Met wiel

Het zweet breekt me uit. Dit wordt mijn eerste keer.

Ik herinner me de eerste zoen, de eerste rit achter het stuur van een auto, de eerste keer dat ik het uitmaakte, de eerste keer dat ik tegen een ober zei dat zijn koffie smerig was.

Ik sta, samen met de band Ocobar, voor de eerste keer op Lowlands. Wanhopig stroop ik internet af naar zinnige informatie die me rustig doet stemmen. O, kijk, Jimi Hendrix had in 1968 een smoes om niet op te treden op de voorganger van Lowlands, A Flight to Lowlands Paradise. Jimi brak bij het instappen in het vliegtuig van Londen naar Nederland zijn been en meldde zich af.

Lafaard.

Ik ben niet bang voor Lowlands. Ik breek geen been. Nee, ik zal er zijn. Het is een eer.

Ik heb hooguit een paar vragen vooraf. Moet ik blijven slapen in een tentje? Welke drugs moet ik gebruiken? Mag ik in een chic pak over het oneindig lange veld gaan? Blijven mijn zwarte schoenen schoon als het veel geregend heeft? Hebben Ocobar en ik voldoende impact om in de theatertent overeind te blijven op zondagnamiddag?

De voorstelling is door ‘iemand’ van Lowlands uitverkoren. Die persoon zag onze voorstelling tijdens onze theatertour van Man&Fiets, in de Kleine Komedie in Amsterdam. Daar duurde het ongeveer tachtig minuten, op Lowlands moet het zo’n vijftig minuten zijn. We moeten schrappen. Dat is goed. Schrappen doet altijd wonderen. Op naar de essentie.

Ik denk dat ik vanuit het donker opkom met een draaiend fietswiel. Terwijl Ocobar een suizende soundscape speelt, houd ik het wiel boven mijn hoofd. Dat wiel, daar zit alles in: de wereld als een tol, gedachten die in je hoofd draaien, middelpuntvliedende kracht – het gevoel dat je uit de bocht giert in een draaimolen. Kriebels in de onderbuik.

Weer een vraag vooraf.

Hoe krijg ik dat fietswiel door de entreepoorten?

Kleerkasten met tatoeages in hun nek zullen me tegenhouden. „Zo meneer, wat gaan we doen met dat wiel?” Met een stalen smoel zal ik voor mijn zaak staan. „Optreden, kerel. Ik treed straks op met een wiel.”

Die mannen aan de poort verwachten van alles. Studenten met vervalste kaarten, vago’s met gitaren, groupies, blowers, een bezorgde vader met een foto van zijn dochter, dancefanaten. Maar een man met een wiel?

Ik mag door. Omdat Ocobar genoeg koffers met instrumenten draagt.

Het wiel zal draaien op het podium, zoveel is zeker. Cok van Vuuren, door Nico Dijkshoorn een van de beste gitaristen van Nederland genoemd, kijkt al weken uit naar het optreden. Hij zegt steeds: „Wat wij doen – muziek combineren met tekst, film en theater – als je daarin meegaat, dan is het een soort trip.”

Een trip. Het is lang geleden dat ik met een spacecake in mijn maag met elpees onder mijn schoenen gebonden over de vloer van mijn huurwoning gleed. Ik zal nuchter het podium opgaan, dat werkt voor mij het beste.

Het draaiende wiel brengt ons overal. We krijgen een duw van de muziek, van melancholieke melodieën. Vliegen over de klei van Vlaanderen, de droge hei, de Italiaanse mandolinekust, met zevenachtste funk door de mist op de Mont Ventoux. En dan zijn we klaar.

Het wiel staat stil.

Nog twee vragen. Kan ik ergens koud afdouchen? En waar drinken we tot het donker is?

Wilfried de Jong

Man&Fiets, Wilfried de Jong en Ocobar, Juliet, zondag 18.30-19.15 uur