Flexibiliteit is de maat der dingen

Het aantal zzp’ers en werknemers met een flexibel arbeidscontract groeit snel. Een deel kiest voor dit autonome leven, anderen worden gdwongen door bedrijven die beter willen kunnen inspelen op de markt. Het leidt tot een samenleving met meer onzekerheden, meer risico’s en meer sociale ongelijkheid.

‘Als je ontslag neemt, kun je voor ons blijven werken.’ Dat kreeg de Limburger Rob Vriens, vakman in de bouw, op een dag van zijn baas te horen. Vriens (46) voelde niets voor vertrek. Hij werkte al twintig jaar met plezier bij het bedrijf AST Interieursystemen in Tegelen. Maar de duimschroeven werden aangedraaid.

Het bedrijf wilde de helft van de 18 medewerkers kwijt. Als ze niet vrijwillig verhuisden naar de payroll van het uitzendbureau dat AST in de arm heeft genomen, moesten ze maar voor zichzelf beginnen. Als kleine ondernemer, zelfstandige zonder personeel (zzp). Een slinkse manier om het ontslagrecht te omzeilen als economische tegenwind opsteekt.

Dus waagde Vriens de sprong naar de nieuwe tijd en voegde hij zich als zzp’er bij het legioen ‘flexwerkers’. Tegen wil en dank. Liever had hij de zekerheid van een vaste baan dan de onzekere vrijheid die met het leven van de flexwerker gepaard gaat.

De groep flexwerkers groeit snel. Ook het aantal zzp’ers is verder gestegen, tot 722.000 dit voorjaar. Ze vormen een bonte verzameling, die met elkaar gemeen hebben dat ze geen vaste arbeidsovereenkomst bezitten, maar een of andere vorm van een flexibel arbeidscontract.

Een deel, doorgaans de beter opgeleiden, kiest vrijwillig voor deze manier van werken. Hen lokt de autonomie van de ‘vrije en mondige’ mens, als voorbeeld van modern leven. Anderen, zoals Rob Vriens, worden om bedrijfseconomische redenen gedwongen de zekerheden van de vaste baan vaarwel te zeggen.

„Schijnzekerheden”, zei ABN Amro-bankier Han Mesters onlangs. De wereld wordt steeds onvoorspelbaarder; ook de ‘vaste’ baan staat onder druk. Een zzp’er die werkt op verschillende projecten heeft eigenlijk een hogere marktwaarde dan iemand in vaste dienst, meent hij. Mesters doelt dan op de minderheid van beter opgeleide zelfstandigen die meer verdienen dan een modaal inkomen. Zestig procent van de zzp’ers, ook wel ‘zwoegers zonder personeel’ genoemd, verdient minder dan 20.000 euro per jaar.

Door de globalisering zal de trend naar flexibilisering verder doorzetten, verwachten ondernemers en arbeidsmarktspecialisten. De verschuiving van het economische zwaartepunt naar het oosten gaat gepaard met een verhevigde concurrentie van sterk groeiende economieën. Het tempo wordt verder opgejaagd. De levenscyclus van producten wordt korter, net als de pieken en dalen in productieprocessen.

„Wat wij nu hier doen kunnen anderen in Azië straks ook”, zei Nout Wellink eind juni bij zijn afscheid als president van De Nederlandsche Bank. Er zullen volgens hem vaker recessies zijn en onverwachte tegenslagen, ook op de arbeidsmarkt.

Willen Nederlandse bedrijven blijven meespelen en hun toppositie in bepaalde markten behouden, dan moeten ze nog sneller zijn en nog flexibeler. Hun werknemers moeten dat ook. Ze zullen vaker van baan en beroep moeten wisselen. Jongeren moeten vaker een nieuw vak leren. Jonge professionals die dit jaar afstuderen zullen gemiddeld elf verschillende werkgevers hebben gehad als ze met pensioen gaan.

De grootste economische inzinking in het naoorlogse Nederland, waarbij de economie in 2009 volgens de jongste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) met 3,5 procent kromp, werd grotendeels opgevangen door flexwerkers. Daardoor bleef de werkloosheid relatief laag. Bedrijven konden zich snel ontdoen van flexwerkers (‘flexibele schil’) en wisten zo de kern van vaste werknemers te behouden.

