Shanghai snakt naar groen

Hard, romantisch, exotisch. Elke wereldstad heeft zijn eigen imago. NRC Handelsblad gaat deze zomer op zoek naar de werkelijkheid achter het cliché van de wereldstad. Elke week een andere, op deze pagina’s en op zaterdag in de bijlage Lux. Deze week: Shanghai

De Grote Groene Sprong Voorwaarts in Shanghai begint op het dak van het appartement van professor Zhao Chunjiang. Daar is, als je hem op 35 hoog door de brede dakgoot ziet lopen, geen twijfel over mogelijk. Over de breedte van zijn appartement zijn bovenop de paarsblauwe dakpannen zonnepanelen gemonteerd. Met het tyfoonseizoen in aantocht controleert hij bouten, moeren en bevestigingskabels.

Tegen zijn gast, die met een duizelig hoofd bij het zolderraam blijft staan, vertelt hij over zijn droom. Als nou eens alle nieuwe appartementengebouwen en villa’s met zonnepanelen worden uitgerust zou die lichtgrijze waas die vaak over Shanghai hangt, vanzelf verdwijnen.

Op de constatering dat het toch de bedoeling was om onder het motto Better City, Better Life 100.000 nieuwe flats en huizen met dergelijke panelen uit te rusten, zegt hij: „Ik zie ze niet, ik geloof dat ik destijds de enige was die dat plan van de Shanghaise regering serieus nam. De groene sprong voorwaarts! Het is bij een kinderstapje gebleven.”

Zhao Chunjiang doceert aan de Universiteit voor Elektriciteit in Shanghai en is daarnaast directeur van een uitstekend lopend fabriekje dat de door hem ontwikkelde systemen levert aan huiseigenaren in Japan. Chinese klanten heeft hij nauwelijks, en dat is ook te zien vanuit de zolderkamer. Tot zover het oog reikt, kijken we uit over nieuwe wijken, wouden van wolkenkrabbers, fabrieksterreinen, elektriciteitsdraden en, herkenbaar aan de witte rookpluimen, de energiecentrales. Shanghai ligt te sluimeren in de broeikasachtige warmte. Er is geen zonnepaneel te zien, behalve die van professor Zhao.

Hij wijst naar een fabrieksterrein waarboven een windturbine uittorent. „Een Chinees-Duits bedrijf. Ze monteren de wieken aan de turbines die vervolgens worden geëxporteerd. Alle fabrieken voor schone-energietechnologie hier in Shanghai werken voor de exportmarkt, net als mijn bedrijfje”, zegt Zhao.

Met eigen geld heeft Zhao op het dak zonnepanelen geïnstalleerd die meer dan voldoende energie leveren om het ruime, 250 vierkante meter grote appartement in de zomer af te koelen en in de winter te verwarmen. Met een laptop regelt hij de temperaturen in alle kamers, want met inwonende bejaarde ouders en schoonouders ontstaat er gemakkelijk ruzie over de thermostaat. Dat komt ook doordat hij in de winter vaak de verwarming uitzet. „Een dikke jas en een paar truien zijn de beste manier om energie te besparen”, zegt hij opgewekt.

De investering in zonne-energie zal hij met de huidige elektriciteitsprijzen pas over 60 jaar terugverdiend hebben. Dat zou sneller gaan als hij elektriciteit zou mogen verkopen aan de andere bewoners van het appartementsgebouw. „De energiemaatschappij wil dat niet en kan dat ook technisch niet”, zegt hij. „Die houdt tot op het hoogste niveau de invoering van groene energie tegen, ze vormt het grootste obstakel.”

Dat is niet het hele verhaal. De Chinese elektriciteitsmaatschappijen zijn staatsbedrijven die geleid worden door bestuursvoorzitters die zijn benoemd door het personeelsdepartement van de Communistische Partij van China. In Shanghai hebben zij opdracht de zwaarste motor van de Chinese economie van energie te voorzien. Van de goedkoopste energie – en dat zijn kolen. Van de plannen en wettelijke vereisten dat zij groene energie moeten leveren en doorgeven komt in de praktijk weinig terecht.

Het stadsbestuur – partij en gemeente – mag dan het ene na het andere groene initiatief aankondigen en uitvoeren om de metropool (23 miljoen inwoners, inclusief 8 miljoen arbeidsmigranten) leefbaar te houden, de grijze sluier, in de winter soms bruingeel, wil maar niet verdwijnen. Tijdens de Wereldtentoonstelling 2010 werd het ene na het andere groene initiatief aangekondigd, maar de Expo was nog geen 48 uur gesloten of de Shanghai Daily meldde dat de lucht weer net zo vervuild was als voor de opening.

