Heemskerk stelt teleur op de 200 meter vrije slag

Heemskerk was de snelste in de halve finale, maar werd in de finale aan alle kanten voorbij gezwommen.

De verwachtingen waren gisteren hooggespannen rond Femke Heemskerk (23) bij de WK-finale van de 200 meter vrije slag in het Chinese Shanghai. Ze leek in topvorm te verkeren, getuige haar tijden. Dinsdag zwom ze in de halve finales (1.55,54) een seconde onder haar eigen nationale record. Met die tijd zou ze gisteren wereldkampioen zijn geworden.

Maar ze eindigde teleurstellend als zevende. De wereldtitel ging naar de favoriete Federica Pellegrini (in 1.55,58). Kylie Palmer uit Australië eindigde als tweede, Camille Muffat uit Frankrijk werd derde.

Heemskerk ging in de finale te hard van start, lag het grootste deel van de race aan de leiding, maar voelde in de laatste vijftig meter de krachten uit haar lichaam wegvloeien. In de laatste meters werd ze aan alle kanten voorbij gezwommen. Ze eindigde als voorlaatste, in een teleurstellende tijd van 1.57,63, ruim twee seconden langzamer dan in de halve finale van gisteren. „Ik snap er zelf helemaal niks van”, zei ze voor de camera’s van de NOS. „Ik was niet zenuwachtig, ik voelde me goed. Maar ik ging gewoon kapot.”

Vrijdag krijgt Heemskerk een nieuwe kans, op de 100 meter vrije slag. Wegens haar hoge snelheid lijkt dat nummer haar op dit moment beter te liggen. Het afgelopen jaar leek ze de binnenlandse concurrentiestrijd met Ranomi Kromowidjojo te verliezen, maar sinds Heemskerk van Amsterdam naar de Franse trainer Romain Barnier en diens zwemgroep in Marseille overstapte, lijkt ze een grote stap te hebben gemaakt.

Zondagmiddag klokte Heemskerk op de 4x100 meter vrije slag een splittijd van 52,46 seconden. Daarmee was ze veruit de snelste van het hele veld. Ook haar ploeggenoten Kromowidjojo (53,26) en Marleen Veldhuis (53,33) kwamen niet in de buurt van haar tijd. Op basis van die tijden behoort Heemskerk tot de favorieten voor de wereldtitel. (NRC)