Zelf wees hij snel schuldigen aan

Wilders zei eerder dat linkse politici „medeverantwoordelijk” waren voor een „sfeer die kan leiden tot haat en geweld”.

De PVV en hij, verklaarde Geert Wilders gisteren schriftelijk, kunnen op geen enkele manier verantwoordelijk worden gehouden voor „een eenzame verknipte idioot die de vrijheidslievende anti-islamiseringsidealen op gewelddadige manier misbruikt”. Hij verwierp daarmee suggesties van critici die wijzen op de overeenkomsten tussen de retoriek van de PVV, die is gericht tegen de islam en het establishment, en de haat voor islam en sociaal-democratie die de Noor Anders Breivik als rechtvaardiging aanvoerde voor zijn moordpartijen afgelopen vrijdag in Oslo en op het eiland Utøya.

Niemand mag Wilders ervan beschuldigen dat hij bijdraagt aan een maatschappelijke sfeer waaraan een enkeling als Breivik inspiratie ontleent voor zijn handelingen, vindt de PVV-leider. Wilders is op geen enkele manier verantwoordelijk.

Het inzicht dat politici niet verantwoordelijk zijn voor andermans daden, had Wilders niet altijd. In 2009 noemde hij D66-leider Pechtold en PvdA-politicus Van der Laan „politieke handlangers” van Mohammed B., de islamitisch geïnspireerde moordenaar van Theo van Gogh. Pechtold had Wilders een racist genoemd, Van der Laan vond hem een gevaar voor de rechtsstaat. Op de vraag waarom dat ze handlangers van Mohammed B. maakte, antwoordde Wilders: „Omdat ze opnieuw zo’n sfeer creëren. Moet je je voorstellen dat een labiel persoon eerst hoort dat wetenschappers ons in de extreem-rechtse hoek drukken, dan een Kamerlid en dan een minister. Dat is nogal wat. [...] Daardoor ben je medeverantwoordelijk voor een sfeer die kan leiden tot haat en geweld.”

Diezelfde redenering volgde Wilders in 2007 toen CDA’er Doekle Terpstra in een open brief opriep Wilders te bestrijden. De PVV-leider zei daarover: „Terpstra zegt: ‘Wilders is het kwaad, dat kwaad moet gestopt.’ Dat is niet alleen demoniseren. Als je labiel bent, nee, je hoeft niet eens labiel te zijn, dan kan je misschien denken, laat ik die Wilders eens wat aandoen. Als dat gebeurt, is dat mede op zijn conto te schrijven.”

Dat Wilders nu zulke aanvallen op hemzelf onterecht vindt, lijkt erop te duiden dat hij zijn eigen redenering van toen niet meer volgt.

Maar welke uitspraken van Wilders leiden nu tot aantijgingen dat Breivik zich door hem zou hebben laten inspireren? De conservatieve columnist Bart Jan Spruyt, die kort bij de PVV zat, noemde het gisteren de „apocalyptische retoriek” van de leider.

Twee voorbeelden uit het repertoire van Wilders: „De Weimarrepubliek weigerde voor de vrijheid te vechten en werd door een totalitaire ideologie overrompeld, met catastrofale gevolgen voor Duitsland, de rest van Europa en voor de wereld. Verzuimt u het niet om vandaag voor uw vrijheid te vechten.” En: „De islam wil overheersen en is uit op de vernietiging van onze westerse beschaving. In 1945 werd in Europa het nazisme overwonnen. In 1989 werd in Europa het communisme overwonnen. Nu moet de islamitische ideologie worden overwonnen. Stop de islamisering. Verdedig onze vrijheid.”

Vergelijkbare taal gebruikt Wilders als hij zegt wie in zijn ogen schuldig zijn: „Linkse multiculturalisten faciliteren de islamisering van Europa. Ze staan te juichen bij elke nieuwe shariabank, bij elke nieuwe islamitische school, bij elke nieuwe moskee. [...] De hele linkse elite is schuldig aan het praktiseren van cultuurrelativisme. Universiteiten, kerken, vakbonden, de media, politici. Ze verraden allen onze hard bevochten vrijheden.”

Het zijn dit soort maatschappelijke analyses waarmee Wilders zich de bewondering van extreem-rechtse burgers op de hals haalt. Een aantrekkingskracht die volgens de PVV in het geheel niet wederzijds is.