Literatuurcritici zijn verdacht

De Canadese criticus en literatuurwetenschapper Northrop Frye (1912-1991) werd twaalf jaar lang bespioneerd door de geheime dienst van zijn land, zo blijkt uit het pas vrijgegeven dossier waarover CTV bericht.

Frye was een van de invloedrijkste en meest gerespecteerde Canadese intellectuelen van de twintigste eeuw, maar desondanks ontplooide hij blijkbaar toch dubieuze activiteiten die hem interessant maakten voor de RCMP, de sinds 1984 opgedoekte, controversiële geheime dienst die in de koude oorlog linkse intellectuelen volgde.

Frye was actief in de  vredesbeweging die protesteerde tegen de inmenging van Canada in de Vietnamoorlog. Hij organiseerde een ‘teach-in’ over China en ijverde voor de afschaffing van het apartheidsregime in Zuid-Afrika. Maar toch was hij niet de klassieke linkse academicus die met de studenten mee op de barricaden ging staan. In een column uit die tijd beschreef hij veel vormen van sociale actie als “puur symbolisch of individuele ondernemingen die een aandoenlijk geloof uitdrukken in reclame en publiciteitsstunts”.

Frye schreef omstandig over dichters als William Blake en T.S. Eliot, naast een enorme reeks essays waarin de mythologie een belangrijke plaats innam. In Frye’s geboorteplaats Moncton vindt elk jaar een groot internationaal en tweetalig (Frans-Engels) literatuurfestival plaats dat naar hem is genoemd.