Begonnen met 25 miljard

Amerika heeft het schuldenplafond te danken aan de Eerste Wereldoorlog. Tot 1917 moest het ministerie van Financiën – de uitvoerende macht – voor elke lening toestemming krijgen van het Congres – de wetgevende macht. Het Congres debatteerde dan over het soort lening, over de looptijd en zelfs over het rentepercentage. Zo werkte het Amerikaanse systeem van checks and balances. Maar tijdens de Eerste Wereldoorlog bleek de procedure te omslachtig en traag. Het Congres stond toe dat het ministerie van Financiën op eigen initiatief leningen uitzette om de Amerikaanse krijgsmacht te financieren. Om de uitvoerende macht toch in te perken werd een maximumbedrag ingevoerd. Aan het einde van de oorlog mocht de Amerikaanse staatsschuld maximaal 25 miljard dollar bedragen.

Na de Eerste Wereldoorlog werd het schuldenplafond langzaam opgehoogd. In 1939 mocht de Amerikaanse federale overheid maximaal 45 miljard dollar in het krijt staan bij geldschieters. Toen kwam de aanval op Pearl Harbor in 1941 en raakten de VS betrokken bij de Tweede Wereldoorlog. Tussen 1941 en 1945 werd het plafond jaarlijks verhoogd om de troepen, bommenwerpers en oorlogsschepen te bekostigen. Aan het einde van de oorlog mocht de staatsschuld 300 miljard dollar zijn.

Na de Tweede Wereldoorlog werd het plafond verlaagd tot 275 miljard dollar. Pas in de jaren zestig kwam het plafond uit boven de 300 miljard dollar, het niveau tijdens de Tweede Wereldoorlog. Van 1962 tot de financiële crisis in 2008 verhoogde het Congres het schuldenplafond 69 keer, meestal met relatief kleine stappen. In september 1981 kwam de toegestane maximumschuld voor het eerst boven de 1.000 miljard dollar uit.

Nog nooit zijn de VS door het schuldenplafond geschoten, maar de afgelopen jaren scheelde dat een paar keer niet veel. In 2002, na de ‘dotcomcrisis’ en de aanslagen van 9/11, moest het ministerie van Financiën trucs uithalen om niet het toen geldende maximum van 5.949 miljard dollar te overstijgen. Al een paar keer had de Republikeinse president Bush het Congres gevraagd het plafond te verhogen. In april zat er 25 miljard dollar speling tussen de schuld en het plafond. Alleen door de bijdrage aan het pensioenfonds van ambtenaren op te schorten, bleef de schuld onder het maximum. Later in het jaar lag de schuld slechts 15 miljoen dollar onder het maximum. Gemiddeld kost het de federale overheid 5 minuten om zoveel geld uit te geven. Via noodgrepen wist Bush de schuld onder de limiet te houden. In juni stemde het Congres in met een verhoging tot 6.400 miljard euro. In 2003, 2004, 2005, 2006 en 2007 konden schuldencrises net voorkomen worden door nieuwe verhogingen.

In 2007, aan de vooravond van de kredietcrisis, stond het schuldenplafond op 9.815 miljard dollar. Om de crisis te bestrijden had de overheid veel geld nodig. Banken werden gered, autofabrikanten ontvingen miljardensteun en belastingen gingen omlaag. In drie jaar tijd werd het plafond vijf keer verhoogd. De laatste keer was in februari 2010. Sindsdien mag de staatsschuld maximaal 14.294 miljard dollar bedragen.