Schone Tour?

De vraag of hij zijn Tourzege te danken had aan het biologisch paspoortprogramma, beantwoorde Cadel Evans afwerend: „Ik geloof niet dat ik in de positie ben hierop commentaar te geven, sorry.” Het antwoord viel niet in goede aarde. Een Tourwinnaar hoort schone sport te promoten, als hij daar zelf in gelooft. Een Franse journalist drong nog aan, maar Cadel zweeg.

In zijn gele periode vertikte Thomas Voeckler het ook verhelderende antwoorden te geven. „Ik heb mijn ideeën, maar ik wil niet het gezicht van het schone wielrennen zijn”.

Vraag een wielrenner naar antwoorden en hij trekt een rookgordijn op. Ik denk dat het schaamte is; strategische schaamte om de bankschroef van de geschiedenis. Al zou hij clean koersen, hij kan het niet bewijzen, zelfs niet met een negatieve dopingtest. Oudere renners mompelen soms iets van: het is nu een stuk leefbaarder dan het was, heus. Maar dan mag je al geen veelwinnaar zijn.

Een mens moet een beetje zot zijn om zich dagelijks aan de agressieve röntgenstraling van het paspoortprogramma bloot te stellen. Het is een gijzeling: fysiek, mentaal, emotioneel en moreel. De renner is van nature een zotte slaaf, een intrinsiek slecht personage is hij niet. Dat hij tegen zichzelf, en vooral tegen de echte idioten rondom hem in bescherming wordt genomen, juicht hij stiekem toe.

Was het een schone Tour? De vraag lag als een kloppende ader onder de huid van de koers. Tv-commentatoren bogen zich erover in fantastische speculaties. En er waren feiten. Beklimmingen werden veel minder snel genomen dan op de wilde epofeesten van de jaren negentig en de bloedtransfusieparty’s van het decennium daarna. In de bochten van Alpe d’Huez zag ik geen Marco P. bijremmen om er niet uit te vliegen. Op een feestje voor oud-renners werd de constructeursprijs, de Dr. Michele Ferrari Trofee, voor het eerst sinds jaren niet uitgereikt.

Frédéric Grappe is dokter in biomechanica, dopingkruisvaarder, trainer van de ploeg Française des Jeux. Volgens hem is Evans de norm. „Hij deed het niet beter dan in de andere jaren, maar de Schlecks en Contador waren langzamer. We hebben het echte wielrennen gezien”, zei hij in Le Journal du Dimanche.

Het echte wielrennen, zou het ooit bestaan hebben?

Gesjoemel is ondanks de repressie nog altijd mogelijk. Zeker is het wel dat de kruiwagens van het veredelde zuurstoftransport zijn vastgelopen. En het antidopingapparaat heeft minstens de volharding van Evans.

Volgende keer iets over de harde wetenschap achter het biologisch paspoort.