Kans op een ramp is groter dan we graag denken

Kerncentrales zijn niet zo veilig als gesuggereerd.

De theoretische kans van één ongeval per 100.000 jaar valt niet te rijmen met drie echte ongelukken in 40 jaar.

Rotterdam. - Eigenlijk is het niet eerlijk: met terugwerkende kracht een kans uitrekenen. „Neem de Staatsloterij”, zegt John Einmahl, hoogleraar statistiek in Tilburg. „Ik zou je niet adviseren om daarin een lot te kopen, want de kans op de hoofdprijs is miniem. Maar als meneer Zwart een winnend lot heeft gekocht en ik moet achteraf zijn kans op winst uitrekenen, ja, dan was zíjn kans natuurlijk 1.” Op zo’n berekening achteraf kun je géén algemeen geldende adviezen baseren. Maar achteraf doen alsof je vooraf een kans uitrekent, dat kan wel inzichtelijk zijn, zegt Einmahl.

De vraag was deze. Volgens een rapport uit 2010 van het Internationaal atoomenergieagentschap IAEA zijn er wereldwijd 441 kernreactoren. Ze staan in 29 landen. Ruwweg driekwart ervan is meer dan 20 jaar oud, een kwart zelfs meer dan 30 jaar. Hoe betrouwbaar zijn ze? In discussies wordt vaak gesteld dat de defense in depth, de keten van veiligheidssystemen, de kans op een ongeval in zo’n reactor beperkt tot eens in de 100.000 jaar. Stel dat dat klopt. Hoe groot is dan de kans op drie ongevallen (Three Miles Island (1979), Tsjernobyl (1986) en Fukushima (2011) in 40 jaar?

„Leuke vraag”, vindt Peter Grunwald, hoogleraar statistiek in Leiden en verbonden aan het Centrum Wiskunde en Informatica in Amsterdam. Hij is, met de eerder genoemde kanttekeningen erbij, ook niet moeilijk te beantwoorden. Je kunt zeggen dat een reactor het begeeft (ja) of niet (nee) – en dan kun je er gewoon de binomiale kansrekening op loslaten van de middelbare school. Voor het gemak zet Grunwald het aantal reactoren op 500. Hoe groot dan de kans is op 3 ongevallen in 40 jaar? „1 op 1.000”, mailt hij. En ja, dat is klein.

„Met die berekening ben ik het eens”, zegt Einmahl uit Tilburg. „Maar wat zegt het? De echte vraag is natuurlijk: zijn kernreactoren wel zo veilig als wordt gesuggereerd?”

Het antwoord daarop is: nee, zeer waarschijnlijk niet. Waren ze dat wel dan hadden we naar alle waarschijnlijkheid niet drie ongelukken meegemaakt. De kans op twee of minder ongelukken in 40 jaar is zo immers 999 op de 1.000, ofwel 99,9 procent.

Het verbaast Einmahl niet. De kans op extreem zeldzame gebeurtenissen uitrekenen is lastig en leidt vaker tot tot stevige understatements. „Kijk naar de bankwereld met het hele systeem van ratings. De kans dat een triple-A-bank omvalt, zou in dat systeem 1 op de 10.000.000 zijn – nagenoeg onmogelijk. Toch hebben we heel wat banken zien omvallen.”

Tegelijk waarschuwt Einmahl dat hij de achterliggende risicoanalyses voor kernreactoren niet kent. Hij kan er hooguit, zoals nu, uit de losse pols vraagtekens bij zetten. „In zo’n risicoanalyse stel je bijvoorbeeld vast hoe groot de kans is dat onderdeel A stukgaat, terwijl onderdeel B óók in de problemen komt. Als die twee zaken los van elkaar staan vermenigvuldig je deze kansen.” En omdat een klein getal maal een klein getal een nóg kleiner getal oplevert, is de kans op problemen met A en B tegelijk in het algemeen erg klein.

Concreter: je zou A de kans op problemen met de stroomvoorziening noemen en B de kans op pech met de reservestroom. Einmahl: „Maar zijn die kansen echt onafhankelijk? Of kan er een keten van problemen ontstaan?” Op zulke punten kunnen risicoberekeningen de mist in gaan.

Ook lastig in rekening te brengen: de rampspoed van buiten. Een kernreactor kan nog zo veilig zijn, maar daar heb je weinig aan als je onderschat welke kans hij loopt om verwoest te worden bij een vulkaanuitbarsting – om maar wat te noemen. Door de grotere kans op aardbevingen en tsunami’s lopen Japanse centrales veel meer risico op een ongeluk.

Meer zaken kunnen het risico op ongevallen vergroten. In Nature waarschuwde Laurent Stricker, die als voorzitter van de WANO (World Association of Nuclear Operators) de nucleaire industrie vertegenwoordigt, voor te veel vertrouwen in de techniek. Dat kan ertoe leiden dat (nood)procedures niet meer kritisch doordacht en nageleefd worden.

Ook een gebrekkige veiligheidscultuur brengt extra risico’s mee. Het speelde een rol bij het ongeluk in Tsjernobyl en intussen worden ook vraagtekens gezet bij de veiligheidscultuur van TEPCO, de beheerder van de kerncentrale in Fukushima.

Nog iets: de leeftijd van reactoren. De kans op een ongeval is groter in een net opgeleverde reactor, die technici nog niet door en door doorgrond hebben. Three Mile Island bijvoorbeeld was pas kort in bedrijf. Een hele oude reactor kan weer last krijgen van ouderdomskwalen.

Hoe ernstig een kernongeluk uitpakt hangt ten slotte ook af van het aantal mensen dat erdoor getroffen wordt. Nature maakte een kaart met het aantal omwonenden van kerncentrales. De KANUPP-reactor in het Pakistaanse Karachi staat aan top: binnen een straal van 30 kilometer (zo groot als de evacuatiezone rond Fukushima) wonen er 8,2 miljoen mensen. De reactor is klein (125 Megawatt), maar toch: hoe zijn zoveel mensen te verplaatsen als er iets misgaat?

En hoe moet dat bijvoorbeeld bij de grote Kuosheng-centrale (1.933 Megawatt) in Taiwan, met 5,5 miljoen mensen in de 30-kilometerzone? Wordt de straal verruimd naar 75 kilometer dan hebben zelfs 152 van de 221 centrales (er kunnen meerdere reactoren bij één centrale staan) meer dan een miljoen omwonenden.