Polarisatie Oslo gaat gewoon door

Oslo is een homogene, vreedzame stad. Althans, zo lijkt het na de aanslagen van afgelopen weekeinde. Maar de eenheid tussen de rijke, blanke westoever en de arme oostoever lijkt een illusie.

„Godzijdank was het geen buitenlander.” Op haar met kleurige bloemen gedecoreerde balkon in de welvarende Oslose buitenwijk Skøyen reageert de gepensioneerde verpleegster Ingrid Bergland opgelucht op de aanslagen die haar land vorige week troffen. „Anders had het hier behoorlijk uit de hand kunnen lopen. Dan was er echt een kloof ontstaan tussen oost en west.”

Bergland doelt op de reeds bestaande scheiding in de Noorse hoofdstad. Het beeld van Oslo is dat van een homogene, vreedzame stad. Een beeld dat werd bevestigd tijdens de herdenkingsmars voor de slachtoffers van de aanslagen en de politiek reacties. Solidariteit, eenheid – dat was de boodschap.

Maar in werkelijkheid bestaat Oslo uit twee werelden: de rijke, veilige en hoofdzakelijk blanke westoever tegenover de arme, onveiliger oostoever die vooral bewoond wordt door migranten, en dan voornamelijk moslims.

Het contrast tussen die twee is enorm. Een paar blokken achter de plek van de aanslag, net over de Akerselva-rivier die Oslo in tweeën snijdt, verandert de stad direct in een centrum van zwarte mensen, vooral Somaliërs. Hier zijn geen interieurzaken met namen als The Good Living en jachthavens, hier zijn halalslagerijen en belwinkels. De facto is er segregatie. Voor de koffiehuizen en alcoholvrije cafés zie je uitsluitend Turken en Somaliërs. De schaarse Noren zitten samengepakt bij een bruine kroeg.

Tussen die werelden ontstaan steeds meer spanningen. Inwoners van het westen zeggen dat de buitenlanders in het oosten van de stad niet integreren. Ze willen de taal niet leren en ze werken niet. Er zijn beschuldigingen van groepsverkrachtingen door Somaliërs en Pakistanen, en natuurlijk van drugshandel. Een buschauffeur in Skøyen mompelt: „Ze zijn allemaal welkom, maar ze moeten zich aanpassen”.

Natuurlijk zijn die spanningen niet te vergelijken met de situaties in bijvoorbeeld Zweden en Denemarken. De Noren zijn veel minder xenofoob. Ook is er geen sprake van met migratie verbonden geweld, zoals in Frankrijk. Maar als de aanslagpleger een migrant was geweest, een moslim, dan had de situatie volgens velen ernstig kunnen verslechteren.

Oslo is niet uniek. Ondanks de hoge welvaart en de lage werkloosheid is in heel Noorwegen het sentiment tegen immigranten sterk toegenomen. Dat blijkt uit de groeiende populariteit van de conservatieve Vooruitgangspartij. Deze partij, waarvan ook Anders Behring Breivik zeven jaar lid was, is de laatste vijf jaar uitgegroeid tot de op één na grootste van het land. En ook al wordt zij buiten de regering gehouden, haar stempel op het beleid heeft ze al gedrukt. De Arbeiderspartij van premier Jens Stoltenberg heeft nog niet zo lang geleden het immigratie- en asielbeleid fors aangescherpt – volgens analisten uit angst om stemmen aan rechts te verliezen.

De rechts-populistische Vooruitgangspartij hamert al jaren op een strenger immigratiebeleid, maar is niet te vergelijken met partijen als de PVV in Nederland of het Front National van Marie Le Pen in Frankrijk. Zie ook Breivik, zeggen commentatoren. Die zegde zijn lidmaatschap op omdat hij de partij te soft vond.

Vast staat dat Noorwegen rechtser is geworden. „Het beeld van een verdraagzaam, vredig en homogeen land, is een illusie”, zegt hoogleraar migratie Lars Gule van het Oslo University College.

Toch blijkt uit de officiële migratiecijfers geen opvallend grote toestroom van (islamitische) buitenlanders. Het land telt ongeveer 600.000 migranten. Dat is ongeveer 12 procent van de bevolking – de meesten zijn de laatste vijftien jaar in Noorwegen komen wonen. Maar de grootste groep zijn Polen, Zweden en Duitsers – die nauwelijks opvallen. Al met al telt Noorwegen zo’n 170.000 moslims, die volgens de meeste deskundigen vrij goed geïntegreerd zijn. Tweede en derde generatie Pakistanen in Noorwegen staan bekend om hun doorgaans goede opleidingen. Velen zijn arts of advocaat.

In zijn belwinkel in de migrantenwijk vlakbij de plek van de aanslag, vertelt de Somaliër Mohammed (31) dat hij zich zorgen maakt over de aanzwellende rechtse sentimenten in zijn land. Hij vindt dat buitenlanders onrecht wordt aangedaan. „Kijk naar mij. Ik spreek Engels, ik werk, heb een eigen zaak. De Noren willen zelf niet integreren. Ze durven niet naar onze wijk te komen.”

Oud-verpleegster Bergland hoopt in de Skøyen-wijk in het westen ondertussen dat de aanslagen zullen leiden tot een kentering in het denken van de Noren over migranten en het immigratiedebat. Ze hoopt dat de Noren zich nu zullen realiseren tot welke daden zulk gedachtegoed kan leiden. Maar volgens hoogleraar Lars Gule is dat ijdele hoop.

Voor nu zijn de mensen in Oslo verenigd. Maar wat gebeurt er als straks de rozen zijn verwelkt, die in de hele stad liggen ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de aanslagen? „Het zal hier weer als vanouds worden”, zegt Gule. „De polarisatie is over een paar maanden weer aan de orde van de dag.”