Jemen is op gebied van olie nog een maagd

Jemen heeft genoeg olie in de grond, maar de brandstof is er schaars. Politieke partijen beschuldigen elkaar van obstructie. „Vorige keer heb ik tien dagen staan wachten.”

Terwijl Jemen in een politiek vacuüm zit, lijdt het land onder de ergste energiecrisis uit zijn geschiedenis. Het probleem: de olieproductie stagneert, en daarmee stagneert alles.

Mensen kunnen niet meer naar hun werk, de prijzen van levensmiddelen stijgen en het vuil stapelt zich op in de straten omdat er geen benzine is voor de vuilniswagens. De elektriciteitscentrales, die op fossiele brandstof draaien, liggen grotendeels stil.

Ali Mohammed (45) zit achterin de laadbak van zijn pick-up, zakje qat en flesje water binnen handbereik. Hij wacht al vijf dagen in de rij voor de benzinepomp, net zo lang tot de tankwagen komt. Mohammed vervoert normaal gesproken mensen in zijn achterbak. „Ik heb de benzine nodig voor mijn werk, vorige keer heb ik tien dagen staan wachten tot er benzine was. Jemen zit vol met olie, dat is het probleem niet”.

De meningen lopen uiteen over wat het probleem dan wel is. Regeringsaanhangers leggen de schuld bij recalcitrante stammen die aanvallen uitvoeren op olie-installaties om de regering dwars te zitten. Volgens de oppositie is het juist de regering die de Jemenieten doelbewust onthoudt van brandstof om te waarschuwen wat er gebeurt als het volk zich van president en regering afkeert. Een ding is duidelijk: olie is in Jemen een politiek wapen.

Jemen, geen OPEC-lid, is de 32ste olieproducent ter wereld. In 2010 produceerde Jemen volgens statistieken van British Petroleum 264.000 vaten per dag (een vat is ongeveer 160 liter). Ter vergelijking, de Saoedi’s produceerden in 2010 zo’n 10 miljoen vaten per dag. Jemen is dus geen oliegigant, maar olie is cruciaal voor Jemens economie. Driekwart van de overheidsinkomsten komt uit oliegeld en een derde van het BNP wordt door olie gegenereerd. Andere industrie is er nauwelijks.

Aref Muharram (45) werkt op het ministerie van olie. Hij is politicoloog en naaste medewerker van de minister van olie. Voor het departement in het centrum van Sana’a staan tientallen mensen. „Ze willen hun bonus, maar daar is geen geld meer voor. Ze willen de minister spreken, maar die is al weken niet meer op kantoor geweest dus nu staken ze. Ach weet je, dit is Jemen.” Muharram loopt opgewekt de trappen op. De liften in het gebouw doen het niet. „Er is geen brandstof voor de generator.”

Muharram beaamt dat Jemens olie-industrie het moeilijk heeft. „Het is allemaal politiek”. Muharram doelt op de huidige problemen, maar ook op de afgelopen jaren. „Het probleem is Saoedi-Arabië, Saoedische televisiezenders als MBC en Arabiya schetsen een verkeerd beeld van Jemen. Ze wekken de indruk dat het hier onveilig is.”

Dat doen ze volgens Muharram om een succesvolle olie-industrie te dwarsbomen zodat Jemen niet al te welvarend wordt want zou democratische sentimenten losmaken. En daar zit het conservatieve buurland niet op te wachten.

Het is moeilijk te zeggen of dit waar is, maar het is zeker zo dat Jemens olie-cijfers geen rooskleurig beeld geven. De productie liep de afgelopen jaren terug terwijl de interne consumptie toenam. Dat scheelt de overheid niet alleen export-inkomsten, maar kost haar ook nog eens extra subsidiegeld. Zo’n 75 procent van de olieprijs op de binnenlandse consumentenmarkt wordt door de regering gesubsidieerd. Volgens de Wereldbank is de olievoorraad in 2017 op.

„Dat klopt”, zegt Muharram, „niet omdat er geen olie meer in de grond zit, maar omdat er geen bedrijven zijn die naar Jemen willen komen om het er uit te halen.” Exploratie en exploitatie zijn, anders dan op de rest van het Arabisch schiereiland, grotendeels in handen van buitenlandse bedrijven, waarvan het Franse Total de grootste is. „We hebben geprobeerd de andere grote jongens hierheen te halen, zoals Exxon en Shell. Ze kwamen kijken en zeiden allemaal dat Jemen veelbelovend was, maar ik heb ze niet meer teruggezien.”

Abdo Alatabi (42) is geofysicus bij OMV, een middelgrote Oostenrijkse olieproducent die wel actief is in Jemen. „Jemen is een maagd. Alles duidt op behoorlijke voorraden, zelfs met het weinige onderzoek dat er tot nu toe is gedaan. Maar OMV zal het niet produceren. Daarvoor heb je echt grote bedrijven nodig en die komen niet, die willen de garantie van veiligheid en stabiliteit, en die is er niet.” OMV bracht zelf zijn expats maanden geleden naar Dubai. „Eerst werd er een Fransman doodgeschoten op het terrein en toen kwam de revolutie”, zegt Alatabi. OMV stopte, net als veel andere bedrijven, de productie.

Aref Muharram voegt daar aan toe dat ze bij hem op het ministerie ook niet erg meewerken. „De procedure voor buitenlandse investeerders om een vergunning te krijgen duurt jaren.” Een aanvraag gaat eerst naar het ministerie van olie, dan naar de Hoge Economische Raad, dan naar het kabinet, dan naar het parlement, vervolgens naar het kantoor van de president en dan weer terug naar het ministerie. „Daar moeten we iets nieuws op verzinnen.” Zo niet, dan is het over een jaar of vijf wellicht voorbij met Jemens olieproductie.