China maakt de dienst uit in Brazilië

China is de belangrijkste handelspartner van Brazilië geworden. Maar onder Brazilianen bestaat er onvrede en wantrouwen, vertelt de voorzitter van de handelsvereniging: „Je weet niet altijd met wie je te maken hebt.”

In korte tijd heeft de economische relatie tussen BRIC-landen Brazilië en China een ongekende gedaantewisseling ondergaan. Tussen 1990 en 2009 was China zo goed als onzichtbaar in Brazilië, met slechts investeringen ter waarde van 255 miljoen dollar over een tijdspanne van 19 jaar. Maar vorig jaar ontpopte China zich met 12 miljard dollar ineens als de grootste buitenlandse investeerder in Brazilië.

En het was geen oprisping, zo blijkt uit recente aankondigingen in de Braziliaanse pers met betrekking tot Chinese investeringen van de afgelopen maanden. Enkele voorbeelden. De Chongqing Graan Groep gaat voor 4 miljard dollar een industrieel complex voor de verwerking van soja bouwen in de Braziliaanse deelstaat Bahia. In een andere deelstaat gaat Hangzhou zware machines voor de metaalindustrie fabriceren, waarmee investeringen tot 3 miljard dollar zijn gemoeid.

In 2009 had China de Verenigde Staten als belangrijkste handelspartner van Brazilië al achter zich gelaten. Een ontwikkeling die mede te danken was aan de bijna niet te stillen Chinese behoefte aan grondstoffen als ijzererts en soja, die volop aanwezig zijn in Brazilië. China is nu de grootste exportbestemming voor Brazilië.

In Brazilië wordt de toegenomen interesse van China verwelkomd, maar eveneens met reserves bekeken. „De relatie groeit erg snel, en dat heeft goede kanten, maar ook slechte”, zo zegt Sergio Amaral, ex-minister van Industrie en Buitenlandse handel tijdens de regering van Fernando Henrique Cardoso en tegenwoordig voorzitter van de CEBC, de Braziliaans-Chinese Raad voor bedrijven, in zijn kantoor in São Paulo.

Vooral de snelle opmars van Chinese producten op de Braziliaanse markt wordt argwanend aanschouwd, in het bijzonder door het bedrijfsleven. Met gefronste wenkbrauwen kijken de beleidsmakers in de hoofdstad Brasília bovendien naar de pogingen van Chinese bedrijven om landbouwgrond te kopen in Brazilië.

„In China is het vrijwel onmogelijk om als buitenlander grond te kopen”, merkt Amaral fijntjes op. De voormalige minister zit namens het Braziliaanse bedrijfsleven regelmatig aan tafel met vertegenwoordigers van de Chinese en Braziliaanse regeringen. Hij is net terug van een reis naar China. De CEBC is een van de weinige instituten in Brazilië die nadrukkelijk de relatie met China volgen en bestuderen.

Wat voor verandering heeft de verhouding tussen China en Brazilië ondergaan?

Sergio Amaral: „Aanvankelijk deed China vooral zaken met Brazilië vanwege de aanwezigheid van grondstoffen hier. Daar was en is het land in geïnteresseerd. Maar wat er sinds vorig jaar plaatsheeft is anders. Chinese telecommunicatiebedrijven zijn hier naar toe gekomen. Chinese ondernemingen investeren in havens, wegen, in grote infrastructuur projecten. Er worden joint ventures aangegaan, zoals bijvoorbeeld die van staalbedrijf Wuhan Iron met het Braziliaanse EBX, die een staalfabriek gaan bouwen.”

Deze ontwikkelingen hebben een ‘slechte kant’?

„Je weet niet altijd met je wie te maken hebt, met een bedrijf dat winst wil maken, of met de Chinese regering die iets wil vanuit strategisch belang. Je weet niet wat ze op de langere termijn zullen doen. Van de investeringen die vorig jaar werden gedaan was 92 procent afkomstig van staatsbedrijven. Veel van die bedrijven worden gecontroleerd door SASAC (de commissie die staatsbelangen beheert en direct onder de regering valt, red.), en dan schurk je dicht tegen de politiek aan. Ondertussen probeert China hier landbouwgrond op te kopen, om zo nadrukkelijker de productie van grondstoffen in eigen hand te hebben. Dat roept vragen op.”

Wat veel Braziliaanse ondernemers en politici bovendien dwarszit is de onbalans in de betrekkingen tussen beide landen. 90 procent van de Braziliaanse export zijn grondstoffen, terwijl 90 procent van de Chinese export hier naar toe industriële producten zijn. China wordt wel vergeleken met de voormalige kolonisator Portugal. Die haalde schepen vol grondstoffen naar Lissabon, terwijl in omgekeerde richting boten vol met producten met zogenoemde toegevoegde waarde naar Brazilië gingen.

