FNV Bondgenoten: voor al uw casinopensioenen

PME is de DSB van de Nederlandse pensioenwereld. De DSB Bank sneefde oktober 2009 toen eigen falen een uittocht van spaarders en vertrouwensverlies onder hypotheekklanten forceerde. Oprichter en grootaandeelhouder Dirk Scheringa was (en bleef) woest. Hij vindt dat de toezichthoudende Nederlandsche Bank het kleed onder zijn bank heeft weggetrokken en wil via de rechter de onderste steen boven.

Ook PME, het pensioenfonds van de metalektro bedrijfstak, goed voor ruim 23 miljard euro beleggingen, staat bij de rechter. Ook PME denkt dat haar onrecht is aangedaan door De Nederlandsche Bank. PME lijdt onder de gevolgen van de kredietcrisis, de rentedaling en eigen falen. Het fonds staat er van de vijf grootste bedrijfstakfondsen (ABP, Zorg & Welzijn, Metaal & Techniek en bouwnijverheid) het belabberdst voor.

In 2008 verloor het pensioenfonds 860 miljoen euro meer dan nodig was gezien haar eigen beleggingsplan, in 2009 nog eens 533 miljoen, maar vorig jaar verdiende PME 352 miljoen meer dan mocht worden verwacht. De situatie is dramatischer dan het verlies van enkele honderden miljoenen dat hoogleraar Sweder van Wijnbergen en econoom Paul Tang vorige maand becijferden in een rapport over Nederland renteniersland.

Tang en Van Wijnbergen onderschatten de verliezen, maar overschatten de vrijheid van handelen die het PME-bestuur begin 2009 had. Een kwart van het vermogen dat minimaal beschikbaar moet zijn, was al verloren. Meer dreigde. Pompen of verzuipen. Financiële risico’s afkappen of niks doen en nog dieper vallen. Het tweede zou reden zijn voor ontslag. PME deed het eerste. Ruim een half jaar later kreeg PME een formele aanwijzing van De Nederlandsche Bank om haar beleggingsbeleid en de uitvoering daarvan te verbeteren. Aanwijzingen zijn ongebruikelijk. Toch meldde het PME-bestuur dat pas weer een half jaar later, in haar jaarverslag 2009. Het bestuur bestaat voor de helft uit werkgevers in de sector en voor de helft uit vertegenwoordigers van de vakbonden, waaronder FNV Bondgenoten. Met de aanwijzing werd PME ook onder verscherpt toezicht van De Nederlandsche Bank geplaatst, maar dat bleek pas onlangs, uit het volgende jaarverslag. De ‘openheid’ is plichtmatig en doet de belanghebbende werknemers (480.000) en gepensioneerden 148.500) geen recht.

PME moet tegenover elke euro toegezegd pensioen bijna 1,05 euro beleggingen hebben. Eind juni was het maar 98 cent. En zo gaat het al bijna drie jaar op rij. Is dit het ‘casinopensioen’ waar FNV Bondgenoten al weken tegen ageert ? Het ‘casinopensioen’ dat door het pensioenakkoord van vakbeweging, werkgevers en kabinet de nieuwe realiteit wordt? Daarvoor is geen pensioenakkoord nodig. ‘Casinopensioen’ bestaat al en Bondgenoten zit er bovenop.

Gezien haar financiële positie is PME failliet. Dus: waarom grijpt De Nederlandsche Bank hier niet in, zoals zij wel bij DSB deed?

Een pensioenfonds kán niet failliet: in nood bevriest het de pensioenen, desnoods jaren aaneen, zoals PME, of het verlaagt de uitkeringen. Wat zou er gebeuren als een bank zou zeggen: pech, spaarder, we zitten krap, we betalen een paar jaar geen rente? Pensioenfondsen boffen maar dat ‘hun’ pensioenwet zoveel ruimte biedt en dat zij een ijzersterke (VNO-NCW én vakbonden) politieke lobby hebben. Toch klagen zij graag en veel over De Nederlandsche Bank en er stappen nu meer fondsen naar de rechter, lijkt het wel.

Je moet maar durven. In dit geval ligt een eis van de toezichthouder om PME onder curatele te stellen meer voor de hand.

Menno Tamminga