Geef jongeren die 65-pluspas

Nederland is er trots op zijn arbeidsmarkt in relatief korte tijd tot een van de meest flexibele van de EU te hebben gemaakt. Veel meer tijdelijke contracten dan vroeger, veel uitzendwerk en meer oproepkrachten. Flexwerk en flexwerkers, het klinkt goed, maar in de praktijk pakt het toch vaak slecht uit. De flexibilisering van de arbeidsmarkt komt vooral ten laste van de nieuwkomers op de arbeidsmarkt. Iets minder dan 20 procent van de werknemers heeft geen vast arbeidscontract, maar bij jongeren ligt dat percentage veel hoger. Dat geldt ook voor de hogeropgeleiden. Voor hen betekent flexwerk dat werkgevers niet in hun deskundigheid investeren en dat ze vrijwel nooit de kans krijgen managementervaring op te doen. Hun inkomen blijft laag en de kans op een hypotheek voor een eigen huis is vrijwel nihil. Huren is nauwelijks een alternatief, want voor een beetje betaalbaar huis sta je in de Randstad vaak jaren op de wachtlijst.

Niemand wil toch meer een vaste baan, hoor je wel zeggen. Misschien nog niet als je 25 bent, maar vijf of tien jaar later ziet het er toch heel anders uit. Wie een gezin gaat stichten en goed wil wonen, is op een vaste baan aangewezen. Die blijkt ook op de krappe arbeidsmarkt van Nederland moeilijk te vinden. De vaste banen zitten bij de ouderen en gaan die met pensioen dan worden die banen vaak veranderd in tijdelijke posten tegen vaak ook een lager salaris. Dat is voor de ouder wordende jongeren heel vervelend, omdat ze al geen reserves hebben kunnen vormen en vaak ook nog een studieschuld moeten aflossen. Jonge gezinnen hebben het toch al moeilijk, omdat de vrouw meestal minder uren gaat werken, terwijl de kosten van levensonderhoud juist toenemen. Als er kinderen komen, gaan ze er een kwart tot eenderde in inkomen op achteruit.

Ouderen hebben uitloopvoordelen, jongeren vooral veel aanloopkosten. Wie met pensioen gaat, heeft meestal alles al en in veel gevallen ook nog geld op de bank. In Nederland zijn het dan ook de ouderen die de jongeren financieel steunen. De eerste auto, de kinderkamer, de keuken met alles wat daarbij hoort, tot de aankoop van het eigen huis toe – zonder hulp van de ouders gaat het vaak niet. Vrijwel nooit hoeven in Nederland de ouders bij hun kinderen voor geld aan te kloppen.

Toch zijn het de ouderen die overal korting krijgen (musea, ov) en na hun pensioen ook geen sociale premies meer hoeven te betalen. Hun kinderen hebben die voordelen vaak meer nodig, maar ja, zij organiseren zich niet om hun belangen hoger op de politieke agenda te krijgen.

Paul Schnabel

Paul Schnabel (63) is directeur van het SCP. Op verzoek van nrc.next schreef hij een commentaar bij het rapport ‘Armoedesignalement 2010’.