Racen door de stad, met die kar vol afval

Hard, romantisch, exotisch. Elke wereldstad heeft zijn eigen imago. NRC Handelsblad gaat deze zomer op zoek naar de werkelijkheid achter het cliché van de wereldstad. Elke week een andere, op deze pagina’s en op zaterdag in de bijlage Lux. Deze week: Shanghai

06.05 uur Met een sigaret in zijn mond en slaperige ogen trekt Ren Ti-fang (47) de deur van zijn kleine appartement achter zich dicht. Chinese mannen douchen ’s ochtends nooit, zonde van het water. Steeg uit, hoek om en bij het hek ligt het werk van de vuilnisophaler al klaar: stapels zwarte vuilniszakken, kartonnen dozen met lege bier- en maotaiflessen. Een vrouw in haar pyjama staat klaar met een zakje groenteafval, waar hij haar een halve cent voor geeft. Ti-fang haalt de sloten van zijn twee bakfietsen die aan het hek zijn geketend. Hij klapt drie stoeltjes uit en gaat zitten. Zijn nering is geopend.

De ontbijtrestaurants aan de overkant zitten vol, beppende vrouwen komen terug van de markt met groente en vis om het ontbijt te koken. Een man met gouden kettingen, een tatoeage, een Rolex en een kogelronde buik laat een gecoiffeerd poedeltje uit. Shanghai is een matineuze stad.

Ti-fang vertelt over zijn werk. Al twintig jaar verzamelt en haalt hij vuilnis op. Hij behoort tot de acht miljoen werkmieren, de arbeidsmigranten die Shanghai schoon houden, bedienen, masseren, chaufferen, knippen, wassen en verven en volbouwen. Zonder hen zou de metropool verlamd raken.

06.40 „Zit je nou nog op je kont! Wat ben je nou voor een werker.” Ti-fangs vrouw Liu Xia (47) komt krombeens aanlopen met een beker koude thee en ziet hem in de warme ochtendzon ontspannen zitten ouwehoeren en roken. Ti-fang had al terug moeten zijn van zijn eerste ronde langs de restaurants en winkels. Met een brede grijns pakt hij een steekkar en vertrekt. Bij de kantoren van Hongkongse en Chinese banken treft hij stapels dozen van pc’s aan, bergen piepschuim en stapels toetsenborden.

07.20 Terug op zijn vaste stek, waar Liu Xia al begonnen is met het sorteren van het vuilnis en halflege flessen die restaurants hier de afgelopen nacht na sluitingstijd hebben neergekieperd. Een geur van bier waait door de steeg. „We staan hier al vijftien jaar. Dit is onze plek. Iedereen kent ons, want we zijn hier altijd, hoe warm of koud het ook is”, zegt zij. Het echtpaar, dat samenwerkt als een span paarden, mag zich tot de gelukkigen rekenen. Een vaste plek in de buurt van kantoren, restaurants en flatgebouwen die allemaal tonnen afval produceren, is veel waard. Een vaste stek betekent dat zij niet met een bakfiets door de stad hoeven te zwerven om de resten die anderen achterlaten op te ruimen. „Zo’n plek vind je niet meer. Wie nu naar Shanghai komt, moet door de stad gaan rijden voor een paar yuan per dag. Alle takken van de boom zitten al vol met de vroege vogels”, zegt Liu Xia.

07.25 Ti-fang vertelt dat ze 20 jaar geleden hun geboortedorp hebben verruild voor Shanghai omdat zijn vrouw zwanger was van een tweede kind en hij geen geld had om de boete van bijna duizend euro te betalen. Dat was toen de straf voor het overtreden van de eenkindpolitiek. „Ik had nog geen 10 yuan op zak. Wat konden we anders doen dan vertrekken.”

In Shanghai was, en is nog steeds, de controle op de eenkindpolitiek minder streng en het aantal uitzonderingen is groter dan elders in China. Bovendien, het interesseert het communistische stads- en partijbestuur weinig wat de nongminren doen, de boeren uit de provincie – de hedendaagse koelies. Als ze maar hard werken en zich gedragen.

Wie de wet overtreedt, wordt de stad uitgezet. Aanspraak maken op de sociale regelingen kunnen de Ren Ti-fangs en Liu Xia’s van Shanghai niet. Zij hebben geen Shanghaise hukou, de geboorteregistratiekaart die fungeert als een soort binnenlands paspoort. Zonder Shanghaise hukou geen rechten. Als een van beiden, of de kinderen, naar het ziekenhuis moet dan dient er van tevoren en direct te worden afgerekend – of zij moeten teruggaan naar hun geboortestreek.

09.00 Even verderop heeft een verkoper van illegale dvd’s zijn stal opgeslagen. „Die verdient niet veel. Er zijn te veel verkopers van namaakspullen en illegale dvd’s in de stad”, zegt van Ti-fang.

09.15 Als Liu Xia de wacht houdt, doet Ti-fang nog een ronde langs zijn vaste klanten: een supermarkt, twee restaurants, een appartementengebouw. Zijn kar is snel vol. Onderweg legt hij het systeem uit. Hij betaalt bijvoorbeeld de supermarkt ‘Geniet van het leven’, een soort drogist, 100 yuan per maand. In ruil daarvoor is hij de enige aan wie zij hun afval geven en hij komt daarom elke dag langs. Hij verkoopt de plastic flessen en kartonnen dozen met een kleine winstmarge door aan het stedelijk afvalverwerkingsbedrijf van Shanghai of aan een gespecialiseerd recyclagebedrijf.

09.30 Eindelijk tijd voor het ontbijt bij Lanzhou Noedelrestaurant aan de overkant. Gekruide soep met noedels, groente, lamsvlees en koriander voor nog geen halve euro. Tijdens het eten wordt er gezwegen.

