Wagner zingen voor biogastank

Beeldend kunstenaar Joep van Lieshout maakte de decors voor de opera Tannhäuser op de beroemde Wagnerfestspiele in Bayreuth. Zonder ridders, maar met gastanks en een sm-kooi. Tegen Mischa Spel zegt hij: „Tannhäusers strijd tussen deugdzaamheid en hedonisme, ratio versus het irrationele, die voer ik zelf ook.”

De Nederlandse beeldend kunstenaar Joep van LIESHOUT (1963) in zijn tentoonstelling " Infernopolis " georganiseerd door Museum Boijmans van Beuningen in samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam in de voormalige Onderzeebootloods op het RDM terrein In Rotterdam. foto VINCENT MENTZEL/NRCH==F/C==Nederland. Rotterdam, 25 mei 2010 ©Vincent Mentzel 2010

Natuurlijk zal het een schandaal veroorzaken. Elf dagen voor de première in Wagners eigen Festspielhaus te Bayreuth grinnikt beeldend kunstenaar Joep van Lieshout – geel overhemd, rode kralenketting – al van de voorpret. Zijn bibliotheek is samen met het kantoor, depot en het feitelijke Atelier van Lieshout (AVL) ondergebracht in twee loodsen in de Rotterdamse havens. Buiten stormt en regent het, binnen demonstreert Van Lieshout monter zijn ontwerpen voor Wagners opera Tannhäuser, in opdracht van de wereldberoemde Wagner Festspiele in Bayreuth.

Een vintage Van Lieshout-installatie is het. Ridders, minnezangers en lokkende Venusbergvrouwen bemensen er een grote, kille fabriekshal. Een infuus met alcohol (gestookt van restafval) temt de burgerlijke ongehoorzaamheid: niets kan deze strikt geordende micromaatschappij in de war schoppen. Er wordt gegeten, gezongen, gewerkt en gepoept, waarna tanks de uitwerpselen weer omvormen tot biogas. Zo houdt de gesloten riddergemeenschap zichzelf draaiende. En de Venusberg? Die is hier geen droomwereld van verleiding, maar een flexibel inzetbare sm-kooi vol plastische objecten in obsceen hardroze.

In Van Lieshouts mailbox floept een berichtje van regisseur Sebastian Baumgarten omhoog; hij licht zijn visie op de dood van ridder Tannhäuser toe. Na omzwervingen langs de godin Venus (het zinnelijke), de ridders van de Wartburg en de goede Elisabeth (ratio, het ordelijke) en de pelgrimage naar Rome (het hogere; vergeving) eindigt Tannhäuser hier domweg in een soepketel. „Wolfram wil hem redden en heeft dan ‘Scheisse’ aan zijn handen”, sommeert de regieaanwijzing. Je hoort het boegeroep in het berucht conservatieve Bayreuth al voor je.

„Ik denk”, zegt Joep van Lieshout, „dat kunst uiteindelijk draait om een extra laag. Een landschapschilderij dat gewoon een gezellig landschap toont, maakt niet direct indruk. Een opera met echte ridders ook niet. Maar een Picasso met de neus op de verkeerde plek – die wel. Menselijke hersenen moeten tegelijkertijd op verschillende plaatsen worden geprikkeld.”

Sinds twee jaar is de leiding over de Wagner Festspiele na een felle strijd om de opvolging van componistenkleinzoon Wolfgang Wagner, in handen van achterkleindochters Eva Wagner-Pasquier (66) en Katharina Wagner (33). Ze willen Bayreuth minder museaal maken. Er zijn Wagneropera’s voor kinderen, één voorstelling is live te zien op internet en er circuleren plannen voor een Wagner-remix door dj’s.

