Want het bier is er goedkoop

Melt, Sziget, Exit – buitenlandse festivals winnen aan populariteit.

Nederlanders zien het als een mini-vakantie. En de kaartjes voor Lowlands waren dit jaar snel uitverkocht.

Aerial view of the Roskilde Festival in Roskilde, Friday, July 4, 2008. The festival, which started in 1971, is held south of Roskilde in Denmark and is one of the three biggest annual rock music festivals in Europe . About 190 bands will be playing during the festival, which began Thursday and ends Sunday. (AP Photo/Polfoto, Carsten Snejbjerg, Rockphoto) ** DENMARK OUT ** ASSOCIATED PRESS

„Goedemorgen Pietertje! Waar ben je dan? Pietertje, wakker worden, je moeder staat voor de deur” , roept een grote blonde jongen over het festivalterrein. Zijn vriend, rode ogen, ontbloot bovenlichaam en een blikje bier, ligt in een deuk. Het is half zeven ’s ochtends. Ze zwalken naar hun met vlaggen versierde koepeltent. „Pietertje ligt bij een Duitse in de tent”, kreunt een jongen buiten op een luchtbed.

Pietertjes vrienden komen terug van de tweede nacht Melt, het meerdaags indie/electrofestival dat jaarlijks wordt gehouden ten zuidoosten van Berlijn. Tech-house liefhebbers uit Duitsland, Engeland en vooral Nederland komen dan naar de oude DDR-bruinkolenmijn Ferropolis, dat op de Werelderfgoedlijst van UNESCO staat. „Die Holländer” zijn de grootste groep buitenlandse bezoekers op het terrein. „Een zesde deel van de 20.000 bezoekers, ongeveer 3.000 man, komt uit Nederland”, vertelt organisator Dominik Herrmann.

Nederlandse festivalgangers komen niet alleen naar Berlijn. Ook Exit in Servië, Balaton Sound in Hongarije en Sziget, het muziekfestival dat eind augustus voor de achttiende keer plaatsvindt in Boedapest, trekken steeds meer Nederlandse bezoekers.

Hoe komt dat? De organisatie van het Hongaarse festival Sziget denkt dat het weer meespeelt. „Hongarije heeft hetzelfde klimaat als Spanje in de zomer”, staat er op de website. „Vergeet poncho’s, neem zonnebrand mee”, luidt de pr-tekst. De zon trekt ook veel Engelsen, weet Albert Guijarro van Primavera – een muziekfestival bij Barcelona.

Lagere prijzen zijn ook een belangrijke reden voor de Nederlandse ‘cultuurmigratie’. Een Nederlandse blondine (die niet met haar naam in de krant wil) vertelt dat een lage toegangprijs (120 euro voor vier dagen festival inclusief camping) ook voor haar reden was om naar Melt in Duitsland te komen. „Bovendien kost een biertje op het festivalterrein 1,50 en voor 3 euro koop je een crêpe.” Voor ieder drankje moet wel 1 euro statiegeld worden bijbetaald. Daar staat tegenover dat alcoholvrije drank tot anderhalve liter mee naar binnen mag, een verklaring voor de populaire zelfgemaakte dranktas.

Drank en de kaartjes mogen dan goedkoop zijn, een retourtje Oost-Europa of Spanje kost natuurlijk meer dan een treinkaartje naar Biddinghuizen of Landgraaf. „Je geeft in totaal zo’n 500 euro uit”, zegt Marc van der Hulst uit Amsterdam, die dit jaar voor het eerst Melt bezoekt. „Dat is best veel.” Maar, hij ziet dit als een „soort vakantie”.

En dat geldt ook voor Daniel Brevoord. Hij is anesthesist in opleiding, en druk met zijn proefschrift. „Ik heb geen tijd om een volledige vakantie op te nemen, maar zo’n weekendje gaat wel. De festivals zijn dit jaar voor mij dus vakantie.”

Toch is een nuance is voor de toestroom uit Nederland wel op zijn plaats, zegt Elroy Thümmler van Ostfest, promotor van de festivals in Nederland. „Veel festivals in Oost-Europa zijn, op Sziget na, relatief jong. Zo hebben Exit en Balaton Sound de laatste jaren ook een natuurlijke groeispurt doorgemaakt.”

En de festivals worden traditiegetrouw door veel mensen uit het buitenland bezocht. Van het totaal aantal bezoekers op Sziget is slechts een kwart Hongaar. 45.000 feestvierders komen uit het buitenland, van wie er 14.000 mensen uit Nederland komen – dat zijn er verhoudingsgewijs weer veel.

Op het festivalterrein van Melt lijkt het aantal Nederlanders groter dan de geschatte 3.000 man. De Albert Heijn-tas is populair, Nederlands is er de voertaal. Een Amsterdamse vlag wappert boven het campingterrein. „Es gibt nur Holländer”, klaagt de frietverkoper. Hij schat het percentage Nederlanders op 60 procent. Maar de eigenaar van een koffiestand relativeert: 40 procent Nederlanders, 30 procent Engelsen en evenzoveel Duitsers, is zijn inschatting.

De economische crisis heeft er voor gezorgd dat meer mensen thuisblijven. „Maar wel aan uitstapjes doen deze zomer”, zegt Arne van Terphoven, hoofdredacteur van CJP Magazine en auteur van Het Festivalgevoel. „Mensen hebben geen geld over voor een echte vakantie, maar wel voor een festival.”

Festivals zijn ook gewoon erg populair, vertelt Michel Soeteman, manager van dj collectief Boemklatsch op Melt. „Veel Nederlanders hier hebben geen kaartje kunnen krijgen voor Lowlands, denk ik. Ik ga al vanaf mijn zestiende naar Lowlands. Vroeger werd dat als alternatief beschouwd, maar nu is het ineens hip.”