Jonge vrouw moet leger en India trotseren

Een jonge zakenvrouw is het nieuwe gezicht van de Pakistaanse diplomatie. Net nu de relatie met de VS verslechtert, en nieuw overleg begint met aartsrivaal India.

US Secretary of State Hillary Clinton (L) smiles as she meets with Pakistan's Foreign Minister Hina Rabbani Khar on the sidelines of the Association of Southeast Asian Nations (ASEAN) regional forum in Nusa Dua on Indonesia's resort island of Bali on July 23, 2011. US Secretary of State Hillary Clinton issued a warning on July 23 over tensions in the South China Sea while cautiously welcoming progress in efforts to restart North Korean nuclear talks. AFP PHOTO / POOL / Saul LOEB AFP

Morgen maakt India kennis met Hina Rabbani Khar, de vorige week beëdigde minister van Buitenlandse Zaken van buurland Pakistan. Khar (34), die als onderminister feitelijk al sinds begin dit jaar het ministerie leidde, is de jongste minister met die portefeuille ooit in Pakistan. Bovendien is ze de eerste vrouw op die post, in een door mannen gedomineerde cultuur.

Met Khar als diplomatiek boegbeeld zal het beeld van Pakistan op het internationale podium verbeteren, begroette de Pakistaanse president Asif Zardari haar benoeming.

Vandaag zal blijken of India ook gecharmeerd is. De ontmoeting in Delhi met haar Indiase ambtgenoot S. M. Krishna (79) past in de toenadering die India en Pakistan voorzichtig zoeken, nadat Pakistaanse terroristen eind 2008 een bloedbad in Mumbai aanrichtten.

Khar en Krishna zullen praten over versoepeling van het grensverkeer en over busverbindingen tussen Srinagar en Muzaffarabad, de hoofdsteden van respectievelijk het Indiase en het Pakistaanse deel van Kashmir. India zal tientallen gevangengenomen Pakistaanse vissers vrij laten. Zulke stappen moeten bijdragen aan de opbouw van vertrouwen.

Maar niemand rekent op echte doorbraken. Daarvoor is het onderlinge wantrouwen en de haat (nog) te groot. Minister Krishna zal ongetwijfeld weer de eis op tafel leggen dat Pakistan de verantwoordelijken voor het bloedbad in Mumbai gaat vervolgen. Khar op haar beurt heeft te kennen gegeven in New Delhi ook met onafhankelijkheidsleiders uit Indiaas Kashmir te willen spreken.

Eigenlijk is Khar, getrouwd, moeder van twee kinderen, een zakenvrouw. Ze studeerde in Lahore en in de Verenigde Staten hotelmanagement aan de Universiteit van Massachusetts. Ze is mede-eigenaar van de Polo Lounge, een populair restaurant op de Lahore Polo Grounds, een plek waar de meeste Pakistanen doorgaans niet komen. Net als Benazir Bhutto, de eerste vrouwelijke premier van Pakistan die eind 2007 werd vermoord, heeft ze haar politieke carrière te danken aan haar vader. Net als Bhutto komt zij uit een geslacht van sociaal machtige en politiek invloedrijke grootgrondbezitters, in haar geval uit de buurt van Multan, in het zuiden van de provincie Punjab.

Om ‘echte democratie’ te vestigen, zoals hij het noemde, hield militair leider Pervez Musharraf eind 2002 verkiezingen. Alleen kandidaten met een universitaire graad mochten deelnemen. Dus schoof landheer Malik Ghulam Noor Rabbani Khar zijn dochter naar voren.

Ze werd verkozen namens de PML-Q, destijds de ‘King’s Party’ van Musharraf. Zes jaar later, in februari 2008 toen Musharrafs positie onhoudbaar was geworden, werd Hina Rabbani Khar opnieuw verkozen, nu namens de PPP, de Pakistaanse volkspartij van Zardari, echtgenoot van de twee maanden daarvoor vermoorde Benazir Bhutto.

Sommigen spreken over politiek opportunisme, anderen over een begrijpelijke overlevingsstrategie voor de heersende klasse in Pakistan. Voor Rabbani Khar geldt in ieder geval dat het politieke avontuur haar geen windeieren heeft opgeleverd. In 2002 werd ze onderminister van Economische Zaken. Ze behield die portefeuille toen in 2008 de PPP-regering van premier Gilani en president Zardari aantrad. In de zomer van 2009 was ze de eerste vrouw die de Pakistaanse begroting in het parlement presenteerde.

Khar heeft nooit een geheim gemaakt van haar ambitie minister van Financiën of van Economie te worden. Het gaat maar om een tijdelijke aanstelling, liet ze doorschemeren toen ze afgelopen februari onverwachts werd benoemd tot onderminister van Buitenlandse Zaken. Nu ze promotie heeft gemaakt, staat ze plotseling in de frontlinie.

Dit jaar zijn de relaties met de VS, formeel nog steeds bondgenoot in de strijd tegen terrorisme, in snel tempo verslechterd. Eerst was er ruzie over de aanwezigheid van CIA-agenten in het grensgebied met Afghanistan en over de schietpartij van CIA-agent Raymond Davis in Lahore. De Amerikaanse uitschakeling van Osama bin Laden in de garnizoensstad Abbottabad heeft Pakistan vernederd. En recentelijk kondigde Washington een drastische vermindering van de financiële steun aan het Pakistaanse leger aan.

Bij dit alles moet de democratisch gekozen regering in Islamabad spitsroeden lopen. Uiteindelijk bepalen de strijdkrachten het buitenlandse beleid van Pakistan.

Khar verkeert dus in een delicate positie. Volgens analisten had de PPP deze belangrijke benoeming niet kunnen doen zonder de instemming van het leger.

Afgelopen weekeinde tijdens een top van Zuidoost-Aziatische landen (Asean) op Bali, toonde Khar haar diplomatieke stijl. Pakistan en de VS mogen dan meningsverschillen hebben, zij delen hun strategische belangen, zei ze na afloop van een gesprek met haar Amerikaanse ambtgenoot Hillary Clinton.

Terug in Lahore zei ze dat Pakistan vrede wil in de regio, maar dat het geen Indiase hegemonie zal aanvaarden. Dat was een reactie op een recente uitspraak van minister Clinton dat India een grotere regionale rol moet gaan spelen. „Pakistan is een strategisch belangrijk land en niemand, de VS, China of zelfs India, wil zijn rol kleineren. We moeten dus positief blijven”, zei Khar.