Tannhäuser is de enige nieuwe productie van dit honderdste festivalseizoen. Zoals in opera gebruikelijk, begonnen de voorbereidingen al lang geleden. De toen nog levende Wolfgang Wagner benaderde in 2007 regisseur Sebastian Baumgarten, om zijn vrijelijk associatieve aanpak toen net gekozen tot Regisseur van het Jaar. Baumgarten vroeg meteen Joep van Lieshout voor de decors. Beiden hadden al eens samengewerkt in Frankfurt, waar Van Lieshout een decor had gebouwd waarin verschillende regisseurs verschillende toneelstukken realiseerden.

Zijn Tannhäuser, wist Baumgarten, moest absoluut met de ‘anarchistische hedonist’ Van Lieshout worden gerealiseerd.

Anderhalve week voor het begin van het Festspielseizoen ligt Wagner-walhalla Bayreuth er bij als het zoveelste universiteitsstadje in zomerslaap. De grasvelden bij het Festspielhaus, in het seizoen vol galapubliek, zijn verlaten. Er klotst een groepskoets met zingende toeristen voorbij. „Rondtocht door Bayreuth met Wagner of Liszt als Führer!” staat op de zijkant.

Vandaag mag er pers bij de repetities. „Herr Von Lieshout, hoe kwam u op een concept so intensif unorthodox?” vraagt de ZDF. De presentator likt zich onwillekeurig de lippen; hier dreigt een schandaaltje. Van Lieshout glimlacht mild.

Van Wagners vroege opera Tannhäuser (1845) circuleren verschillende versies: Wagner bleef eraan schaven. In het kort: Tannhäuser verlaat de riddermaatschappij van de Wartburg voor het zinnelijke domein van Venus. Maar hij keert terug, waarop Elisabeth – die nog steeds van hem houdt – een zangwedstrijd organiseert. Tannhäuser bezingt de vleselijke passie. Vergeefs reist hij naar Rome om boete te doen. Tannhäuser wil dan terug naar de Venusberg, maar als Elisabeth sterft, keert hij om naar de Wartburg en sterft daar zelf ook. Pas dan is er vergeving.

„Tannhäuser draait in essentie om het contrast tussen het apollinische en het dionysische, de wereld van de geest versus de wereld van het zinnelijke”, zegt regisseur Baumgarten in de foyer. „Ik wilde dat contrast zover mogelijk doortrekken. Vandaar dat ik vanaf het begin dacht aan Joep van Lieshout. Ik had zijn Disciplinator en Technocraat gezien, en nog meer.” Grijnzend: „De zangers schrokken wel een beetje van ons concept. Maar ze begrijpen uiteindelijk wel wat we beogen.”

In het Festspielhaus observeert Katharina Wagner vanaf een van de beruchte houten stoelen met een timmermansoog de repetitie. Wolfgang Wagner liet hier in 2004 nog op persoonlijk gezag elementen (een wc) uit de omstreden Parsifal-enscenering van regisseur Christoph Schlingensief verwijderen. „Maar met Katharina kun je over alles praten”, zegt Baumgarten. „Het is niet zo dat ze ergens op voorhand tegen is.” En gelukkig is zij, net als hij, fan van de Duits(talig)e metalgroep Rammstein, waarnaar de projecties van enkele liedteksten verwijzen.

Baumgarten en Van Lieshout vonden elkaar in hun fascinatie voor de Duitse identiteit. „Dat ‘schuldige’ is het eerste wat je hoort als je je in Wagner verdiept”, zegt Joep van Lieshout. „Maar in Duitsland heeft niemand het over die schuld, daar prevaleert de bewondering voor Wagner, en voor de door hem uitgedrukte wortels van het Duits-zijn. Zijn belang voor de identiteit van Duitsland overstemt hier de historie.”

Baumgarten: „‘Heil! Heil! Heil, beschermer van de edele kunst!’ roepen de ridders en edelvrouwen als landgraaf Hermann zijn opwachting maakt. Ik wil niet meteen een verband leggen met nazi’s, maar ik wilde wel wat doen met dat nationale gegeven in deze opera.”