Toen de Braziliaanse president Dilma Rousseff in mei in China was, heeft zijn nadrukkelijk aangedrongen op meer afzetmogelijkheden voor hoogwaardige producten. Maar of haar pleidooi tot enig resultaat zal leiden moet nog blijken.

Tijdens Rousseffs reis kregen weliswaar drie Braziliaanse vleesproducenten toestemming om varkensvlees te verkopen in China, maar voor tien andere exporteurs bleven de Chinese grenzen dicht. Robson Braga de Andrade, voorzitter van Braziliaanse werkgeversfederatie en lid van Rousseffs delegatie, keerde gefrustreerd terug. „China heeft geen open economie. China importeert en koopt alleen wat en van wie het wil.” Met andere woorden: China maakt de dienst uit.

Is er sprake van scheve betrekkingen tussen beide landen?

„Investeren in China is lastig, het land beschermt zijn markt meer dan Brazilië doet. Vliegtuigbouwer Embraer, aanwezig in China, wilde daar een groter model vliegtuig fabriceren. Het lukte maar niet om een licentie te krijgen, dat duurde eindeloos. Pas na het bezoek van president Dilma Rousseff kwam daar verandering in. Je moet langs allerlei overheidsloketten. Tegelijkertijd zie je wel allerlei Chinese bedrijven hier naar toe komen om hun producten te verkopen, of die hier auto’s willen produceren. Er bestaat bovendien gevaar voor dumping. Dan zetten ze bijvoorbeeld elektronica- en textiel tegen zulke lage prijzen in de markt, dat Braziliaanse producenten er niet tegenop kunnen.”

Betekent het ook niet dat Braziliaanse bedrijven gewoon competitiever moeten worden?

„Het is moeilijk voor Braziliaanse bedrijven in eigen land de concurrentie aan te gaan met Chinese ondernemingen. Dat heeft te maken met de rente, die met 12 procent tot de hoogste in de wereld behoort, vergeleken met 2 procent in China. De belastingdruk is in Brazilië hoger, 37 procent, tegenover 16 procent in China. En de lonen liggen in Brazilië hoger.”

Zijn Braziliaanse bedrijven wel innovatief genoeg om producten te maken die interessant zouden kunnen zijn voor de Chinese markt?

„Er is wel innovatie, kijk maar in de landbouwindustrie, maar natuurlijk kan het beter. Dat betekent ook dat de overheid een klimaat moet scheppen waardoor investeren in innovatie aantrekkelijker wordt. De regering wil nog dit jaar een plan lanceren dat innovatie moet stimuleren, vanuit het wetenschappelijk onderwijs en vanuit het bedrijfsleven. Mogelijk met belastingvoordelen. De Chinese leiders hebben van investeren in technologie een van hun prioriteiten gemaakt. Daar moeten we in Brazilië op reageren voor het te laat is. Op bepaalde terreinen hebben wij een voorsprong. De helft van de energie die wij gebruiken is duurzaam. De ethanolfabrieken draaien volledig op energie die vrijkomt bij het maken van de alcohol die wij gebruiken in plaats van benzine. We zijn voorlopers op dat gebied, daar moet je als iets mee doen.”

Er wordt wel gezegd dat Braziliaanse bedrijven te veel op de binnenlandse markt gericht zijn, en daardoor weinig de grens zijn overgegaan. Klopt dat?

„Dat is aan het veranderen, dankzij de expansie die de Braziliaanse economie de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Er zijn nu veertig Braziliaanse ondernemingen in China, en dat zullen er meer worden. In Zuid-Amerika zijn Braziliaanse bedrijven dominant aanwezig in de bouw, in de energiesector, in de bancaire dienstverlening.”

Riskeert Brazilië, met de nadruk op export van grondstoffen en de exploratie van enorme olievelden, geen ‘Dutch disease’?

„Het land blijft volstromen met dollars, waardoor de real duurder wordt en import steeds goedkoper. Daar kunnen bepaalde Braziliaanse bedrijven moeilijk tegen opboksen. Hoewel onze economie de afgelopen jaren een formidabele groei heeft laten zien, is de infrastructuur er niet op aangepast. We lopen achter met investeringen in infrastructuur, waardoor bijvoorbeeld transport peperduur is. Daardoor verzwakt onze concurrentiepositie. Maar we zitten niet stil, we vernieuwen. Stel je voor wat er gebeurt, als de regering erin slaagt het investeringsklimaat te verbeteren!”