'Faalangst of stress heb ik nooit gehad'

Ranomi Kromowidjojo wil op de Spelen in Londen volgende zomer goud op de 100 meter vrije slag. Deze week kan ze zich bij de WK in Shanghai al meten met de wereldtop.

Vraag haar niet naar haar zwemtijden. Die houdt ze niet bij, net zomin als de resultaten van haar concurrenten. Of de naam van die nieuwe, snelle Australische zwemster. Geen flauw idee. Websites uitpluizen om te onderzoeken hoe haar kansen liggen in de internationale zwemtop – het is niet aan Ranomi Kromowidjojo besteed. „Dat is jullie werk”, zegt ze dan tegen journalisten. Het is geen desinteresse. Ook geen gemakzucht. Eerder Groningse nuchterheid. Met een duidelijk doel voor ogen – de allerbeste worden – maar toch ontspannen. „Het maakt mij niet uit wat anderen doen. Ik onthoud al die tijden toch niet. Ik kan alleen maar zelf hard zwemmen.”

Ze is pas 20 jaar, maar wordt al jaren getipt als de nieuwe zwemkoningin – het grootste talent sinds Inge de Bruijn. Ze dankt die verwachtingen niet aan die vrolijke lach, dat lange haar of die exotische, Javaans-Surinaamse achternaam, die haar tot diep in de Indonesische archipel fans opleverde. Als 15-jarige haalde ze Europees estafettezilver. Als 16-jarige WK-brons. En als 17-jarige olympisch goud in Peking, met de Nederlandse estafetteploeg.

In Londen wil ze volgende zomer olympisch goud op haar eigen specialiteit, de 100 meter vrije slag, het koningsnummer van de Spelen. Vrijdag zal in Shanghai blijken hoe dicht ze haar grote droom is genaderd. „De estafette is leuk, maar het gaat natuurlijk om de individuele nummers. Zwemmen moet je in je eentje doen.”

Kromo is terug in het land waar ze in augustus 2008 olympisch estafettekampioen werd. „Daar sta ik niet echt bij stil”, zei ze voor vertrek naar Shanghai. „Ik had mooie momenten, maar veel blijft mij er niet van bij.”

Ze blikt liever vooruit. Het levert verrassende vergezichten op. Toen het Groningse plattelandsmeisje dertien was, vroeg ex-jeugdbondscoach Marcel Wouda haar op te schrijven welke tijden ze wilde gaan zwemmen. Ze noteerde in 2008 olympisch kampioen te willen worden. Waarop Wouda zei: „Ranomi, met twaalf uur trainen in de week word je geen olympisch kampioen.”

Door de eindtijd die ze had voorspeld in 2008 te zullen zwemmen, kon in 2005 al een streep. En ze werd wél olympisch kampioen.

„Ranomi is het grootste talent van de wereld”, zei de Duitse zwemster Britta Steffen vorig jaar. Steffen, die twee gouden medailles won in Peking, bewondert vooral haar volwassenheid. „Zij wordt de grote vrouw op de 100 vrij, zegt mijn gevoel.”

Waar ze zich in relatieve rust met de estafetteploeg kon ontwikkelingen, op weg naar de wereldtop, zijn nu alle ogen op de nieuwe kopvrouw gericht. De vorige WK, in Rome 2009, zwom ze „eigenlijk alleen mee in de estafette”. De individuele nummers (50 en 100 vrij) zwom ze „een beetje voor spek en bonen”.

Twee jaar later is ze ’s werelds snelste zwemster over 50 meter. En ze merkt – op straat, op Twitter – dat „het volk” prestaties verwacht. „Maar die druk komt niet van de ene op de andere dag, je rolt er vanzelf in. Het moet geen negatieve druk worden. Maar faalangst of stress heb ik nooit gehad.”

Die rust kenmerkt grote sporters, zeggen coaches. Haar jeugdtrainster in Groningen, Jeanet Mulder, noemt Kromowidjojo „hoogbegaafd” als sportvrouw. Zelfverzekerd, niet arrogant. Gefocust, nooit bezeten. Een gezonde intuïtie voor balans in de hectische wereld om haar heen. Mijdt het zwembad in de vakantie, zegt niet krampachtig ‘nee’ tegen lekker eten.

Toen de internationale zwemwereld zich in 2009 bij de WK in Rome verloor in een chaotische badpakkenwedloop koos Kromowidjojo – 18 jaar oud – liever voor rust, voor haar oude, vertrouwde pak. Het duurde haar te lang, dat gesjor aan die kwetsbare, glibberige glimpakken. En ze haalde nóg de finale.

Een vergelijkbare bravoure zag haar huidige coach Jacco Verhaeren bij Pieter van den Hoogenband. Ondanks hun jarenlange samenwerking verraste hij Verhaeren telkens in belangrijke races. Trainingen gaven een indicatie van wat mogelijk was, de echte winnaar staat in de wedstrijd op. Verhaeren: „Ranomi zwemt op de training niet dichtbij het wereldrecord. Daar heeft ze een wedstrijd voor nodig. Je kunt trainen wat je wilt, maar dat laatste stukje moet je echt zelf doen.”

November 2010. Ze was amper hersteld van een hersenvliesontsteking, eerder in het jaar opgelopen tijdens een trainingskamp op Tenerife. Aanvankelijk was het kamp-Kromowidjojo vooral blij dat ze de gevaarlijke ziekte had overleefd. Des te spectaculairder was haar terugkeer in het water, een paar maanden later. In haar eigen bad in Eindhoven won ze haar eerste individuele Europese titel, op de kortebaan (25 meter). Een maand later werd ze voor het eerst wereldkampioen, op de kortebaan.

De kortebaansuccessen waren „een opsteker”, zegt Verhaeren. „Maar niet meer dan dat. Spanning zal er zeker komen, en die zal nieuw zijn voor haar. Maar ik heb nooit iets gezien van overmatige spanning. Ze is nuchter genoeg.”

De finale van de 100 meter vrije slag telt vrijdag acht zwemsters die ‘53-laag’ of nog sneller kunnen zwemmen. Zoals Francesca Halsall, haar Britse generatiegenoot van wie ze nog nooit won. Wereldrecordhoudster Steffen, of die Australische wier naam ze niet kent, Alicia Coutts. Haar grootste concurrent komt plotseling uit eigen kring, Golden Girl Femke Heemskerk, dit jaar verrassend de rapste ter wereld en afgelopen zondag uitblinkster tijdens de gouden estafetterace op de 4x100 vrij.

Fysiek is Kromowidjojo alle ongemakken weer te boven. „Ik ben heel belastbaar, heb geen blessures, ik ben niet ziek. Uiteindelijk ben ik er sterker uitgekomen, denk ik.” Gezondheid is geen vanzelfsprekendheid, ook niet bij een topsporter. Zoals Marcel Wouda eens zei: „Ranomi is een soort Arabisch volbloedpaard.” Kwetsbaar, maar met ongeëvenaarde kwaliteiten.

Vlak voor het vertrek naar Shanghai ging ze nog even langs de sportarts. Just in case. Even checken of alles in orde is. „Ik heb wel geleerd dat ik heel snel aan de bel moet trekken. Zodra ik ergens een beetje last van heb, ga ik direct naar een specialist. Liever één keer te veel.”