Amsterdam, hoofdstad van de prent in de 17de eeuw

Gedrukt tot Amsterdam; Amsterdamse prentmakers en -uitgevers in de Gouden Eeuw. T/m 18 sept in het Rembrandthuis Amsterdam. Cat. (uitg. Waanders): 216 blz., € 34,50. Inl: rembrandthuis.nl.****

Sinds de Weense kunstkenner Adam von Bartsch er begin negentiende eeuw een reeks boeken over schreef, is de ‘peintre-graveur’ een begrip: prenten die zijn ontworpen én uitgevoerd door een en dezelfde kunstenaar. Deze manier van werken was in Renaissance en Barok minder gebruikelijk. Veel vaker werden ontwerpen in prent gebracht door gespecialiseerde graveurs.

In de Gouden Eeuw was Rembrandt een van de grootste schilder-graveurs. Zijn persoonlijke bemoeienis blijkt bijvoorbeeld uit de vele staten of varianten die van zijn prenten bekend zijn. Soms maakte hij een proefdrukje, dan weer veranderde hij motieven of compositie, en drukte hij de koperplaat nog eens af.

Met alleen zijn signatuur – en geen opschrift van een beroepsuitgever – stuurde Rembrandt zijn etsen de wereld is. Daarmee schaarde hij zich in het leger van prentenmakers, prentenverkopers en prentenuitgevers dat Amsterdam in de zeventiende eeuw tot het belangrijkste centrum van prentproductie maakte.

Aan het bloeiende prentenbedrijf in de stad wijdt Het Rembrandthuis nu een expositie en een boek. Vooral uit de mooie publicatie blijkt dat de werkwijze van Rembrandt als uitgever ongewoon was. Door verschillende versies van zijn prenten, soms met maar kleine wijzigingen, op de markt te brengen, introduceerde hij een nieuwe en commercieel interessante manier van uitgeven: liefhebbers begonnen de verschillende staten te verzamelen om zo een complete verzameling van Rembrandts gedrukte oeuvre te bezitten.

Rembrandts eenmanszaak wordt op de tentoonstelling afgezet tegen professionele uitgeverijen zoals die van Cornelis Danckerts en zonen, een van de vele prentbedrijven die zich op en rond de Dam hadden gevestigd. Verschillende aspecten van Danckerts’ veelzijdige productie worden getoond, van reproducties naar schilderijen tot didactische ‘historieprenten’ met lappen tekst.

Uitgevers werkten meestal samen met kunstenaars en ambachtslieden die zich geheel toelegden op het maken van reproducties naar werk van anderen. Zo’n gespecialiseerde plaatsnijder was Salomon Savery, de neef van schilder Roelandt Savery. Zijn grote productie loopt uiteen van gravures tot drukbevolkte composities en kaarten. Samen met de Amsterdamse schilder Pieter Quast maakte hij een reeks etsen van losse, elegante figuren van ruiters, juffers en soldaten. En onder zijn vele boekillustraties is een titelblad met een uiterst verfijnd gestoken bloemenkrans rondom de titel van het Livre de fleurs van François Lefebure (1639).

De immense populariteit van Rembrandts etsen blijkt ook uit enkele bladen die Savery maakte naar diens composities. Zo reproduceerde hij Rembrandts beroemde ets met het portret van dominee Claes Cornelisz Anslo. Vergelijking met het origineel wijst uit dat Savery de kwaliteit van de ‘peintre-graveur’ zelf bij lange na niet haalde.