09.50 Een stevige boer, de zoveelste sigaret en Ti-fang doet enkele bekentenissen, als hij zich ervan verzekerd heeft dat dit artikel niet in het Chinees vertaald zal worden. Hij betaalt geen belasting. Niet echt verrassend, want dat doet geen enkele arbeidsmigrant. Hij vertelt ook dat hij soms wel eens 10.000 yuan, bijna 1.000 euro, per maand verdient en niet, zoals hij eerder had gezegd, nooit meer dan 200 euro. Soms is hij dus in de wereld van de nongminren een topverdiener. Hij grijnst trots bij deze constatering en laat zijn nieuwe mobiele telefoon zien, het apparaat heeft een ingebouwd tv-scherm.

09.55 Terug op honk. Terwijl hij begint met het opladen van de kar voor de eerste rit naar de afvalverwerkingsfabriek vertelt zij dat inmiddels hun hele familie naar Shanghai is gekomen, haar broers, zijn broers en dat hun zonen, net volwassen, ook in de stad werken als vuilnisophalers en in de bouw. Ze vertelt dat zij haar ouders in Anhui mist en soms jaren niet ziet, omdat zij hun plek niet graag onbeheerd laten. Plaats kwijt, inkomen kwijt, zo kwetsbaar is het echtpaar.

10.05 De voorzitter van het wijkcomité komt haar zakje vuilnis afgeven. Zij krijgt van Xia een speciaal prijsje. „Op de vuilnis van de leden van het wijkcomité verdienen we meestal niets. We moeten hen te vriend houden”, zegt Xia. Daarna gaat ze bij de secretaris van het wijkcomité kranten en dozen ophalen. De vrouw klaagt luidruchtig over het bedrag dat ze voor haar vuilnis krijgt: „Kom nou tantetje, daar kan ik niet eens een vis van kopen.” Xia geeft geen krimp.

10.06 De dvd-verkoper heeft intussen nog geen film verkocht. Een illegale versie van de De Gelukkige Huisvrouw heeft hij ook in zijn kist.

10.08 Opeens klapt de dvd-man zijn koffer met handelswaar dicht en rent weg, een winkel binnen. „Hij vlucht voor de stadsinspecteur”, grijnst Ti-fang, die rustig gaat zitten. Zelf heeft hij niets te vrezen zolang het wijkcomité en het districtskantoor hem tolereren.

12.30 Tijd voor de eerste en die dag enige tocht naar de afvalverwerkingsfabriek. Met zijn hoog opgetaste kar die wordt aangedreven door een elektrische motor, racet hij door de smalle, lommerrijke straten van de Franse Concessie. Rode stoplichten bestaan voor hem niet. Zelfs een stadsbus wijkt voor hem uit.

13.00 De afvalverwerking is gevestigd op een overdekt fabrieksterrein. Onder golfplaten daken lost Ti-fang zijn lading op een weegschaal, in een hoek wordt het karton natgespoten. Niet om schoon te maken maar om te verzwaren en daardoor meer te vangen. Een veelgebruikte truc.

De baas van het terrein komt woedend aanlopen. Hoe haalt Ti-fang het in zijn domme boerenvarkenskop om een buitenlander mee te nemen en nog wel een journalist met een fototoestel. Waar hij bang voor is, is dan al duidelijk. Er wonen hier ook families met kleine kinderen. Tussen de vakken met afval zijn van bakstenen en plastic kamers gebouwd, illegale woningen. Dit is de achterkant en onderbuik van Shanghai die niemand mag zien.

Achterin is een massagesalon gevestigd, de masseuses zijn jong, beslist niet blind en waarschijnlijk gespecialiseerd in happy endings. De baas, een vadsige, zweterige man in een geruit overhemd, wil het terrein laten afsluiten en eist de camera op. Er ontstaat een hoop geschreeuw, gedoe en getrek. Wegwezen, zegt Ti-fang, die zijn geld al in zijn broekzak heeft gestoken, en we racen het terrein weer af tussen de sluitende poortdeuren door.

14.30 Hoog tijd om bij te komen en te lunchen in Lanzhou Noedelrestaurant. De tv is afgestemd op de televisie-uitzending over Yao Ming, die stopt als basketbalspeler bij de Houston Rockets. Soep, noedels met varkensvlees, spinazie met knoflook, en lange spiesen met gegrild lam verschijnen op tafel. Bij de drank- en sigarettenzaak naast het restaurant heeft Ti-fang zes halve liters gekoeld Suntory-bier gehaald. Er wordt op Yao Ming getoost. Liu Xia drinkt bier uit een soepkom en verbaast zich over de Nederlander die de fles aan de mond zet en in drie, vier teugen leegdrinkt.

15.30 Terug in de stoelen op hun vaste plek vertelt Ti-fang over de keer dat hij in het vuilnis een vaas uit de Mingdynastie vond en daar tweeduizend euro voor ving. Dan valt hij in een diepe slaap. Het bier en de hitte – het is 37 graden – doen hun werk. Xia bewaakt het fort: „Die doet niets meer vandaag.”

17.00 – of daaromtrent, het klokkijken begint te vervelen. Vlak voordat zij naar huis gaat om voor haar kleinkinderen te koken, zegt Liu Xia: „Ik weet dat echte Shanghaiers op ons neerkijken en ons domme boeren vinden die te hard praten, op straat spugen en geen Shanghais verstaan. Ze vergeten dat wij hun stad schoon houden. Ik klaag niet, ik weet dat dit nederig werk is, maar we hebben een goed inkomen. Ik hoop alleen dat mijn kleinkinderen beter werk zullen vinden. Ze doen het gelukkig heel goed op school.”

Met medewerking van Lu Junting