Om het uur pauze

Schrijver Marcel van Roosmalen bezoekt een cursus voor beveiligers.

Op de verplichte cursus werd vooral gegeten en koffie gedronken.

Op een verschrikkelijk tijdstip – zaterdagochtend rond half negen – stapten fotograaf Jan-Dirk en ik met frisse tegenzin het kantoor van Ingenieurs- en Adviesbureau De Wilde te Beverwijk binnen. De complete directie was aanwezig en trakteerde ons op kopjes Nespresso-koffie. Directeur (en naamgever van het bedrijf) Jeroen de Wilde sloeg ons op de schouder en informeerde naar de autorit vanuit Amsterdam.

„Verschrikkelijk?”

Hij had het laatst ook weer eens gedaan, autorijden. Met de zoontjes naar de Arena om het shirt met ‘de derde ster’ in te slaan. „Wat denk je? He-le zaterdag weg! Foetsie.”

Hij stelde ons voor aan Peter en Ron, zij waren ook iets hoogs bij Ingenieurs- en Adviesbureau De Wilde.

„Peter dit is de krant, krant dit is Peter, een medewerker. Ron dit is de krant, krant dit is Ron, nog een medewerker.”

We kwamen voor de cursus VCA Basis, een afkorting die stond voor ‘Veiligheid, Gezondheid en Milieu Checklist Aannemers’, alle bouwvakkers moesten het certificaat eens in de tien jaar halen, anders verloren ze hun baan. Ingenieurs- en Adviesbureau De Wilde was een van de erkende opleidingsinstituten waar ze bouwvakkers klaarstoomden voor het examen.

„Ik zal eerlijk zijn”, zei directeur Jeroen de Wilde. „Het is een goudmijntje. Verplichte cursussen zijn ideaal. Voor ons dan, want voor de cursisten is het de hel. Die komen hier met tegenzin, maar ik zeg altijd: wat moet, dat moet. En eventjes voor de krant: we halen hier een slagingspercentage van 98 procent. Petje af, hoedje op, hahaha.”

Peter en Ron knikten instemmend. De vraag kwam op waar de cursisten waren. Jeroen stond op en trok voorzichtig een fluwelen gordijn opzij. Achter een tussendeur lagen en hingen een stuk of tien bouwvakkers achter houten tafeltjes. Ze staarden wezenloos naar cursusleider Gabriel van der Velde, een dikke man met een rammelend gebit, die een vuistdik cursusboek doorploegde. „Gappie leest gewoon het hele boek voor”, zei directeur Jeroen. „Het is rampetampen voor de jongens. Af en toe een grapje er tussendoor en dan maar hopen dat ze het een beetje onthouden. Dat is altijd weer spannend. Vanmiddag komen de jongens van het examenbureau, we willen natuurlijk niet dat ons slagingspercentage keldert...”

Om het uur was er een rook/koffiepauze.

Cursusleider Gabriel van de Velde zette dan de videorecorder aan en liet op de televisie een MTV-clipje van Bruce Springsteen zien en horen.

‘Born to be wild’.

Even later kwam hij de directiekamer binnenvallen.

Hij rekte zich uit.

„Klasse Gappie!”, zei directeur Jeroen. „Klasse dat je moeder de vrouw op deze zaterdag weer alleen achter hebt gelaten...”

„Jij weet niet wat ik thuis heb zitten”, antwoordde Gappie.

„Gap”, zei directeur Jeroen. „Deze kerels zijn van de krant, eentje die jij niet leest, een ingewikkelde. Ze willen er even bij komen zitten...”

Gappie: „Zoo-ooo respect...”

We kregen nog een Nespresso.

Omdat ik even stil was en directeur Jeroen niet van stiltes hield, begon hij zijn werknemer zelf maar even te interviewen.

„Gap, wat is het voor groep? Halen ze het examen straks?”

„Niet allemaal, chef”, zei Gap. „Er zitten er een paar tussen die zwaar dyslectisch zijn en eentje ligt er te slapen...”

„Die met die baard?”, vroeg directeur Jeroen.

„Die ja”, zei Gap.

Buiten stonden de bouwvakkers te roken.

Eentje werkte er met chemische toiletten.

„Dan krijg ik dus een lijst met plekken en daar zet ik ze dan neer. Of ik haal ze op.”

Over de verplichte cursus zei hij: „Ja, je moet geen chemische vloeistoffen over je heen krijgen. En als het toch gebeurt, moet je een dokter bellen. Interessant.”

Gappie kwam naar buiten.

„Het moet weer.”

Een bouwvakker: „Godverdomme.”

We slenterden een klaslokaal binnen.

Ik kreeg een tafeltje vooraan.

Gappie denderde door het cursusboek.

„Een rond wit bord, met rode rand, een rode diagonaalstreep met een sigaret betekent:

A) Hier mag gerookt worden.

B) Hier mag niet gerookt worden.

C) Sigaretten alleen aansteken met een lucifer.”

Gappie keek het klaslokaal in.

„Geen vingers”, constateerde hij even later.

„Streep erdoor betekent dat het niet mag. Geen sigaretjes op de werkvloer, mag je verder vergeten, die vraag komt niet terug op het examen....”

Hij liet nog even een dia van een stel longen zien.

„Helemaal zwart, kun je de weg mee asfalteren.”

Hij liep even naar mijn tafeltje en zei: „Een grapje, een ezelsbruggetje... zo proberen we het er in te rammen.”

Een paar vragen later ging ik terug naar de directiekamer, waar de directie uit verveling met elkaar zat te bellen.

„Hallo Peter, met Jeroen, is Ron er ook?”

„Ja, ik schakel je even door.”

Directeur Jeroen nam me mee naar buiten voor ‘een speciaal moment’: de lunchpakketjes voor de cursisten waren gearriveerd.

Hij maakte een zakje open.

„Zo, kijk eens aan: een broodje, een melkje, een fruitje.”

Met de armen vol lunchpakketjes kwam hij terug in de directiekamer. Ron maakte een zakje open en haalde er met een vies gezicht een bevroren appel uit.

„Wat is dit? Geen Marsje?”

Daarna ging ik met directeur Jeroen nog even naar zijn eigen kamer op de tweede verdieping. Soms, als hij zich onder werktijd verveelde, belde hij wel eens naar ‘moeder de vrouw’. „Dan vraag ik of ze even langs fietst. Dan ga ik op het balkon staan en dan zwaai ik naar beneden. Mooi hoor, een eigen bedrijf.”

Beneden klonk de stem van Bruce Springsteen.

Weer een rookpauze.

Of ik nog een Nespresso wilde?

Jeroen dronk de hele dag Nespresso.

„37 cent per cupje, de cursisten krijgen gewone koffie, uit een kan. Reken maar even uit wat ik op die manier bespaar.”

Gappie kwam weer binnen.

„Nog maar een paar honderd pagina’s”, zei hij.

Ik vroeg of de cursisten de muziek van Bruce Springsteen waardeerden.

„Dat weet ik niet”, zei Gappie. „Ik draai dat voor mezelf.”