De stille revolutie

Tweewekelijks schrijft Gerrit Komrij over internet in de krant. Meer op nrc.nl/komrij.

Worden er aanslagen voorbereid op internet? Kan een team van gewiekste internetspeurders nagaan of de revolutie in aantocht is? Zijn er op internet aankondigingen, geheime boodschappen en versleutelde startsignalen in omloop waar hoognodig het antwoord op past van een overheidsbureau, een eliteteam, een statig pand aan een lommerrijke laan met een intimiderende voordeur waarnaast een bord met CYBER REVOLUTION SQUAD?

’t Is al te laat, vrees ik.

Er waren al meer ondergrondse revoluties. Miljoenen immigranten nestelden zich in Europa, zonder dat ze een onomwonden richtlijn kregen hoe zich te gedragen. Het socialisme en het kapitalisme leden schipbreuk. De sociale patronen veranderden, de culturele bagage, het straatbeeld – opeens was daar die dodelijk mengeling van kliklijn, volksgericht en truttigheid. Overal waren de overheden te laat bij, dus voor deze digitale ontwikkeling zeker.

Er worden aanslagen aangekondigd op internet. Er wordt een revolutie beraamd op internet. Dat is het resultaat van alle genoemde ontwikkelingen bij elkaar. Politici die niet het goeie voorbeeld geven, een luie volksvertegenwoordiging, een mercantiele, naar de middelmaat strevende cultuur, een nieuwe massa van paupers en laagontwikkelden die niet opgevoed maar gepamperd worden. De democratie denkt dat ze een paradijsje heeft geschapen. Ga naar internet en je ruikt, hoort, ziet en voelt de ontevredenheid.

Af en toe schiet er een lelijke wind uit die poel omhoog. Af en toe staat iemand op uit die morrende legioenen, van wie de eer, de centen en de beschaving werden afgepakt, en begint te schieten. Voor de tijd echt rijp is, zal ik maar zeggen. Onmiddellijk barstten de commentaren los, toen de doodsengel van Utoya een blanke, blonde Viking bleek. En zijn doelwit de democratie. ‘Anders Breyvik heeft de kaarten geschud. U moet opnieuw beginnen’, schreef ik dezelfde dag nog op Facebook. Als iets duidelijk maakte dat ons politieke en morele landschap aan een herdefiniëring toe was, en dat ons nu, hoe bloederig ook, het voorrecht van een tabula rasa was geschonken, de kans om na te denken vanuit het niets, dan was het deze aanslag. Maar de meeste commentatoren draaiden hun oude riedeltjes af. De zwanenzang van links en rechts.

Al heb ik niets met zulke discussies, toch geef ik toe dat ik last had van Schadenfreude toen ik aan Wilders dacht. Maar dat had niets met politiek te maken, dat is persoonlijk, dat komt omdat ik graag een arrogante kwast spitsroeden zie lopen. En de PvdA is daarvoor te klein geworden.

De overheid heeft de bloeddorstigheid kunnen lokaliseren. De rechter zal de man die voor zijn beurt schoot straffen. Maar wie kan de onmin lokaliseren? De onmin op internet is massief, polymorf, vloeibaar en vermommingsziek.

Er was een tijd dat het volk voor de paleispoorten morde. Dat het volk voor protestdemonstraties de straat opging. Lange slingers trokken door de stad. Zoveel decibel onmin. Zoveel kilometer onmin. De onmin viel in te schatten.

Terwijl ze in de parlementszalen links en rechts nog denken dat ze links en rechts zijn om daar hun grappige oude spelletjes vol te houden in de nostalgische revue die democratie heet, zijn er op internet nu constant gigantische betogingen gaande en onmeetbare protesten. De kantoorklerken die in de tijd van hun baas ook iets te zeuren hebben vertroebelen het zicht op die menigte, maar ze is er. De overheid kijkt uit het raam en ziet het rustige ritselen in de lommerrijke laan. Er drijven hints en versleutelingen langs die ze niet verstaan. En al zien ze de onmin, dan kunnen ze die niet begrijpen. Dan kijken ze ernaar als een kastelein naar een dichtbundel.

De financiële crisis spitst de onmin toe. Nu praten over één gevaarlijke gek, een individu dat de kluts kwijt is, een losgeslagen eenling – dat is nog uit de taal van de oude verhoudingen.