Verwarring over kosten noodhulp is net begonnen

Iedereen in Europa worstelt met de uitleg van het akkoord over Griekse steun. Maar premier Rutte legde de tekst wel erg in eigen voordeel uit.

Geblunder. Geklungel. Een vergissing van 50 miljard euro in uw nadeel.

Allemaal kwalificaties van de manier waarop premier Mark Rutte een overeenkomst in Brussel heeft uitgelegd.

Middenin de zomer, bij afwezigheid van vele Kamerleden, is consternatie ontstaan over de omvang van een nieuwe hulpoperatie voor Griekenland, een operatie die al bij voorbaat politiek omstreden was.

Terwijl een groot deel van Nederland op dit moment niet oplet omdat men ergens vakantie viert, moet minister-president Rutte alle zeilen bijzetten om in de schuldencrisis op de been te blijven. Heeft hij vorige week echt ingestemd met een akkoord waarbij hij 50 miljard euro beter uit dacht te zijn dan in werkelijkheid het geval is? Beheerst de premier de lesstof niet?

Wie de persconferentie van Rutte vorige week donderdag heeft gevolgd, ziet dat hier geen sprake is van een verspreking of een misverstand. De premier was tekstvast en las van papier de antwoorden op die later verwarring zaaiden. De uitspraken die hij deed waren zorgvuldig voorbereid door topambtenaren die de laatste weken met niets anders bezig waren dan een nieuwe ronde van steun. Het hoofddoel was: banken, beleggers en pensioenfondsen moeten ook meebetalen aan de noodhulp. Aangejaagd door de Tweede Kamer werd dat de belangrijkste inzet van de onderhandelingen in Brussel. De private sector moest koste wat kost ook pijn lijden. Politici in Duitsland en Nederland zijn van mening dat zij anders de extra steun aan Griekenland niet aan hun electoraat kunnen uitleggen.

Die private betrokkenheid is bijna een obsessie geworden. In de verdediging van de noodhulp zijn de lusten iets te gretig uitgevent, en de lasten juist niet. Het eindresultaat van deze ‘spin’ is een brief waarin het kabinet zich rijk rekent. Met een niet in het politieke debat te reproduceren cijferexercitie wordt het akkoord aan de Kamer verkocht. Het glas is niet halfleeg, niet halfvol, maar uitermate halfvol. Zoiets.

Wat het kabinet kennelijk vergeet is dat collega’s in het buitenland vergelijkbare problemen ervaren. Het laatste akkoord uit Brussel is zo cryptisch dat deskundigen, analisten, economen en buitenlandse politici zich het hoofd breken over wat er precies besloten is. Er zijn te veel witte vlekken. Neemt de schuld van Griekenland niet toe door deze operatie? Worden de lasten van het land wel verlicht? Hoe zeker kunnen we zijn van de ‘vrijwillige’ betrokkenheid van de private sector?

Het beneemt het zicht op de gezamenlijke revolutionaire koerswijziging van landen uit de eurozone. Een boodschap die gevoelig ligt en daarom in Noord-Europese landen niet gebracht wordt: we stevenen af op één Europese obligatiemarkt waarbij de sterkere landen voor de zwakkere betalen. En waar herverdeling geruisloos plaatsvindt.

Wat Nederland kwijt is aan de jongste steunoperatie is sowieso niet bekend. Omdat de meeste geldstromen van Europese noodhulp buiten de definitie van de rijksbegroting zijn geplaatst, dreigt ook hier een schijndiscussie te ontstaan in de categorie ‘het kost ons niets, het zijn garanties’. En: we hoeven niet extra te bezuinigen, want deze uitgaven vallen niet „binnen de kaders”. In dat opzicht is de verwarring over de miljardensteun pas net begonnen.