Explosie en afwaardering leiden tot crisis in Cyprus

Na Ierland, Portugal en Griekenland dreigt Cyprus het vierde land binnen de eurozone te worden, dat met internationale noodkredieten overeind moet worden gehouden. Gisteren verlaagde Moody’s, een van de drie gezaghebbende kredietbeoordelaars, de financiële betrouwbaarheid van het Middellandse Zee-eiland.

Tegelijkertijd is er een regeringscrisis ontstaan na de ontploffing van een wapenopslagplaats twee weken geleden, waarbij 13 mensen om het leven kwamen. Vanochtend namen alle ministers, op aandringen van president Christofias, ontslag. Eerder al stapten de ministers van Buitenlandse Zaken en Defensie op. De explosie op 11 juli beschadigde een belendende energiecentrale, de grootste van het land. De schade wordt geraamd op 1 miljard euro. Dat is een rekening die Cyprus zich niet kan permitteren.

De staatsschuld van Cyprus bedraagt al zo’n 60 procent van het bbp. Het begrotingstekort liep vorig op tot boven het kritische niveau van 5 procent van het bbp. De Europese Commissie legde hierop al in juni vorig jaar een saneringsprogramma op om binnen drie jaar de staatsfinanciën op orde te krijgen. Cyprus is sinds 2004 lid van de Europese Unie en voerde drie jaar terug de euro in.

De financiële en politieke problemen brachten Moody’s er gisteren toe de kredietwaardigheid van Cyprus te verlagen van ‘A2’ naar ‘Baa1’. Dat is nog maar één niveau boven de gevreesde ‘junkstatus’ van staatsobligaties, die internationale investeerders definitief zou afschrikken om geld aan het land uit te lenen. Na de rapportage van Moody’s liep de rente op tienjarige staatsleningen op tot ruim 10,7 procent. Dat is een hoger percentage dan het niveau waarop Ierland en Portugal bij de Europese Centrale Bank en het IMF aanklopten voor steun.

De financiële problemen van Cyprus, een land met ruim 1,1 miljoen inwoners en een bruto binnenlands product (bbp) van iets meer dan 16 miljard euro, hangen deels samen met die van Griekenland. Het Cypriotische bankwezen zit zwaar in wankele Griekse staatsobligaties. De Bank of Cyprus en Marfin Popular Bank behoren met 5,8 miljard euro tot de grootste schuldeisers van Griekenland. Dit levert volgens Moody’s een serieus risico op dat ook Cyprus „in de komende jaren” op een noodzakelijke reddingsactie van de internationale gemeenschap afstevent.

Standard & Poor’s, een andere grote kredietbeoordelaar, verlaagde gisteren andermaal de kredietwaardigheid van Griekenland, dat al geruime tijd de junkstatus heeft, tot ‘CC’. Volgens verwachting beschouwt het bureau het vorige week aangekondigde reddingsplan voor Griekenland als een tijdelijk faillissement.