Cijfers hebben een geslacht, zo voelt het

Pythagoras zei het al en ook de oude Chinese filosofen dachten het: oneven getallen zijn mannelijk, even getallen zijn vrouwelijk. Verrassend is dat ook moderne Amerikaanse proefpersonen onbewust diezelfde associatie hebben. Als ze een foto van een baby zien waarvan het geslacht onduidelijk is, vinden ze het waarschijnlijker dat het een jongetje is als er een oneven getal bij staat en dat het een meisje is als er een even getal bij staat. Hetzelfde geldt voor genummerde Bulgaarse en Spaanse namen (zoals ‘Alekseev’): die vinden ze mannelijker als er een oneven en vrouwelijker als er een even getal bij staat. Dat laten Amerikaanse psychologen zien in een vorige week online voorgepubliceerd artikel dat binnenkort zal verschijnen in Journal of Experimental Psychology: General.

De verklaring moet volgens de onderzoekers worden gezocht in een gangbare – en momenteel heel populaire – opvatting binnen de psychologie dat ideeën over abstracte concepten afgeleid zijn van ervaringen met concrete concepten. Bijvoorbeeld: over het abstracte begrip ‘moraliteit’ spreken we in concrete termen als ‘vuil’ en ‘zuiver’; over ‘belang’, dus metaforisch gewicht, in termen van ‘zwaar’ en ‘licht’.

De onderzoekers menen dat de concrete concepten ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ als hulpmiddel hebben gediend bij het construeren van de oorspronkelijk ingewikkelde abstracte concepten ‘oneven’ en ‘even’. Even getallen, deelbaar door twee immers, zouden meer met relaties te maken hebben; oneven getallen zouden ‘autonomer’ zijn.

De onderzoekers vragen zich nu af hoe algemeen het verschijnsel is – of we even getallen bijvoorbeeld ook emotioneler en vriendelijker vinden en oneven getallen analytischer.