Warm onthaald en toen keihard weggepest

Joost Terol zocht ooit het voetbalavontuur in Cyprus.

Hij genoot. Totdat hij geen salaris meer kreeg en daar actie tegen ondernam.

27-07-2011: Voetbal: Training ADO Den Haag: Cyprus Lex Immers Europa League 2011 / 2012 © Orange Pictures / Laurens Lindhout

Het begon zo mooi voor Joost Terol. De doelman, tegenwoordig spelend voor De Graafschap, tekende drie jaar geleden een contract bij AEP Paphos, uitkomend in de A Division op Cyprus.

„Zij wilden me zó graag hebben”, herinnert Terol. „Ik had vooraf mijn twijfels. Ik wilde weten wat het beleid van de clubs was, of de trainingsfaciliteiten goed waren en het contract waterdicht was. Toen alles in orde was, dacht ik: waarom zou ik het niet doen?”

Terol was niet de enige Nederlander op Cyprus. Het afgelopen decennium ontdekten tientallen spelers het eiland in de Middellandse Zee, waar Apoel Nicosia, Anorthosis Famagusta en Omonia Nicosia, tegenstander van ADO Den Haag vanavond, tot de topclubs gerekend worden. De laatste jaren is ook AEK Larnaca in trek, de club van de Nederlandse coach Ton Caanen, die wordt bijgestaan door technisch directeur Jordi Cruijff. In de selectie zitten Kevin Hofland, Tim de Cler, Gregoor van Dijk en Edwin Linssen.

Terol (31) genoot van zijn eerste maanden op Cyprus. De Cypriotische competitie deed hem denken aan zijn tijd bij FC Veria, uitkomend in de hoogste afdeling van Griekenland. De supporters waren net zo fanatiek en het werk was bepaald geen straf.

Maar na vier competitieduels ging het mis. Terol kreeg geen salaris meer uitbetaald. Hij zag het al aankomen, omdat de voorzitter van de club, een handelaar in vastgoed, nauwelijks meer werd gesignaleerd – de huizenbusiness was ingestort. „Maar ik wist dat mijn contract waterdicht was”, blikt Terol terug. „Toen ik na een paar maanden nog geen salaris had ontvangen, hebben mijn zaakwaarnemer en ik de FIFA ingeschakeld.”

Dat heeft de doelman geweten. Op 1 januari 2009 viel er een aangetekende brief op de deurmat bij AEP Paphos, een dag later werd Terol in zijn appartement belaagd door iemand met pepperspray toen hij een vuilniszak buiten zette. „Verschrikkelijk spul. Ik rende naar binnen, kon niet meer ademen en wist zeker dat diegene door de club was gestuurd.”

Terol doorzag het hele spel. Als de club hem het leven zuur zou maken, en hij vrijwillig zou vertrekken, dan was AEP Paphos hem geen salaris meer verschuldigd. Terol weigerde dat. Met alle gevolgen van dien. „Ik moest de weken daarna tussen zes en zeven uur ’s ochtends individueel rondjes lopen, maar op een gegeven moment was er niemand om het te controleren.”

Terol verruilde AEP Paphos korte tijd later voor AGOVV in Apeldoorn, maar met de zekerheid dat hij zijn volledige salaris uitgekeerd zou krijgen. „Uiteindelijk duurde het twee jaar voordat ik mijn geld kreeg”, zegt Terol.

Cyprus, een eiland van nog geen achthonderdduizend inwoners, telt drie profcompetities. Het belastingklimaat is erg aantrekkelijk, want bruto staat min of meer gelijk aan netto. „Spelers bellen me weleens op om te vragen hoe het is om te voetballen op Cyprus”, zegt John van Loen, in 1998 de eerste Nederlandse speler op Cyprus. „Ik heb alleen maar positieve ervaringen gehad. Ik woonde in een prachtig penthouse van de club. ’s Ochtends ging ik trainen, ’s middags lag ik bij het zwembad en ’s avonds kun je er ook heerlijk eten. Je moet alleen zorgen dat je contract goed in elkaar zit.” Van Loen herinnert zich zijn eerste wedstrijd op Cyprus nog goed. Apoel Nicosia, zijn club, speelde tegen aartsrivaal Omonia Nicosia. „Dat was moord en doodslag”, zegt hij lachend. „De politie werd bekogeld, er was overal vuurwerk en wij moesten met schilden worden beschermd. Ik had dat nog nooit meegemaakt.”

„Cyprioten zijn heel emotionele mensen”, weet Jordi Cruijff, technisch directeur van AEK Larnaca. „Ik kan hier makkelijk aarden, maar dat komt doordat ik hiervoor in Spanje heb gewoond. Alles is hier heel relaxed.” AEK Larnaca heeft een duidelijk Nederlandse signatuur. De club, spelend in de derde voorronde van de Europa League, hoopt mee te kunnen doen om de landstitel, al wordt dat pittig, volgens Cruijff. „Het kampioenschap wordt moeilijk, maar we hebben in elk geval een sterk team. Ik bepaal in samenspraak met de trainer [Ton Caanen] wie we aantrekken. Dat we een Nederlandse trainer hebben, is geen toeval. Technisch en tactisch zijn ze gewoon verder. Als ze dan ook nog jonge spelers beter kunnen maken, dan is dat helemaal ideaal.”