Hongaars-Zwitserse schrijfster Agota Kristof (75) overleden

De Hongaarse schrijfster Agota Kristof is op 75-jarige leeftijd overleden in Zwitserland, waar ze sinds haar 21ste in exil verbleef. Kristof maakte vooral naam met het wrede Het dikke schrift (1986), onderdeel van de befaamde in het Frans geschreven Tweelingentrilogie. Die leverde haar vergelijkingen met Samuel Beckett en Eugène Ionesco op.

Kristof leverde een in omvang bescheiden, maar in intensiteit erg beklemmend oeuvre af, dat in twaalf landen vertalingen kende. “Wie wäre mein Leben gewesen, wenn ich mein Land nicht verlassen hätte? Härter, ärmlicher, denke ich, aber auch weniger einsam, weniger zerrissen, vielleicht glücklich“, vroeg ze zich af in haar autobiografische vertelling De analfabeet.

De auteur werd in 1935 geboren in het Hongaarse Csikvand, maar groeide op in het dorpje Käszèg, nabij de Oostenrijkse grens. De plek zal in versluierde vorm een vooraanstaande rol spelen in haar oeuvre. Al op haar 21ste koos Kristof ervoor om het hazepad te kiezen naar Zwitserland, na de repressieve onderdrukking door het Sovjetleger van de Hongaarse opstand. Tijdens haar jeugd en haar internaatsjaren in haar geboorteland schreef ze reeds gedichten, die ze later resoluut afwees als “een jeugdzonde”. Meer zelfs, ze was erdoor “gedegoûteerd”, vertelde ze later. Kristof voelde zich al jong aangetrokken tot de Franstalige literatuur. Vanaf de jaren zeventig begon ze in het Frans literatuur te schrijven. Uiteindelijk zou ze drieëntwintig boeken schrijven, waarvan er maar negen uiteindelijk het licht zagen. In 1986 beleefde Kristof op haar drieënvijftigste haar literaire doorbraak met de wrede en sombere roman Het dikke schrift, die een autobiografische achtergrond heeft en een liefdeloze wereld vol ontheemding toont. Trauma’s door oorlog en geweld en de gevolgen van overmatig alcoholverbruik zijn alomtegenwoordig in het boek, waarin een tweeling op het platteland zich wapent tegen de hun vijandige, omringende wereld. De cynische personages en de koude, bijna crue stijl vielen meteen op en herinnerden aan het werk van Thomas Bernhard. Maar ook vergelijkingen met de absurde wereld van Samuel Beckett en Eugène Ionesco waren niet uit de lucht.