Doormeppen met rock-'n-roll uit Ollanda

Samengepropt in een gammel busje en spelen voor eten, bier en benzine.

Hoe is het om op Europese toernee te gaan als drummer van een onbekende band?

Ik ben doorweekt tot op het bot, alsof ik in een lauw bad ben gesprongen. Maar ook na vijftien nummers schreeuwt het publiek in de kokendhete club nog om meer. Dat wordt dus een lange toegift, ook al komt mijn maaginhoud na een week vette Duitse daghappen en halve liters omhoog.

Niks mee te maken. Doorspoelen met koud bier. En door blijven meppen.

Ik ben niet de enige die het heet heeft. Op het eind van de avond zie ik een meisje dansen in haar ondergoed. Opeens verschijnt onze gitarist achter haar… met alleen zijn sokken nog aan. Helaas eindigt de romance vroegtijdig. Het meisje begint met bierglazen te gooien alsof het confettisnippers zijn en wordt de club uitgegooid. Tevergeefs informeert onze gitarist bij omstanders naar haar telefoonnummer. „Misschien moet je weten dat ze getrouwd is.”

Zo gaat dat, op een doordeweekse avondje in Wenen.

Ik ben de drummer van een band die bijna niemand kent, en toch zijn we bezig aan onze tweede Europese tournee. Samengepropt in een gammel busje crossen we tien dagen door Duitsland, Oostenrijk en Italië. We spelen voor eten, voor bier en voor benzine. Heel soms blijft er dan nog wat van de deuropbrengst over. We slapen bij andere bands, (vrienden van) de barman/clubeigenaar of achter het podium.

Wat bezielt vijf dertigers, van wie drie met een gezin, om ruim vijfduizend kilometer door Europa te gaan rijden? Stinkend rijk zullen we er niet van worden. Alleen als we onderweg veel cd’s en T-shirts verkopen spelen we quitte. En wereldberoemd ook niet, want voor alle duidelijkheid: ook in het buitenland is er bijna niemand die onze band kent.

Daarom, geachte onwetenden, nu eerst wat schaamteloze zelfpromotie. Wij zijn The Hitman Hearts en wij maken heavy weight rock-’n-roll. Wie onze bandnaam herkent, heeft vroeger te veel naar Eurosport gekeken. In de jaren negentig glorieerde daar Bret ‘The Hitman’ Hart als meervoudig kampioen van de World Wrestling Federation. Tijdens kitschgala’s ‘vocht’ deze opgeblazen anabool in een zwart-roze worstelpakje (vandaar zijn bijnaam: ‘The Pink and Black Attack’), spiegelbril en glimmende mat tegen aartsrivalen als Hulk Hogan en The Undertaker. Zijn andere bijnaam, ‘The Excellence of Execution’, dankte hij aan zijn stijl in de ring: hard, explosief en meedogenloos.

Bret verdiende, vonden wij, een soundtrack van dubbele scheurgitaren, zware bas en bonkende drums. Om enigszins boven dat geweld uit te komen, zet onze zanger daarbij dezelfde keel op als Bon Scott van AC/DC (voordat die op een nacht stomdronken stikte in zijn eigen braaksel). Het rijke jargon aan worsteltechnieken (screwdriving piledrivers, swinging neckbreakers en crucifix pins) geldt daarbij als onuitputtelijke goudmijn voor songteksten. Tot zover deze reclameboodschap.

Toegegeven, het klinkt misschien niet meteen als commercieel masterplan. Daarom doen The Hitman Hearts alles zelf: albums maken en uitbrengen, optredens regelen. Er is geen platenbons, geen carrièreplanning met multirendabel inverdienmodel, geen tienstappenplan om op Lowlands terecht te komen.

Het enige doel is: met vijf vrienden zo vaak mogelijk ergens heen crossen, daar de muziek spelen die we zelf te gek vinden, de koelkast leegdrinken en weer terugrijden. Als het publiek een goede tijd heeft gehad, is dat meegenomen. Op maandagochtend kruipen we dan weer voldaan achter ons bureau bij de krant, gemeente, projectontwikkelaar, vormgevingsbureau of geestelijke gezondheidszorg.

Dat is wat ons bezielt, en zo speelden we jaren van Amsterdam tot Aalten en van Gemert tot Groningen. En toen dachten we: waarom doen we dit niet in heel Europa? Wat bleek: dat was veel makkelijker dan gedacht. Eén mailbombardement langs Duitse zalen leverde shows op in Braunschweig, Weimar en Berlijn.

