Hadzic zwijgt voor hof over schuldvraag

De van oorlogsmisdaden verdachte Servische Kroaat Goran Hadzic weigerde gisteren, bij zijn eerste voorgeleiding bij het Joegoslaviëtribunaal, te zeggen of hij zich schuldig of onschuldig acht aan de veertien aanklachten tegen hem. Hadzic is woensdag in Servië gearresteerd en vrijdag aan het tribunaal in Den Haag uitgeleverd.

Hadzic (52) was president van de in 1991 eenzijdig uitgeroepen ‘republiek Krajina’ in Kroatië, die aansluiting zocht bij Servië. Hij wordt beschuldigd van moord, marteling, etnische zuiveringen en plundering tijdens de Kroatische oorlog (1991-1995). Hij zou onder meer verantwoordelijk zijn voor de moord op 264 patiënten uit een zieken huis in de stad Vukovar.

Gisteren zag Hadzic er vermoeid uit, toen hij met vier bewakers in de rechtszaal verscheen. De advocaat die hem is toegewezen, Vladimir Petrovic, verklaarde dat Hadzic nog geen antwoord zou geven op de vraag: schuldig of onschuldig? Volgens de statuten van het VN-hof krijgt een verdachte dertig dagen de tijd om deze vraag te beantwoorden. Rechter O-Gon Kwo zei vervolgens dat op een nog te bepalen datum een nieuwe voorgeleiding zal plaatsvinden.

Na afloop van de zitting, die nog geen kwartier duurde, zei advocaat Petrovic dat zijn cliënt vóór hij iets zegt eerst zelf zijn team van advocaten wil samenstellen. Hoewel het tribunaal hem in 2004 al in staat van beschuldiging had gesteld, is nu volgens Petrovic sprake van „een vrijwel nieuwe aanklacht”. „Hadzic had niet meer dan 48 uur om die te lezen.”

Hadzic is zeven jaar voortvluchtig geweest, en toen eind mei generaal Ratko Mladic gearresteerd werd was Hadzic de laatste aangeklaagde die het tribunaal nog zocht. (Reuters, AP)