Na zo'n topjaar valt er weinig eer te behalen

John van den Brom eindigde vorig seizoen knap als zevende met ADO.

Nu is de beurt aan zijn assistent, Maurice Steijn.

Maurice Steijn wil iets rechtzetten. Het beeld van de ambitieuze, gretige assistent die niet kan wachten om hoofdtrainer te worden, klopt niet. Hoewel Steijn (37) nooit een geheim heeft gemaakt van zijn aspiraties had hij best nog een paar jaar assistent willen blijven, vertelt hij in het spelershome van ADO Den Haag onder de nog enige overeind staande tribune van het oude stadion in het Zuiderpark. Maar sinds het vertrek van John van den Brom naar Vitesse enkele weken geleden is Steijn – wederom – hoofdtrainer van ADO.

In 2010 was Steijn al een paar maanden eindverantwoordelijke bij de club, die vanavond in de derde voorronde van de Europa League tegen AC Omonia Nicosia uit Cyprus. Na het ontslag van Raymond Atteveld wist Steijn ADO te behoeden voor degradatie, maar omdat hij niet over de juiste papieren beschikte kon hij na dat seizoen niet verder als hoofdtrainer. Wel sprak Steijn met de raad van commissarissen af dat hij op termijn weer hoofdcoach zou worden. Voor twee andere trainers aanleiding om voor ADO te bedanken. „Alfons Groenendijk en Jan Everse riepen in de pers dat er bij ADO een assistent zat die zo graag zelf hoofdtrainer wilde worden, terwijl ze totaal niet wisten waar ze het over hadden. Kortzichtig en niet netjes”, vindt Steijn. „Ze hadden mij ook gewoon even kunnen bellen.”

Steijn had zich ingesteld op een nieuw seizoen als rechterhand van John van den Brom, en ook de jaren daarna had hij die rol nog best willen vervullen. De afgelopen jaren waren hectisch geweest, vertelt Steijn. Twee weken voordat hij Atteveld verving, pleegde zijn schoonvader zelfmoord. Steijn had het er nog met zijn vrouw over tijdens de laatste vakantie in Spanje: het zou eindelijk eens een rustiger jaar worden. Maar toen meldde Vitesse zich voor Van den Brom, de club waar hij als speler jarenlang onder contract stond. Van den Brom onderhandelde met Vitesse zonder ADO in te lichten. „Niet handig”, meent Steijn. Hij is teleurgesteld dat Van den Brom hem niet op de hoogte stelde van de interesse. „John moest het natuurlijk stilhouden van Vitesse, maar hij had het mij in vertrouwen kunnen vertellen.”

Na een dagenlange soap, waarin ADO en Vitesse het niet eens konden worden over een afkoopsom, vertrok Van den Brom naar Arnhem. Het werd hem door de ADO-supporters niet in dank afgenomen. Toch begrijpt Steijn zijn voormalige collega wel. Hij denkt niet dat geld de drijfveer is geweest voor Van den Brom, „alleen een mooie bijkomstigheid”. Omdat Vitesse vorig seizoen maar net de nacompetitie wist te ontlopen is er volgens Steijn geen beter moment om bij „zijn club” in te stappen. „En het goede jaar bij ADO is bijna niet te evenaren. John kwam hier op het juiste moment en heeft het nodige geluk gehad, zo eerlijk moet je ook zijn.”

Voor Steijn lijkt dit seizoen weinig eer te behalen. Bovendien zijn aanvallers Frantisek Kubik en Dmitri Boelykin, die vorig seizoen samen meer dan de helft van de doelpunten maakten. „De verwachtingen zijn hooggespannen, maar opnieuw de zevende plek is niet reëel. Het linkerrijtje zou mooi zijn.” Toch bleven veel belangrijke krachten uit in het elftal, dat voor het eerst in 24 jaar weer Europees voetbal speelt, de club, vooralsnog, trouw. Timothy Derijck, Wesley Verhoek, Lex Immers en Jens Toornstra sloegen aanbiedingen van andere clubs af. Steijn wijst erop dat de spelers goed met elkaar kunnen opschieten, een vriendenteam bijna.

Doordat spelers nu bij ADO willen blijven merkt Steijn dat de status van de club aan het veranderen is. Niet alleen op sportief vlak, maar ook buiten het veld. ADO wordt nu veel positiever benaderd dan in de tijd dat Steijn nog voetbalde. „Toen ging het vrijwel altijd over het supportersgeweld, nu gaat het over het voetbal.”

De slapende reus ADO Den Haag lijkt te ontwaken. „Als clubs als AZ, FC Groningen en FC Utrecht structureel meedraaien in de subtop dan moet ADO dat ook kunnen.” Bang dat de club weer wegzakt is Steijn niet. De huidige leiding heeft een „stevig fundament” gelegd, zegt de trainer. En ook de verhuizing naar het nieuwe stadion in het Forepark in 2007 is belangrijk geweest. „De club gaat op alle terreinen vooruit. Gezinnen komen weer naar het stadion. ADO is geen rebellenclub meer.”