Tegelijkertijd kwam de tweedeling op de arbeidsmarkt scherp aan het licht. Want in de sociaal kwetsbare groep van flexwerkers en zzp’ers vielen de klappen. Ze werden werkloos, zagen hun inkomen achteruit gaan en teerden in op hun spaargeld. Toen de economie vorig jaar aantrok, kregen zij als eersten weer werk.

Heeft de flexwerker de toekomst en wordt de vaste baan verleden tijd? Wordt de arbeidsmarkt een draaideur waar werkers regelmatig in- en uitstappen met minder sociale zekerheden? Is de flexibilisering doorgeschoten, zoals voorzitter Agnes Jongerius van de vakcentrale FNV meent?

Nederland hoort in Europa tot de landen met het hoogste aandeel flexwerkers, blijkt uit cijfers van Eurostat, het Europese bureau voor de statistiek. Van alle Nederlandse werknemers (7,3 miljoen) heeft 18 procent een flexibel contract.

Vooral na de eeuwwisseling is deze groep sterk gegroeid, hebben het Centraal Planbureau en het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt van de Universiteit Maastricht becijferd. Alleen landen als Spanje (25 procent) en Portugal (22 procent) kennen meer flexwerkers, blijkt uit hun recente studie Labour Market Flexibility in the Netherlands.

De flexibilisering is sinds 2006 in een stroomversnelling terechtgekomen. Zeker als mensen met kleine banen en zzp’ers worden meegerekend, zegt Michiel Vergeer, de onlangs afgezwaaide hoofdeconoom van het CBS. „De opmars van de flexwerker op de arbeidsmarkt gaat door. Conjunctureel en structureel.’’

Een op de vier werkenden heeft inmiddels een flexibel arbeidscontract. Vergeer telt meer flexbanen in Nederland dan Eurostat: ruim twee miljoen. Hij somt op: het aantal zzp’ers stijgt verder. In 2001 waren het er 470.000; in het eerste kwartaal van dit jaar waren het er 722.000 geworden, 10 procent van de werkende beroepsbevolking.

Daarnaast werken zeker 500.000 flexwerkers via uitzend- en detacheringsbureaus. Ook zijn 137.000 Oost-Europeanen in Nederland actief op basis van flexibele contracten. Verder hebben 800.000 tot 900.000 mensen een kleine baan van minder dan 12 uur in de week. Dat varieert van postbezorgers tot deeltijders in de gezondheidszorg.

Randstad-topman Ben Noteboom zei bij de presentatie van de jongste cijfers te verwachten dat het aandeel flexibele arbeidskrachten structureel verder groeit. Dat ziet hij in de eigen uitzendbranche. Veel bedrijven willen de flexschil, die in de maakindustrie op gemiddeld 30 procent van het personeelsbestand wordt geschat, vergroten. Er zijn bedrijven die alleen nog flexwerkers hebben om zo efficiënt mogelijk mee te kunnen ademen met de markt.

Vlogen flexwerkers er tijdens de laatste recessie als eersten uit, tijdens het huidige herstel stromen ze in grote aantallen de bedrijven weer in. Bij de Veldhovense chipfabrikant ASML, maar ook bij DAF Trucks in Eindhoven is het nieuwe personeel niet aan te slepen. De vrachtwagenfabrikant moest tijdens het dieptepunt van de crisis 2.000 flexwerkers en tientallen vaste krachten kwijt. Intussen zijn er duizend nieuwe medewerkers bijgekomen en is het speuren naar nieuwe vakkrachten.

Ondanks deze trend hebben de meeste werkenden nog altijd een vaste baan, zegt de Tilburgse arbeidseconoom Ronald Dekker. „In de periode tussen 1996 en 2009 is het aandeel werknemers met een vast arbeidscontract vrijwel constant gebleven: tussen de 75 en 80 procent van het totaal. Tien procent is zzp’er en ongeveer tien procent heeft een flexibel contract”, zegt Dekker, verbonden aan het bureau ReflecT van de Universiteit van Tilburg, dat onderzoek verricht naar flexibiliteit en sociale zekerheid op de arbeidsmarkt.

