Fruitvlieg overleeft -196°C

Larven van fruitvliegjes kunnen overleven in vloeibare stiksof (-196 graden Celsius) dankzij hoge concentraties van het aminozuur proline in hun lichaam. Dat ontdekten Tsjechische biologen.

Volgens de onderzoekers, die hun resultaten deze week publiceerden in het wetenschappelijke blad Proceedings of the National Academy of Sciences, zorgt proline ervoor dat het water in het lichaam van de larve bij extreme koude niet bevriest tot ijskristallen, maar dat het overgaat in een soort glasachtige gelei. Dat voorkomt dat er vriesschade ontstaat aan cellen en weefsels.

Al in 1996 lukte het Japanners larven van het fruitvliegje Chymomyza costata een uur in de vloeibare stikstof weer tot leven te wekken. Dat lukte echter alleen bij larven die in de zogeheten diapauze waren, een soort winterslaapachtige toestand. De Tsjechen ontdekten dat deze larven die de extreme kou overleefden bijzonder rijk waren aan proline.

Vervolgens gaven zij larven van 4 weken oud die nog niet in diapauze waren een prolinerijk dieet. Normaal overleven deze jonge larven onderdompeling in vloeibare stikstof niet, maar dankzij de extra proline begonnen bijna alle diepgevroren larven weer te kruipen nadat zij ontdooid waren. Ruim eenderde bleek zich zelfs te kunnen verpoppen en te ontwikkelen tot een volwassen vliegje.

Genetici, die van oudsher veel met het fruitvliegje Drosophila melanogaster werken, zijn erg geïnteresseerd in het Tsjechische onderzoek. Het zou hen helpen als ze de tienduizenden verschillende mutanten konden invriezen voor later gebruik.