Geen Shanghaise partijsecretaris of burgemeester, hoe invloedrijk ook, kan of durft risico’s te nemen met de economische groei van de stad. Zeker niet als zij allebei ambities hebben eens op te klimmen naar het kleine politbureau van de CPC in Peking. Dat neemt niet weg dat in de afgelopen jaren toch stappen zijn gezet om Shanghai leefbaar te houden. Shanghai oogt en is schoner dan Peking. De waterzuivering is drastisch verbeterd, het gebruik van kolen in huishoudens uitgebannen, net als dieselbussen. Tweetaktscooters zijn van de straat gehaald, elektrische bussen, schonere scooters (vanaf 350 euro) en snorfietsen (vanaf 65 euro) kwamen daarvoor in de plaats. Taxi’s schakelden over op gas. Iedere dag worden nieuwe parken – nieuwe longen – geopend. Het netwerk van elf metrolijnen kan concurreren met de metro’s van Tokio, Seoul, New York en Washington: snel, schoon en spotgoedkoop. Eigenlijk heeft niemand in het centrum nog een auto nodig.

„Shanghai is zwart en groen tegelijk, net zoals China arm en rijk genoemd kan worden. We hebben hier in Shanghai nieuwe, schone, energiearme kantoren neergezet, we proberen het autoverkeer in te dammen. Maar tegelijkertijd is het aantal kolengestookte elektriciteitscentrales uitgebreid naar zestien en wordt het wegennet steeds groter. Zwart en groen, we kunnen niet kiezen.”

De stad, in de zomer een van China’s ovens, vreet elektriciteit. Twintig jaar geleden was het na zeven uur ’s avonds donker in de straten en de huizen, fabrieken waren alleen overdag in bedrijf, restaurants gingen vroeg dicht. Anno 2011 oogt de stad na zonsondergang als New York en de 24-uurseconomie slaapt alleen in de nacht van het Chinese nieuwjaarsfeest – en ook dan zelfs met een oog open. Het geruis en gerammel van fietswielen en plafondventilators in Shanghai heeft snel plaatsgemaakt voor het gereutel en gedrup van airco’s die als puisten aan de buitenmuren hangen.

Ondanks de uitbreiding van het aantal kolengestookte centrales hebben iedere juli- en augustusdag tussen de 15.000 en 20.000 bedrijven, productiefabrieken, winkelcentra en kantoren last van stroomonderbrekingen.

Als de groene-energieplannen van het stadsbestuur werkelijkheid zouden worden, zou in eenderde van de Shanghaise behoefte aan elektriciteit voorzien kunnen worden. Niet voldoende om de vraag bij te benen en daarom breidt de stad het arsenaal aan kolengestookte centrales verder uit. Het verschil met een jaar of tien geleden is dat de centrales nieuwer, efficiënter en minder vervuilend zijn.

Als ook het plan doorgaat om in Shanghai duizend oplaadstations voor elektrische auto’s neer te zetten en zo vaart gemaakt wordt met de komst van elektrische auto’s, verdwijnt die grijze sluier misschien. Dat is niet alleen in het belang van de huidige maar vooral ook de toekomstige stadsbewoners. 350 miljoen Chinezen verruilen de komende twintig jaar het platteland voor de steden, Shanghai aan de monding van de Yangtze-rivier voorop.

„As Shanghai goes, so goes China and so goes the world” constateerde de Amerikaanse econoom Jeffrey Sachs onlangs in een van de talrijke groenetechnologiefora in het nieuwe Shanghaise Conventie Centrum, de Mercedes-Benz-Arena of een andere hypermoderne locatie.

Altijd gaat het om door internationaal befaamde architecten ontworpen locaties met zonnepanelen, warmteabsorberende ramen, al dan niet voorzien van geothermale pompen en afvalwaterrecyclage. En ook altijd is die locatie bereikbaar met de metro. En met een brede, pas geasfalteerde vierbaanswegen, soms meer dan een.

Professor Zhao heeft het zien gebeuren: „Het gaat in China vaak veel chaotischer dan men zou denken. Er wordt veel geconfereerd, maar nog meer gebouwd en geasfalteerd. De autogeest is uit de fles. Ik denk niet dat de Communistische Partij van China nog in staat is, als zij dat zou willen, Chinezen in kleine elektrische auto’s te krijgen. We zijn nog maar kort geleden massaal van de fiets gestapt. Wie denkt of hoopt dat wij weer gaan fietsen, onderschat de passie voor grote auto’s en begrijpt niet dat een kleine, elektrische auto voor een Shanghaise man nooit een statussymbool kan zijn.”