De heimwee van ontheemden in hart van Afrika

Schlafkrankheit. Regie: Ulrich Köhler. Met: Pierre Bokma, Jean-Christophe Folly. In: 3 bioscopen. ****

Schrijver Ernest Hemingway zei ooit dat je, als je eenmaal in Afrika geland bent, nog voordat je het continent verlaten hebt er er alweer naar terug begint te verlangen. Die speciale vorm van heimwee speelt de hoofdrol in de Duitse film Schlafkrankheit. De film won op het filmfestival Berlijn de Zilveren Beer voor beste regie. De prijs had een Nederlands tintje, omdat acteur Pierre Bokma een van de hoofdrollen speelt en de derde film van regisseur Ulrich Köhler mede met Nederlands geld is gefinancierd.

Köhler groeide zelf deels in Afrika op en kent het milieu dat hij in zijn film schetst dus goed. Maar verwacht geen goede-doelenfilm. Schlafkrankheit is een raadselachtige, nachtmerrieachtige film die wil ontregelen. Hij zit vol beelden die zich in je onderbewuste nestelen. Grotendeels in de nacht gefilmd met het licht van de hoofdlampen die de personages dragen is hij van een desoriënterende schoonheid.

Regisseur Köhler noemt de Thaise regisseur Apichatpong Weerasethakul, en met name diens Tropical Malady (2004) en Syndromes and a Century (2006) als belangrijke invloeden. Net als die beide films valt ook Schlafkrankheit in twee delen uiteen. In het eerste deel volgen we de ontwikkelingsarts Ebbo Velten (Bokma) die zich na een verblijf van vijf jaar in een slaapziektekliniek in Kameroen voorbreidt op zijn terugkeer naar Duitsland. Zijn werk zit erop, er komen nauwelijks nieuwe patiënten bij, de ziekte lijkt onder controle.

In het tweede deel, dat zich enkele jaren later afspeelt, komt de zwarte Parijse arts Alex Nzila naar Kameroen om het project, dat blijkbaar nog een paar jaar heeft doorgesukkeld, te evalueren. Op de achtergrond speelt de vraag mee in hoeverre ontwikkelingshulp de Afrikaanse problematiek in stand houdt in plaats van helpt op te lossen. Maar Köhler is meer in existentiële vragen geïnteresseerd. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat hij de postkoloniale roman Season of Migration to the North (1966) van de Soedanese schrijver Tayeb Salih noemt als inspiratiebron voor Alex’ verhaal van terugkeer en ontheemding. Al moet natuurlijk ook Joseph Conrads bekendere Heart of Darkness als referentiekader worden genoemd: al was het maar om de rol die de rivier speelt.

Alex en Ebbo zijn elkaar dubbelgangers en spiegelbeelden: geboren vreemdelingen. Ze zijn nergens thuis en maken beiden in de nachtelijke jungle een proces van transformatie door dat even angstaanjagend als vervreemdend is. Net als in de films van Weerasethakul en in tal van Afrikaanse animistische mythen speelt hierbij een rol dat medicijnmannen het vermogen wordt toegedicht om zich in dieren te veranderen.

Een van de vragen die Köhler in zijn film wilde onderzoeken was waarom zijn ouders steeds weer naar Afrika terugkeerden. Was het heimwee, was het hun werk, was het idealisme of was het de schijnidylle en het exotisme die aan Afrika kleven? Een eenduidig antwoord vindt de film hier niet op. Ergens tussen heimwee en Fernweh (verlangen naar de verte) moet dat antwoord worden gezocht: de verslaving aan de verte, die zo nadrukkelijk de romantische last van de witte geprivilegieerde Europeaan is.

Zaterdag in NRC Handelsblad:gesprek met Pierre Bokma