Zelfs bikini's zijn made in China

De Braziliaanse bikini is wereldberoemd en was altijd een goed exportproduct.

Maar de export staat onder druk: Chinezen kopiëren de Braziliaanse modellen.

In de jaren zestig liep Maria Elena Victer voorop wat badmode betreft. In Arraial do Cabo, destijds een vissersdorpje, op 150 kilometer van Rio de Janeiro, zorgde zij met haar zelfgemaakte bikini voor opschudding. Zo’n gewaagd kledingstuk, dat was in die tijd alleen weggelegd voor chique mevrouwen in de grote stad, in Rio de Janeiro.

Drie decennia later begonnen Maria Elena en haar dochter Ieura een textielbedrijf, gespecialiseerd in bikini’s. Met succes. De Braziliaanse bikini, met merken als Poko Pano, Mameluca, Rosa Chá, Salinas en Cia Marítima, is een van de vaandeldragers van de nationale textielindustrie, in binnen- en buitenland.

„De Braziliaanse bikini is wereldberoemd en was altijd een goed exportproduct”, zegt Ieura Victer. Samen met haar moeder is zij eigenaar van Enseada da Praia, een bedrijf dat bikini’s maakt, maar ook eigen winkels heeft. In tal van badplaatsen langs de kust van Rio de Janeiro hebben zij winkels. Nog steeds exporteert Victer ook naar het buitenland, de Verenigde Staten en enkele landen in Europa. Alleen is het minder aantrekkelijk dan voorheen. Vooral een paar jaar geleden was het lucratief. De vraag was groot en concurrenten waren landgenoten. Totdat de Chinezen hun intrede deden op de bikinimarkt.

„Ze begonnen met het kopiëren van onze modellen. De kwaliteit is minder, maar hun prijzen liggen veel lager. Grote ketens in Europa gingen Chinese bikini’s verkopen. Onze export is daardoor voor een belangrijk deel ingestort”, zegt Victer.

Victers ervaring is illustratief voor de branche, bevestigt Fernando Pimentel, directeur van ABIT, de Braziliaanse Vereniging voor de Textielindustrie in São Paulo. „De concurrentie van Chinese ondernemingen wordt hier gevoeld. Het begon eigenlijk al in 2004, maar is sinds 2006 geïntensiveerd”, zegt Pimentel.

Brazilië is de vijfde textielfabrikant van de wereld, met zo’n 30.000 bedrijven actief in de sector en een jaarlijkse omzet van 60 miljard dollar. Van het telen van katoen, tot het maken van kleding en andere producten worden hier gedaan.

Ondanks de aanwezigheid van een omvangrijke nationale industrie groeide de import van textiel vorig jaar van 3,47 miljard dollar naar 4,97 miljard dollar. Ruim de helft van die import komt daarbij uit China, vertelt Pimentel. Hij zegt: „Wij willen meer exporteren, maar tegen de Chinese munt, waarvan de waarde kunstmatig laag wordt gehouden, kunnen wij niet op.”

De real is bovendien de afgelopen jaren enorm duur geworden ten opzichte van de dollar, door de voortdurende instroom van dollars in Brazilië als gevolg van toegenomen investeringen. Daardoor is importeren voor Brazilianen aantrekkelijker. Maar het heeft een keerzijde. „Het schaadt onze industrie”, zegt Pimentel.

De directeur van ABIT wil niet alleen de Aziatische concurrentie en de dure real de schuld geven. Het heeft ook te maken met de hoge belastingen, rentes en de gebrekkige infrastructuur van Brazilië zelf te maken. „De Braziliaanse ondernemer moet in eigen land een hoop hordes nemen voordat hij succesrijk kan zijn.”

Niettemin is ABIT wel voorstander van eventuele maatregelen tegen Chinese bedrijven. Omdat ze zich schuldig zouden maken aan verkopen van hun producten onder de kostprijs op de Braziliaanse markt. „Hier moeten barrières tegen worden opgeworpen”, vindt Pimentel die zich verder op de vlakte houdt over de importdrempels die hij voor ogen heeft.

De omzetgroei van meer dan 10 procent in 2010 van de landelijke textielindustrie danken Braziliaanse ondernemers vooral aan de binnenlandse markt. Die blijft maar groeien en de detailhandel blijft maar meer kleiding afzetten. „De koopkracht is toegenomen, de middenklasse groeit. Dat betekent dat er meer geld van de gezinsbudgetten aan kleding wordt besteed. De branche profiteert.”

Bikiniproducent en verkoper Ieura Victer heeft het exporteren nog niet opgegeven, maar geeft toe dat de Braziliaanse markt vooralsnog het meest te bieden heeft. „Wij hebben zelfs een winkel in Rio, waar het toch dringen is als je praat over badkledingzaken. Je merkt dat de vraag blijft groeien, dat mensen meer geld hebben. ”