdpersonage Winston is verliefd op Julia – een naam die Orwell bewust koos om aan te geven dat 1984 ook te lezen is als een Romeo en Julia van de 20ste eeuw), zal hem geheel zijn ontgaan. Bovendien, als je een parallel tussen 1984 en Anders Breivik wilt trekken, dan is het eerder de figuur Goldstein dan het hoofdpersonage Winston waar Breivik op lijkt. Het gaat Breivik er namelijk niet eens om dat hij de vrijheid wil hebben om 2+2=4 te kunnen zeggen wanneer het officiële antwoord ‘5’ moet zijn; het gaat hem om zijn boek, zijn manifest. Net als de figuur Goldstein, die in 1984 een poging heeft gedaan het alomvattende boek te schrijven, het ‘vreselijke boek’, ‘een compendium van ketterijen’. Een titelloos boek zodat mensen alleen kunnen spreken van het boek.

Is het een auteur kwalijk te nemen wanneer hun slechtste maar grondigste lezers zich over hun woorden ontfermen. Waar eindigt het gevaar van slecht lezen en begint het zaaien van haat of onrust? In de meeste bovengenoemde gevallen valt een auteur niet zoveel aan te rekenen. Dat terroristen op een dubieuze manier het woord bij de daad voegen, is iets wat al eeuwen gebeurt. Terroristen slaan de hand aan de ander, romantische zielen slaan de hand aan zichzelf. Een beroemd voorbeeld is natuurlijk het grote aantal lezers van Het lijden van de jonge Werther van Goethe die de conclusie trokken dat ze ook zelfmoord moesten plegen. Goethe nam daadwerkelijk afstand van zijn boek om erger te voorkomen. Hij stelde vast dat lezers blijkbaar dachten dat het boek alleen voor hen was geschreven.

En zodra je dat denkt, kan het fout gaan. Als een boek goed is, heb je het gevoel dat het alleen voor jou is geschreven. Wie over een normaal relativeringsvermogen beschikt, slaagt erin dat idee weer van zich af te schudden wanneer je het boek dichtslaat. Bij sommige boeken is dat makkelijker dan bij andere – en 1984 is een voorbeeld van een boek waarbij dat blijkbaar niet meevalt. Het boek is voor een deel namelijk bedoeld als manifest, maar dan voor een vrij specifieke politieke situatie waarop het een pastiche is: de naoorlogse communistische Sovjet-Unie. Als roman is het boek zo geslaagd dat het niet alleen nog steeds wordt gelezen, maar dat het blijkbaar oproept tot zo’n sterke identificatie dat ook eigentijdse lezers sporen van De Staat, Big Brother en Newspeak menen te herkennen. We zullen 1984 dus nog wel vaker gaan tegenkomen in bibliografieën van politiek terroristen.