Hier wandelen de hoerenlopers Tom en Wim

Raambordelen, coffeeshops, gokhuizen en seksamusement in allerlei smaken.

Een kijkje op de Amsterdamse wallen.

In de vroege ochtend ruikt het op de Wallen naar schoonmaakmiddel. Het sop stroomt over de stoeptegels. De schoonmakers maken de Wallen klaar voor een nieuwe dag.

Nu alle bezoekers zijn vertrokken en de felgekleurde neonlichten uitstaan, wordt het historische karakter van deze halve vierkante kilometer binnenstad weer herkenbaar. De Oudezijds Voorburgwal en de Oudezijds Achterburgwal – de twee grachten waaraan de Wallen hun naam ontlenen – stonden ooit bekend als de fluwelen burgwallen, vanwege hun rijkdom. Hier staan de architectonische juwelen uit de gouden eeuw.

Maar de rust duurt maar even; tot tien of elf uur misschien. Dan verdwijnen de schoonmaakploegen en keren de bezoekers terug. Rugzaktoeristen gaan op zoek naar een geopende coffeeshop.

Tegen 11.00 uur ’s ochtends begint de eerste ploeg raamprostituees. Zij werken tot een uur of zeven ’s avonds en worden dan opgevolgd door de volgende shift.

Tegen die tijd heeft de oude binnenstad weer de jurk aangetrokken die past bij de status van ’s werelds bekendste Red Light District: schelle neonverlichting, scharlaken gordijnen, schaarsgeklede dames en de walm van nederwiet. Het straatbeeld wordt gedomineerd door coffeeshops, gokhuizen, raambordelen en alle soorten seksamusement. Op de Amsterdamse Wallen is het Nederlandse gedoogbeleid overweldigend aanwezig: je kunt het horen, proeven, ruiken, voelen en zien.

Het Amsterdamse Red Light District zoals we dat nu kennen, is een product van de jaren zestig en zeventig. Een tijd waarin burgers vrijheden opeisten die lange tijd taboe waren geweest. Juridische barrières werden genegeerd of afgebroken. De ondernemers die de veranderende moraal goed begrepen, zagen kansen om nieuwe markten aan te boren; soms legaal, maar meestal illegaal. Naast de al aanwezige raamprostitutie openden seksbioscopen en gokhuizen hun deuren, werd porno geaccepteerde handelswaar en deden drugs hun intrede.

Al die markten komen samen op de Amsterdamse Wallen, een zone van nog geen halve vierkante kilometer ten zuiden van het Centraal Station.

Hoe ziet dit gebied eruit? Een overzicht.

Dam tot Centraal Station

De Wallen worden ruwweg begrensd door het Damrak, de Damstraat en de Gelderskade. Twee grachten – de Oudezijds Voorburgwal en de Oudezijds Achterburgwal – liggen centraal in dit oude stukje binnenstad.

De smalle Warmoesstraat en de Zeedijk verbinden de burgwallen met de Prins Hendrikkade en het Centraal Station. Talloze steegjes en kleine straatjes daartussen vormen de haarvaten van de Wallen, het oudste uitgaanscentrum van Amsterdam.

Wat de argeloze bezoeker niet meteen zal zien, is de onderverdeling van het gebied. Voor de aanwezige ondernemers is vastgoed een soort basisverzekering. Wie zelf een pand bezit, kan nooit op straat gezet worden. Het is een oude regel die zeker op de Wallen van toepassing was en is. Bijna alle ondernemers zetten hier hun succes om in stenen.

Wat begint met een pand wordt langzamerhand een blokje of een straat. Zo wordt de Oudezijds Voorburgwal tussen de Damstraat en het Oudekerksplein gedomineerd door het Bulldog-imperium van Henk de Vries: twee coffeeshops, een hotel, een paar souvenirwinkels. De Bulldog is hier alom aanwezig. Aan de gevel van nummer 90 staat The First Coffeeshop onder het beeldmerk.

De ramen

Nog geen honderd meter verder, in de stegen tussen de Oudezijds Voorburgwal en de Warmoestraat en aan het Oudekerksplein, begint het andere stuk van de Wallen: de raamprostitutie.

Aan de overkant van het water, aan de oneven zijde van de Voorburgwal, meer raamprostitutie en sekswinkels. Ook in de Kreupelsteeg en de Stoofsteeg, twee nauwe doorgangen die Oudezijds Voorburgwal en met de Oudezijds Achterburgwal verbinden, veel prostitutie.

Hier zijn de ramen kleiner dan langs het water. De pandjes steken armoedig af bij de statige huizen aan de grachten die de twee stegen met elkaar verbinden. Maar de prijzen zijn er hoger. De meeste hoerenbezoekers prefereren de anonimiteit van de stegen boven de etalages aan de gracht. En dat betekent dat prostituees meer geld over hebben voor een raam in een steeg.

De Oudezijds Achterburgwal

De Oudezijds Achterburgwal wordt gedomineerd door het seksentertainment van de Casa Rosso. Toen Henk de Vries in 1975 zijn coffeeshop opende, had de op de Wallen legendarische Maurits de Vries – beter bekend als Zwarte Joop, en geen familie van Henk – al een goed lopend sekstheater annex gokhuis: de Casa Rosso. Zwarte Joop investeerde flink in vastgoed op de Achterburgwal.

Nu worden onder de naam van de Casa Rosso, dat twee roze olifantjes als beeldmerk heeft, een tweetal theaters, een aantal peepshows en meerdere sekswinkels geëxploiteerd. Zwarte Joop is dood, maar zijn imperium bestaat nog. Dat kwam uiteindelijk in handen van Jan Otten, ooit begonnen als kaartjesscheurder bij Joop.

De Zeedijk

De Zeedijk loopt tussen het Centraal Station en de Nieuwmarkt waar het gebouw de Waag de oude zeegrens markeert. In de jaren zeventig was dit de grootste illegale drugsmarkt van Amsterdam waar heroïnedealers de dienst uitmaakten. Inmiddels is de Zeedijk opgeknapt.

Hier vind je geen coffeeshops of sekswinkels meer. Cafés, hotels, restaurants en – Chinese – winkels domineren het straatbeeld. Vrijwel alle panden hier zijn in bezit van de NV Economisch Herstel Zeedijk. Die kocht in de tweede helft van de jaren tachtig bijna alle panden en transformeerde dit drugsgetto in een hippe straat. Op nummer 43 zit een modern theehuis annex koffiebar, waar naast warme drank ook luxe broodjes worden verkocht en een restaurant is gevestigd. Dit is de oude woning van Frits Adriaanse, de inmiddels overleden koning van de Zeedijk. Ze kenden hem hier als Ome Frits van de Wereld, naar café de Wereld dat hij runde op nummer 10.

Frits was een vertegenwoordiger van oude penoze die zijn criminele carrière begon met de smokkel van boter en sigaretten. Frits zag handel toen hij begin jaren zeventig in aanraking kwam met hasj. Hij was een van de eerste bekende smokkelaars die duizenden kilo’s hasj met viskotters naar Nederland haalde.

Ook Ome Frits investeerde in vastgoed. Maar van zijn imperium bleef na zijn dood in 1992 weinig over. De koning van de Zeedijk, die zijn stempel gedrukt op de Wallen als de peetvader van de Hollandse hasjmaffia, was een gokker.

Toen hij ging was alles op. Frits was leeg, heet het op de Wallen.

Jan Meeus is voormalig misdaadverslaggever van NRC Handelsblad en werkt momenteel aan een boek over de Wallen.