Dan is het nu tijd om te testen

Nog een jaar en dan beginnen de Olympische Zomerspelen.

En Londen ligt op schema: op tijd en binnen het budget.

Op een bordje staat: „Toergroepen in ganzenmars links houden.” Mannen in reflecterende hesjes en met helmen banen zich een weg door een menigte giechelende schoolmeisjes en gepensioneerde wandelaars, nieuwsgierig op weg naar de Olympische Spelen die komen. Het geluid van boren en hamers klinkt als achtergrondmuziek.

Vanaf een heuvel bij metrostation Pudding Mill Lane in Londen is pas goed te zien hoe ver de bouw van het olympisch park is gevorderd: rechts het zwembad, een wit opengeslagen boek, met daarachter de basketbaltent en de flats voor de sporters. Daarachter weer het velodroom, een enorme houten pringle. Op de voorgrond het olympisch stadion.

Met vandaag nog een jaar te gaan tot de Spelen liggen de voorbereidingen op schema. Op tijd en onder de begroting, zoals de betrokkenen niet nalaten te zeggen. Het door de Britse regering, de loterij en de belastingbetaler opgehoeste budget van 9,3 miljard pond is nog niet overschreden.

De zes stadions en het mediacentrum in het olympisch park zijn klaar. De zalmstokerij die op het terrein stond is gedwongen verhuisd. Net als honderden padden en watersalamanders die in de rivier Lea woonden. De grond – vervuild door de chemische materialen van kleine autosloperijen en verffabriekjes – is gereinigd. Er is een bom geruimd, en wapens en skeletten zijn geborgen. Nu begint men aan de inrichting van het landschap en de stadions, en de bouw van winkels en wc’s.

Toch is Paul Deighton, directeur van het organisatiecomité van de Londense Spelen (LOCOG) en daarmee verantwoordelijk voor de gang van zaken en de oplevering, slechts voorzichtig optimistisch. Dat ligt in zijn aard, haast hij zich te zeggen: „Ik ben altijd bescheiden. En er zijn nog twaalf maanden te gaan.”

Vanaf nu gaat het om het afstemmen van alle details en de oplevering. Londen kreeg de Spelen onder meer door de belofte dat de sporters het kloppend hart zouden zijn, en niet de toeschouwers of de sponsors. Sebastian Coe, voorzitter van LOCOG en oud-olympisch atleet, vertelde eerder deze week zich „voortdurend bewust te zijn dat we dit doen voor mensen die hun halve leven trainen voor dit ene moment”.

Alle locaties – zowel de nieuwe als de oude stadions – worden vooraf getest. „We hebben tijd nodig om uit te vinden of alles werkt”, zegt Deighton. „Lord’s [het bekendste cricketstadion,red.] heeft veel ervaring met het organiseren van crickettoernooien, maar boogschieten stelt andere eisen.” Dus reden twee weken geleden de eerste paarden in Greenwich op de zuidoever van de Theems, wordt er zand gelegd op de Horse Guards Parade vlak bij Buckingham Palace, zodat de beachvolleyballers kunnen oefenen. En neemt de Britse schoonspringer Tom Daley vandaag de eerste duik in het olympische zwembad. Nog 35 oefenwedstrijden zullen volgen.

Nu moeten ook de Britten enthousiast worden. Maar daar maakt Deighton zich geen zorgen over; de kaartverkoop toonde immers hoeveel mensen willen komen kijken. Natuurlijk, het verliep chaotisch. Burgemeester Boris Johnson had het zelfs over een „administratieve abnormaliteit”. Naar schatting 1,8 miljoen Britten hebben geen kaartje weten te bemachtigen.

Deighton bekijkt het van de andere kant: in Londen zullen de stadions vol zitten met fans, zonder lege stoelen en al te veel vips. Bij de laatste kaartjesronde, eind dit jaar, krijgen diegenen die tot nu toe zijn teleurgesteld voorrang. En er zijn andere manieren om bij te dragen, zegt hij, en wijst op het vrijwilligersprogramma. Van de 250.000 sollicitanten worden er 70.000 geselecteerd om tijdens de Spelen mee te helpen. „Het is een goede mix van de diversiteit die Londen is”, zegt Deighton, die een jaar geleden nog de hoop uitsprak dat niet alleen de blanke middenklasse maar ook de „Bangladeshi huisvrouw” zich zou aanmelden als vrijwilliger.

Klachten dat de inwoners van de zes wijken rondom het olympisch park te weinig betrokken worden, wijst hij van de hand. Van de 40.000 man die bij de bouw van de stadions zijn betrokken, komt een kwart uit dit deel van Londen. Er zijn stageplaatsen gecreëerd en vaste banen, en met de opening van een groot winkelcentrum in september komen er nog eens 10.000 banen bij. Nu zal ook „een leger van honderdduizend contractanten” worden aangenomen: van cateraars tot schoonmakers.

Wat achterblijft na de Spelen is bovendien een opgeknapt deel van Londen. Zonder „witte olifanten”, overbodige gebouwen die na 2012 niet meer worden gebruikt, belooft Deighton. De flats waar de sporters verblijven, worden gezinswoningen – een school en huisartsenpraktijk zijn al in aanbouw. Het stadion is verkocht aan voetbalclub West Ham.

Vervoer is vooralsnog een logistieke nachtmerrie. Transport for London, de overheidsorganisatie die verantwoordelijk is voor verkeer en openbaar vervoer, verwacht dat boven op de 12 miljoen reizen die dagelijks met het openbaar vervoer worden gemaakt, er tijdens de Spelen 3 miljoen bij komen – mensen die allemaal op dezelfde tijd op een zelfde bestemming willen aankomen.

Maar ook daar wordt hard aan gewerkt. Deighton vertelt over de investeringen die zijn gedaan: er is voor 6,5 miljard besteed aan het spoor en de metro, stations in Oost-Londen zijn heringericht en er wordt onderhandeld met bedrijven over andere werktijden en vooral andere bezorgtijden tijdens de Spelen. „Maar het zal zeker druk worden.” Aan de andere kant, ook drukte is geoefend. Hij wijst op het huwelijk van prins William en Kate Middleton in mei, waar duizenden mensen op afkwamen. „Ook toen was Londen dé plek waar je wilde zijn, en het verliep keurig. Het is een succes als niemand straks merkt dat er zoveel werk in is gestoken.”