Hoeveel geld komt echt in Afrika terecht?

„Als ik 10 euro geef aan Giro 555, welk percentage daarvan komt uiteindelijk in de vorm van voedsel bij een hongerlijdende Afrikaan terecht?” vraagt Sander Schouten uit Vleuten. „En”, voegt hij eraan toe, „laat je niet beïnvloeden door de propaganda ;-)”

Een concrete vraag, maar niet simpel te beantwoorden. Want van de 10 miljoen euro die de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) hebben opgehaald voor hulp aan de slachtoffers van de droogte in de Hoorn van Afrika, is nog maar 6 miljoen uitgegeven.

Complicerende factor is dat de SHO bestaat uit tien organisaties (onder andere Cordaid Mensen in Nood, ICCO & Kerk in Actie, Oxfam Novib, het Rode Kruis). Zij hanteren een verdeelsleutel: de grote organisaties krijgen meer geld. En ze besteden hun deel allemaal op eigen wijze. De ene organisatie concentreert zich op vluchtelingenkamp Dadaab in Noord-Kenia, de andere biedt structurele hulp, zoals irrigatieprojecten.

De organisaties gaan nu eerst bekijken waar de meeste behoefte aan is. Dat verschilt per gebied. Op sommige plaatsen is te weinig voedsel, elders juist een gebrek aan drinkwater of sanitaire voorzieningen. Dus welk percentage van die 10 euro wordt omgezet in hulp, is niet te zeggen. Maar de vraag is natuurlijk: wordt mijn geld wel goed besteed? Of gaat het grootste deel naar hulporganisaties zelf?

Alle hulporganisaties die meedoen aan de actie van de SHO hebben het keurmerk van het Centraal Bureau Fondsenwerving (CBF). Aan de besteding van het geld zijn regels verbonden. Zo mogen de kosten die de SHO maakt voor het beoordelen van projectvoorstellen, administratie, evaluatie en rapportages niet hoger zijn dan 7 procent. De SHO en de organisaties worden door een externe accountant gecontroleerd.

Waar de rest van het geld naartoe gaat melden de organisaties aan de SHO. Het rapport over deze actie is er nog niet, maar dat over de actie voor Haïti vorig jaar wel. Daaruit blijkt dat van de ingezamelde 111 miljoen euro tot nu toe 41 miljoen is uitgegeven. Daarvan ging 4,7 miljoen naar ‘programmakosten’, zoals kantoren en salarissen. Van de hulp is onderdak (tenten) vooralsnog de grootste kostenpost (18,6 miljoen euro), gevolgd door water en sanitaire voorzieningen (7,1 miljoen) en voedselzekerheid (3,5 miljoen).

Toon Beemsterboer