De forse groei van flexwerk is niet ten koste gegaan van het aandeel vaste banen. Volgens Dekker is flexwerk vooral gestegen door de toename van nieuwe banen. Deze ontwikkeling gaat door. „Flexibiliteit is onmiskenbaar de maat der dingen”, zegt de Tilburgse arbeidseconoom. „Onder veel groepen beter opgeleiden – creatieven, IT-specialisten, handige vakmensen – is het ‘in’ om zelfstandig te zijn.” Daarnaast gaat outsourcing gepaard met flexibel werk. Om concurrerend te blijven trekken ondernemingen zich terug op hun kernactiviteiten en stoten taken af aan andere bedrijven en aan zzp’ers.

„Outsourcing blijft onverminderd de grote trend in het bedrijfsleven. Er lopen op de werkvloer meer mensen rond die niet dezelfde werkgever hebben”, zegt Dekker. Payrolling bijvoorbeeld, zoals AST Interieursystemen in Tegelen deed, wordt steeds populairder. Bedrijven besteden daarbij personeel uit aan een soort uitzendbureau (payrollbedrijf) en huren hetzelfde personeel goedkoper in zonder sociale lasten en tegen schralere arbeidsvoorwaarden. Ruim 140.000 werknemers zijn inmiddels in dienst van payrollbedrijven. Dat aantal zal naar verwachting stijgen naar 180.000 in 2012.

Flexibel werk zal voorlopig doorzetten, zegt ook de Rotterdamse socioloog en hoogleraar Godfried Engbersen. „Het past in de trend van individualisering waarbij mensen regisseur moeten zijn van hun eigen bestaan.” Engbersen ziet een samenleving ontstaan met meer onzekerheden, meer risico’s en meer sociale ongelijkheid. Toch is de flexibilisering niet allesoverheersend, zegt hij. De omvang moet niet overdreven worden.

Wel dienen sociale regelingen te worden aangepast, zodat ze ook in dienst staan van de flexibele mens, vindt Engbersen. „Het kan niet zo zijn dat alle sociale risico’s van werkloosheid of ziekte op de flexibele werkers worden afgewenteld.”

De Rotterdamse hoogleraar verwacht wel, anders dan Dekker, dat de vaste baan zal eroderen door flexwerk. Niet alleen in sectoren als de bouw, maar ook op de universiteit. Zo maakte uitgever Boom eerder deze maand bekend dat bij een reorganisatie tientallen vaste banen worden omgezet in freelance contracten.

Ook blijken in Nederland minder flexwerkers door te stromen naar een vaste baan dan in andere Europese landen, blijkt uit onderzoek van de Tilburgse arbeidseconomen Ton Wilthagen en Ruud Muffels, eveneens aan ReflecT verbonden. Sinds de economische crisis kreeg slechts 16 procent van de jongeren na een jaar een vast contract.

Toch ziet Engbersen, net als Dekker en Vergeer, grenzen aan flexwerk. „Goede bedrijven zijn gebaat bij loyale werknemers. Als er door de vergrijzing personeelstekorten ontstaan, zullen bedrijven geneigd zijn goede mensen vast te houden.”

Grote ondernemingen zoals Philips, Siemens of IBM lopen daar al op vooruit. Hun flexibele schil blijft beperkt tussen 16 tot 20 procent. „Voor ons is de flexibiliteit van werknemers ín het bedrijf zeker zo belangrijk”, zegt Ido Shikma, Benelux-directeur Human Resources van IBM in Amsterdam. „Tot voor kort was de war on talent erop gericht overal talent te rekruteren. Nu gaat het erom het talent in de onderneming te kweken, beter te managen en ervoor te zorgen dat deze werknemers flexibel inzetbaar zijn, in verschillende functies.”

De mobiliteit van oudere werknemers laat immers te wensen over. Tussen 2008 en 2009 wisselde slechts 4,4 procent van de werknemers tussen 45 en 65 jaar van baan, blijkt uit een onderzoek van CBS en TNO.

‘Wat is jouw vijf jarenplan?’, is de vraag die Shikma voorlegt aan de circa 7.500 medewerkers van IBM in de Benelux. Dat is voor veel mensen confronterend. Velen hebben daar niet over nagedacht en willen veilig aan hun functie vasthouden. Shikma: „Dit is noodzakelijk om oudere medewerkers, die langer zullen werken, vitaal te houden.”

Ron Vriens zou dat ook weer willen, een vaste baan. Na zijn ontslag werd hij zzp’er, als specialist in plafonds, wanden en timmerwerk. „Er was weinig animo”, zegt hij. Nu werkt hij via een uitzendbureau in de renovatie, in de stille hoop dat zijn baas hem wil houden.