Blanke watjes in de wereld van een junk

Den Hartogh en Osterop wilden een stuk maken over een wereld die ze niet kenden.

De acteurs kwamen uit bij de Bijlmerbajes, bij de verslaafde meneer van Ooyen.

„Astie optie Versaatsjpatáás looptie, sallie ookwoèl folle mòòniebèggie hèbbuh!” Als hij op Versace-schoenen loopt, zal hij ook wel een goed gevulde portemonnee hebben. Aan het woord is Sanne den Hartogh – zorgeloze jeugd, goede opleiding, geprezen om zijn acteerprestaties, die zich met zelfverzonnen slang probeert in te leven in een dakloze junk die mensen berooft om aan geld voor zijn shot te komen.

Kansloos, uiteraard. En dat is precies wat acteurs Den Hartogh en Marcel Osterop in het stuk Meneer van Ooyen willen aantonen. Osterop: „Twee nette toneeljongens die zich proberen in te leven in een drugsverslaafde veelpleger, dat is natuurlijk eigenlijk aanmatigend. Dus wilden wij niet een stuk maken over die drugsverslaafde crimineel, maar over onze pogingen iets van zijn wereld te begrijpen. En hoe dat gedoemd is te mislukken.” Ze doen dat in een vijftal scènes, met allerhande kostuums en rekwisieten, en verschillende taalexperimenten. „Die slang zit erin om onze grootheidswaan te illustreren: je ziet toch twee blanke watjes die streetwise proberen te zijn.”

Osterop en Den Hartogh maakten Meneer van Ooyen vorig jaar, dit seizoen gaat het stuk in reprise en is het op Lowlands te zien. Het idee was een voorstelling te maken over een wereld die ze echt niet kenden, die zo ver mogelijk van hen afstond. Ze kwamen uit bij de Bijlmerbajes. Osterop: „Het is raar, onze wereld is compleet gescheiden van die van de mannen die daar belanden. Je kunt in dezelfde stad wonen, maar je hebt nooit iets met elkaar te maken. Behalve als zij je op straat overvallen. En toen wij op bezoek kwamen in die gevangenis.”

Hun eerste idee was tien gedetineerden te interviewen. Maar de eerste, Marcel van Ooyen, was zo coöperatief en welbespraakt dat ze zich beperkten tot zes ontmoetingen met hem – hij was immers ook representatief voor alle mannen op zijn afdeling; slechte jeugd, vanaf zijn veertiende verslaafd aan heroïne, draaideurcrimineel. Elke ontmoeting met hem was weer compleet anders, vertelt Osterop. „De ene keer was hij clean en ervan overtuigd dat hij beter ging worden, de volgende keer had hij net gebruikt, was-ie een paar dagen kwijt en schepte hij op over de romantiek van het junkenleven. Hij sprak zichzelf voortdurend tegen. Dan weer zou zijn verslaving zijn ondergang worden, even later was het het beste leven wat je je voor kunt stellen. Die onvoorspelbaarheid maakte die ontmoetingen dramaturgisch heel interessant.”

De zes ontmoetingen, verspreid over een periode van twee jaar, leverden tweehonderd pagina’s documentatie op. „Maar we wilden het niet realistisch, niet documentair brengen. Het was zo rauw, zo zonder enige hoop en in die zin niet-theatraal, dat we het wel anders móésten aanpakken. Bovendien vonden we het dus een beetje cheap als wij de crimineel zouden spelen.” Daarom kozen ze ervoor vijf scènes te spelen waarin twee nette jongens zich steeds op een andere manier in verschillende aspecten van verslaving verdiepen. Op zeker moment verkleedt Osterop zich als David Bowie. „Dan wordt de junk opeens een rockster. Dat verwijst naar de gesprekken met Van Ooyen, met dat romantische rock-’n-rollideaal dat hij soms van zijn leven maakte.”

Het tweede deel van de voorstelling heeft de vorm van een trip. Er is een dialoog die zich steeds herhaalt, als in een soort trance, er zijn caleidoscopische, hallucinatoire lichteffecten en een soundtrack die steeds heftiger en heftiger wordt tot-ie totaal ontspoort. Osterop: „In dat deel zie je de pogingen van twee mensen om de ultieme vrijheid te vinden, waar mensen toe in staat zijn als ze proberen uit het leven los te breken.”

Meneer van Ooyen is een muziektheatervoorstelling, de muziek van William Bakker is continu aanwezig, als een soundtrack. De muziek houdt het midden tussen rock en elektronisch; met brullende gitaren, maar ook met een dancenummer dat compleet ontspoort. Het is meestal hard, pompeus en stoer. Maar Bakker voegde ook een bewerking van een klassiek werk van Erik Satie toe.

Osterop: „De soundtrack van William zet de wereld van meneer Van Ooyen kracht bij. Het versterkt het theatrale aspect, en voegt ook een element van hoop toe.” Door zijn vorm – „meer een theaterconcert dan een voorstelling” – is Meneer van Ooyen uitermate geschikt voor Lowlands, denkt Osterop.

En hoe is het intussen met hun onderwerp, Marcel van Ooyen? „Hij kwam vorig jaar kijken bij de première, maar was toen nogal verdoofd door de methadon, dus hij reageerde een beetje mat. Maar via via hoorden we dat hij er heel trots op is.” Intussen is hij uit de gevangenis en clean. „We hielden dat toen niet voor mogelijk, maar het gaat goed met hem. Hij zei weleens dat het enige wat hij voor de samenleving terug kon doen, was een onzichtbare burgerlul worden. Dat lijkt hem nu te zijn gelukt.”