Dierentuin verliest onschuld

Het reptielenhuis is nog altijd mijn favoriete onderdeel van de dierentuin (met het aquarium als goede tweede). Maar sinds ik weet hoe krokodil smaakt en hoe ze in het Caraïbisch gebied leguaan klaarmaken, kijk ik er toch met een andere blik naar. Ook de rest van het dierenpark heeft zijn onschuld allang verloren. Kangoeroe, lekker.

Het reptielenhuis is nog altijd mijn favoriete onderdeel van de dierentuin (met het aquarium als goede tweede). Maar sinds ik weet hoe krokodil smaakt en hoe ze in het Caraïbisch gebied leguaan klaarmaken, kijk ik er toch met een andere blik naar.

Ook de rest van het dierenpark heeft zijn onschuld allang verloren. Kangoeroe, lekker. Springbok, ligt in de diepvries. Zebra, heb ik ook een aantal recepten voor in boekenkast. Eigenlijk is het een grote kinderboerderij geworden: leuk voor de kids, maar het is allemaal eten – met het enige verschil dat je je kinderen niet zo snel een wilde bizon laat aaien.

Ik kan mij nog herinneren dat ik vroeger het kalf voerde in het Amsterdamse bos, dan voelde je die ruwe tong over je hand schrapen. Een beetje gek, maar ook intrigerend gevoel. Tegenwoordig denk ik alleen maar dat je die ruwe laag er zo af pelt na het koken om bij het extreem zachte vlees eronder te komen.

Toch lopen er op de kinderboerderij altijd een of twee dieren die ongetwijfeld te eten zijn, maar nooit eerste keus zouden zijn –bijvoorbeeld een ezel (al schijnen ze daar in China dan weer dol op te zijn). Zo zijn er in de dierentuin ook nog steeds wel een aantal bewoners die ik, wellicht geheel ten onrechte, liever oversla. Aasgier lijkt me bijzonder pezig. En ook de grote katachtige roofdieren trekken me niet zo, evenals hyena’s. Maar goed, wie ben ik? Misschien moet ik het goede recept nog tegenkomen.

Wat wel lekker is, maar toch ook niet voor elke dag, is kangoeroe – mooi mager, rood vlees, met best een flinke wildsmaak. Het was een tijdje geleden in de supermarkt verkrijgbaar, maar er is laatste jaren weer wat moeilijker aan te komen. Laatst wist ik een stuk te bemachtigen en vond een aardig recept voor kangoeroe gemarineerd in sojasaus.

Los de suiker op in de sojasaus. Doe de marinade het liefst in een terrinevorm of iets dergelijks, zodat de biefstukken helemaal onder staan als je ze erin legt. Laat een uurtje of drie staan in de koelkast.

Verwarm de oven voor op 150 graden. Haal de biefstukken uit de marinade, laat ze uitlekken en op kamertemperatuur komen. Pak de biefstukken in met de plakjes bacon. Bak ze even aan in een koekenpan, minuutje of 2-3 aan elke kant. Leg ze daarna op een schaal in de oven. 10 tot 15 minuten voor medium-rare (afhankelijk van de dikte), 20 minuutjes voor medium. Maar kijk uit, het wordt er niet lekkerder op, kangoeroe mag rood gegeten worden.

Smeer voor een intensere smaak het baconjasje tijdens het bakken nog wat in met marinade. Ikzelf haal liever de bacon er weer af voor het opdienen (soja-bacon is echt iets voor de zoutliefhebber). De smaak is tegen die tijd genoeg in het vlees getrokken. Maar laat het niet weg tijdens het bakken. Door dat jasje blijft het vlees lekker sappig en mals.

Soja-kangoeroe

Voor 2 kangoeroebiefstukken van 180 gram:

150 ml sojasaus

100 gram bruine suiker ong. 16 plakjes bacon