Rechts-radicalen overal onder druk

Rechts-radicale partijen in Europa hebben de aanslagen van Anders Breivik scherp veroordeeld. Maar hoe zit het met hun militaristische taal?

In veel Europese landen staan radicale en nationalistische rechtse partijen onder druk door de manier waarop sommige leden hebben gereageerd op het bloedbad in Noorwegen. Ook de algemene toon waarop zij de discussie over immigratie en islam voeren valt niet altijd goed.

Soms treffen de partijen maatregelen. In Frankrijk heeft het Front National van Marine Le Pen een partijlid geschorst omdat hij op zijn blog Anders Breivik had geprezen. In Italië heeft de populistische partij Lega Nord, coalitiegenoot van premier Berlusconi, zijn excuses aangeboden aan Noorwegen voor de uitlatingen van een partijgenoot. En de leider van de Zweedse Democraten heeft publiekelijk afstand genomen van een gemeenteraadslid dat had geblogd dat „het bloedbad het gevolg is van het multiculturalisme”.

Al deze partijen hebben het optreden van Breivik in niet mis te verstane bewoordingen veroordeeld. Maar tegelijkertijd hebben ze moeite om in het publieke debat die veroordeling duidelijk te scheiden van hun instemming met veel van de ideeën van Breivik. Zeker omdat het taalgebruik vaak militaristisch is. ‘Oorlog’, ‘strijd’ en ‘verzet’ zijn woorden die vaak terugkomen.

De Deense Volkspartij van Pia Kjaersgaard, die de minderheidsregering gedoogt, heeft laten weten de grens te trekken bij directe oproepen tot geweld en verder geen blad voor de mond te zullen nemen. Maar de Noorse Vooruitgangspartij, waarvan Breivik een aantal jaar lid is geweest, heeft dinsdag overlegd hoe haar retoriek kan worden aangepast. En in Duitsland pleitte Sigmar Gabriel, voorzitter van de oppositionele SPD, er gisteren voor om beter op het taalgebruik in het debat te letten.

„In een samenleving waarin het anti-islamisme en de inperking van anderen weer in de mode komen, waarin de burgerij applaudisseert voor meneer Sarrazin, zijn er natuurlijk in de marge van de samenleving gekken die zich gelegitimeerd voelen om hardere middelen te gebruiken”, zei hij. Thilo Sarrazin is een partijgenoot die een omstreden boek tegen het Duitse immigratiebeleid heeft geschreven.

Volgens de leider van de kleine English Defence League (EDL), een organisatie die Breivik vaak noemt in zijn manifest, zou het juist gevaarlijk zijn om debatten over immigratie en multiculturalisme te vermijden. „Wat er in Oslo is gebeurd, laat zien hoe wanhopig sommige mensen in Europa worden”, zei Stephen Lennon. „Het is een tijdbom. Als ze die frustratie en boosheid geen platform bieden en een stem – en een manier om die emotie op een democratische manier te uiten – zal dat monsters creëren zoals deze gek.”

De EDL probeert zich te distantiëren van Breivik, al vertelde Lennon dat hij in gesprek is met regionale EDL-leden om uit te zoeken wat er waar is van Breiviks claim dat hij regelmatig contact heeft gehad met deze Britse groep.

Andere rechtse politici zijn in de problemen gekomen omdat ze Breivik steunen. Zo zei Mario Borghezio, een europarlementariër van de Lega Nord, dat hij sympathie voelde voor Breivik. „Sommige van zijn ideeën zijn goed – het geweld daargelaten – sommige zijn fantastisch.” Ook binnen zijn eigen partij leidde dat tot boze reacties. Maar Borghezio hield voet bij stuk en beriep zich daarbij op de schrijfster Oriana Fallaci en haar felle kritiek op de multiculturele samenleving. Zijn collega europarlementariër Francesco Speroni voegde daaraan toe dat Breivik „de westerse beschaving verdedigt”. Geïrriteerd zei Lega-minister Calderoli dat hij, officieel en namens de partij, excuus vroeg aan Noorwegen wegens de „vreselijke en verfoeilijke” uitspraken van Borghezio.

In Frankrijk heeft het Front National een van haar kandidaten bij de lokale verkiezingen van maart geschorst, Jacques Coutela. In zijn blog, dat hij vaak wijdt aan de opkomst van de islam in Europa, had hij Breivik omschreven als „een icoon” en „de belangrijkste verdediger van het Westen”. Coutela vergeleek hem met Karel Martel, de Frankische vorst die in 732 bij de Slag bij Poitiers een veldslag tegen de Arabieren won en daarom in de rechtse iconografie wel wordt omschreven als ‘de man die Europa van de Arabieren heeft gered’.

In vergelijkbare toonzetting had Erik Hellsborn, een lokale afgevaardigde van de kleine rechts-radicale Zweedse Democraten na de terreurdaad van Breivik gezegd: „Kijk waar het multiculturalisme toe leidt. Het creëert conflicten tussen de mensen, leidt tot haat en geweld en maakt de samenleving in zijn geheel harder.” Partijleider Jimmie Aakesson, die probeert het neonazistische verleden van de partij te doen vergeten, distantieerde zich vrijwel onmiddellijk van deze uitspraken. Misschien was dat vóór het bloedbad in Noorwegen niet gebeurd. Maar de voorzichtigheid bij veel rechtse partijen illustreert wat de Groene europarlementarier Daniel Cohn-Bendit tegen de New York Times zei: „Heel wat argumenten over immigranten en islamitisch fundamentalisme kunnen nu veel makkelijker ter discussie worden gesteld en worden weerlegd.”