Wie zijn er arm?

In 2009 was 6,2 procent van de Nederlanders arm volgens de niet-veel-maar-toereikend-definitie van het SCP. Dat zijn bijna 1 miljoen mensen (971.000). Zij hadden minder dan 980 euro per maand te besteden. Binnen die groep zijn vooral de mensen met een uitkering oververtegenwoordigd en niet-westerse allochtonen.

Neem je leeftijd als uitgangspunt, dan klopt de bewering over welgestelde ouderen van Paul Schnabel, directeur van het SCP. Het aantal arme jongeren neemt de laatste jaren langzaam toe, terwijl ouderen (65-plussers) steeds minder vaak arm zijn – sterker nog: het is de groep waar de minste armoede voorkomt.

Van de alleenstaande ouderen was 6,3 procent in 2000 arm, dat aantal daalde naar 3,9 procent in 2009. Van de jongeren (0-17 jaar) leefde in 2008 8 procent onder de armoedegrens. In 2009 was dat aantal opgelopen naar ruim 9 procent (volgens het niet-veel-maar-toereikend-criterium).

Hoe ouder je in Nederland wordt, hoe minder kans op armoede. Maar net zo goed zou je kunnen zeggen: hoe meer kinderen hoe groter de kans op armoede. Kinderen zijn een grote kostenpost.