Een samenzwering, zegt 'Grote Alper'

De Turkse voetbalcompetitie is ruim een maand uitgesteld omwille van het onderzoek naar een omvangrijk omkoopschandaal. Met dertig man achter de tralies rijst de vraag: hoe politiek is de heksenjacht?

De sfeer in het hoofdkwartier van Fenerbahçe, het Fenerium, is allerhartelijkst. „Als je een Turk was geweest, had ik je nu op je bek geslagen”, zegt de man die net zijn zoveelste T-shirt in de clubkleuren geel en blauw heeft gekocht, voor de collectie thuis. Noem hem maar ‘Grote Alper’, zegt hij. Zo staat hij ook in het voetbalstadion bekend. Zijn vriendin, in dezelfde voetbalkleren, knikt. Zij noemt hem ook Grote Alper.

Grote Alper is de oprichter van de harde kern van de fans van Fenerbahçe, het voetbalbolwerk in het Aziatische deel van de miljoenenstad Istanbul. „Ik ben een hooligan”, zegt hij met gepaste trots. Hij liep voorop afgelopen donderdag toen de fans van de regerend landskampioen in de 67ste minuut het veld opstormden tijdens de vriendschappelijke wedstrijd tegen de Oekraïense club Shakthar Donetsk.

Journalisten en fotografen kregen die avond de meeste klappen. Omdat ze de club verraden hebben, weet Grote Alper. Hij liep ook voorop in de gewelddadige protesten twee weken geleden. Ook toen kregen journalisten klappen. „Er wordt tegen ons samengezworen.”

De harde kern van Fenerbahçe weet het zeker. Het onderzoek naar het omvangrijke omkoopschandaal in het Turkse voetbal gaat al lang niet meer over sport. Dit is een politieke strijd, die wordt uitgevochten rondom het voetbalveld.

Omwille van dat onderzoek werd de start van de Turkse voetbalcompetitie gisteren uitgesteld – tot 9 september. Omwille van dat onderzoek zitten nu dertig verdachten vast: spelers en bestuurders, van zeven verschillende clubs. Onder de namen van de verdachten zijn niet de minste: de trainer en vicevoorzitter van Besiktas, de voorzitter van Trabzonspor.

Maar de fans van Fenerbahçe voelen dat zij het voornaamste doelwit zijn, van pers en politiek. De overtuiging groeit dat met de arrestatie van clubvoorzitter Aziz Yildirim en andere bestuurders de regering van premier Erdogan de macht van de grootste voetbalclub van het land probeert te breken. Het bestuur van de club kwam dit weekend met een opvallend politieke verklaring waaruit dat wantrouwen blijkt:

„Fenerbahçe is een gemeenschap van 23 miljoen mensen die toegewijd zijn aan de grondwet van de Turkse republiek en aan de revoluties van [de oprichter Mustafa Kemal] Atatürk. Geen religieuze sekte zal tot onze club worden toegelaten.”

Die woorden zijn een verwijzing naar de geloofsgemeenschap die volgens velen nauw gelieerd is aan de conservatieve regering van zittend premier Erdogan. De beoogde opvolger van Aziz Yildirim zou Murat Ülker zijn. Ülker is niet alleen bestuursvoorzitter van de hoofdsponsor van de voetbalclub, maar ook een goede vriend van premier Erdogan en nauw betrokken bij de geloofsgemeenschap.

De fans van Fenerbahçe zijn trotse aanhangers van het gedachtegoed van Kemal Atatürk, grondlegger van de seculiere republiek. In het museum van de club wordt uitgebreid stilgestaan bij de steun van de club aan de Onafhankelijkheidsstrijd een eeuw geleden.

„Fenerbahçe is als een republiek, daarom proberen ze ons te verzwakken”, zegt Grote Alper. Tijdens de demonstraties riep hij: „Wij zijn de soldaten van Mustafa Kemal”. Vooraanstaande columnisten als Can Dündar schreven stellig dat de arrestatie van Aziz Yildirim een staatsgreep is: „De regering heeft nu de bal.”

Tot zijn arrestatie reikte de macht van Fenerbahçe-voorzitter Aziz Yildirm veel verder dan alleen het voetbal. Hij is ook bouwondernemer en wapenleverancier. Hij had jarenlang de exclusieve rechten om legerbases te bouwen voor de NAVO en de Turkse strijdkrachten.

In de afgelopen jaren ging een golf van arrestaties over Turkije, waar-van opvallend veel tegenstanders van de zittende regering het slachtofferwerden. Militairen, academici, journalisten en machtige zakenmannen. Maar niet iedereen is ervan overtuigd dat Aziz Yildirim het slachtoffer is van dit machtsspel.

„Yildirim stond juist erg dicht bij deze regering”, zegt journalist Ekrem Acekel, die het eerst publiceerde over het omkoopschandaal. Hij herinnert eraan dat premier Erdogan een gezworen supporter van Fenerbahçe is.

„Er wordt al heel lang gesproken in de wandelgangen en op straat over de strijd tussen het nieuwe en oude Turkije. Turkije gaat al vijf jaar door dit proces. Er wordt onderzoek gedaan naar criminele netwerken, illegale praktijken binnen het leger, drugshandel. Er is nu een beleid van zero tolerantie”, verklaart Ekrem Acekel.

De journalist wijst erop dat de arrestaties het gevolg zijn van een nieuwe wet, die begin dit jaar werd aangenomen door het parlement. Volgens die wet is het niet alleen verboden spelers van de tegenstanders om te kopen, maar ook om premies te betalen aan de tegenstander van je tegenstander. Die praktijk is in Spanje en ook in Nederland nog altijd toegestaan. „Ze doen nu wat de wet voorschrijft. Ze zijn bezig het voetbal te schonen. Om dat uit te leggen als een machtsspel, doet afbreuk aan de rechtsstaat.”

Die lezing lijkt te worden gevolgd door de aanhangers van Besiktas, samen met Fenerbahçe en Galatasaray een van de grote drie voetbalclubs van Turkije – alle drie komen ze uit de metropool Istanbul. Op voorstel van de fans leverde het bestuur van Besiktas vorige week de landstitel in, nadat de trainer en de vicevoorzitter van de club waren opgepakt op beschuldiging van omkoping.

Besiktas wil de voetbalbeker pas terug als de club van alle blaam is gezuiverd. „We weten niet wie er goed of fout is’’, zegt Alen Markaryan, de gespierde voorzitter van de fanclub van Besiktas. „We kunnen alleen de wet vertrouwen. Nu moeten we de uitslag van het onderzoek afwachten.”

Besiktas wacht af, zonder protest. En in de wetenschap dat deze club die dit seizoen op de vijfde plaats eindigde heel wat minder te verliezen heeft dan de Turkse kampioen Fenerbahçe.