Een van zijn hotelcapsules werd gekocht door Brad Pitt en gezin, in Utrecht verrees zijn Barbapapa-huis, zijn anusvormige bar was een publiekssucces en zijn vrijstaat AVL-ville in Rotterdam strandde tien jaar geleden. Maar een opera – daar beet beeldend kunstenaar Joep van Lieshout zich niet eerder in vast.

„De beperkingen zijn nieuw voor me”, knikt hij. „Ik kende de muziek van Wagner wel, ik houd er zelfs van. Maar ik ben van huis uit geen echte operaliefhebber.”

Van Lieshout nam zijn opdracht uit Bayreuth maximaal consciëntieus ter hand. Hij bekeek dvd’s, luisterde cd’s, bezocht symposia („soms wilde ik al die geleerden wel even op pauze zetten”). In zijn atelier toont hij zijn vroegste schetsen, met voor elke akte een ander toneelbeeld. De eerste akte, op de Venusberg, oogt als een modern equivalent van Wagners wellustsoord; een luxe parenclub. Voor de Wartburg, maatschappij van orde en regels, greep Van Lieshout terug op zijn installatie De Technocraat (2003): mensen zijn in een fabrieksgevangenis slaven van een gesloten productiesysteem. Pelgrimsoord Rome werd in de visie van Van Lieshout een dood bos.

Regisseur Baumgarten gaf echter de voorkeur aan één eenheidsdecor boven drie losse bühnebeelden. „Anders volg je theatraal wel heel braaf Wagners narratieve lijn”, verklaart hij. Zo won De Technocraat: Van Lieshouts fabriekshal is als losstaand kunstwerk nu het eenheidsdecor voor alle aktes, de Venusberg verrijst als een rood oplichtende sm-kooi uit de vloer.

„De verleiding is daardoor steeds latent aanwezig”, zegt Van Lieshout. „Dat heeft Baumgarten goed bedacht. In de puriteinse tijd van Wagner zelf was die berg een plek van schande, nu is verleiding overal. Het taboe is eraf, iedereen heeft een zweepje onder zijn bed.”

In Der Tagesspiegel trok Sebastian Baumgarten vorige week een parallel tussen Till Lindemann, frontman van Rammstein, en het Tannhäuser-personage. Allebei outsiders die erbij willen horen – en toch ook niet. Het is eenvoudig de analogie door te trekken naar Van Lieshout: kunstenaar, vrijdenker, verleider.

„Dat klopt ook wel”, zegt hij. „Tannhäusers strijd tussen deugdzaamheid en hedonisme, goed en kwaad, ratio versus het irrationele, die voer ik zelf ook. In de tijd van AVL-ville was ik bijvoorbeeld tegelijkertijd een vrij kunstenaar en een over de regels beslissend staatshoofd.

„Vooralsnog lukt het me heel aardig om tevreden op mijn eigen Venusberg te leven. Maar soms denk je: misschien moet ik iets hogers bereiken, iets waarin het zinnelijke geen hoofdrol meer speelt. Ik heb er niet voor gekozen. Toen de mogelijkheid – een gezin, bijvoorbeeld – zich aandiende, raakte ik in paniek. Op de ‘Venusberg’ ga je door in een eeuwige roes van jeugd. Maar met de keuze voor kinderen word je onderdeel van de levenscyclus, en zie je je eigen graf al staan.”

Zijn eigen tombe heeft hij toevallig net voltooid. Een afgietsel van zijn lichaam staat stand by in een donker hoekje van het Rotterdamse atelier. „De bedoeling is dat ik er na mijn dood gebalsemd in word gestopt, en dan hier aan het plafond word opgetakeld.” Hij lacht bij het vooruitzicht. „Dood, leven, geloof, verlossing, lijden en zinnelijkheid – Wagners lievelingsthema’s zijn ook onderwerpen waar ik veel mee heb, ja. Het hele concert des levens, eigenlijk.”