Maar veel belangrijker zijn bevriende bands op Myspace en Facebook. Daar hadden we gaandeweg met zielsverwanten upgehooked die van dezelfde elementaire rock-’n -roll (MC5, Ramones, Motörhead en Hellacopters) houden als wij. Zo ontstaat een onzichtbare circuit waarin iedereen van elkaars connecties profiteert.

Het principe is simpel: voor wat hoort wat. Onze Italiaanse maten van de band Gonzales boekten shows voor ons in Turijn, Trento en Florence; wij zorgen ervoor dat zij in Amsterdam, Den Haag en Eindhoven kunnen spelen. Wij genoten in Wenen, onze Oostenrijkse vrienden van Reverend Backlash doen dat dit najaar in Nederland.

Allemaal leuk en aardig, zou je denken, maar hoe kom je aan publiek? Om te beginnen regelen de bevriende bands vaak de promotie en trommelen ze hun eigen fans op. Dat niemand ons kent, hoeft geen nadeel te zijn. Het buitenland geldt immers als de grote gelijkmaker. Daar zijn The Hitman Hearts even onbekend als Tim Knol, Dazzled Kid of Kyteman. En dan ziet een poster of flyer met ‘Hardrock from Holland’ of ‘Rock ’n roll dall’ Ollanda’ er opeens verdomd exotisch uit.

Dankzij die uitheemse bonus stonden we in Toscane op een gigantisch openluchtpodium naast een prachtig meer vol springende vissen (en ja, we hebben altijd hengels bij ons). In de Juz Bar, een tot jeugdhonk omgebouwde kerk in het Oost-Duitse Olbernhau waren we opeens afsluiter van het Valley Riot Open Air. En ook in Frankfurt am Oder moesten de plaatselijke metal- en thrashgrootheden plaatsmaken voor Neerlands anoniemste worstelrockers tijdens een festival dat – oh ironie – Rock Gegen Gewalt heette.

In grote steden als Berlijn, waar altijd en overal bands spelen, werkt dat niet. Daar is het zaak met een bekende hoofdact mee te liften. Vorig jaar lukte dat toen we het in de White Trash het voorprogramma van de Amerikaanse rockhelden Lords of Altamont deden. Naast een volle zaal was er nog een verrassing: een van hun gogodanseressen bleek regelmatig als lichtgewicht showworstelaar ‘Pastalita Deluxe’ in de ring te staan. „Maar eigenlijk ben ik actrice.”

Dit jaar zegde onze beoogde Berlijnse hoofdact op het laatste moment af. Voor acht betalende bezoekers van de Wild at Heart zweetten we alsof we in Wembley speelden. Heel soms werd er geklapt. Gelukkig was er achteraf Schnapps. En niet onbelangrijk: de bazin was wel fan geworden. En dus kunnen we terugkomen.

Want zo werkt het: als je eenmaal in het circuit zit, kun je blijven spelen. Alle vrienden die we vorig jaar in Wenen maakten waren er dit jaar weer, inclusief hun andere vrienden meegenomen. En hoewel dit keer alle kleren aanbleven, speelden we er de beste show van de tour.

We zijn niet alleen. Overal op onze route vinden we sporen van Hollandse collega’s. Op koelkasten en pleepotten prijken stickers van The Accellerators, All For Nothing en Peter Pan Speedrock. De baas van United Club (Turijn) jubelt over zijn jaarlijkse huisband uit Holland, The Apers. „Die kleine punkertjes zijn zo schattig!” De top drie van de eigenaar van de Lochness Pub in Riva del Garda: 1. Green Hornet 2. (na veertig pogingen tot correcte uitspraak) Gewapend Beton en 3. The Hitman Hearts (maar da’s Italiaanse beleefdheid).

Als ik ’s ochtends vroeg eindelijk achter zijn podium in slaap val, schudt hij me wakker. „Hier, eerst nog een Grappa.” Over een paar uur wacht een rit van achthonderd kilometer. Bovendien moet onze bandbus eerst nog worden gemaakt. Tijdens de laatste afdaling stuiterde onze uitlaat over het asfalt, en ook een noodreparatie met een dikke bassnaar heeft niet geholpen. Het is dus de vraag of we na een bezoek aan een garage nog a.) geld overhouden voor benzine b.) op tijd voor de volgende show arriveren.

Het is kortom hoog tijd voor een borrel. „Salute!”