Aangevallen en mishandeld, toch tot zondebok verklaard

Indonesische fundamentalisten beschouwen de Ahmadiyah als ketters. Knokploegen die hen belagen krijgen doorgaans lage straffen.

Het is alweer bijna een halfjaar geleden dat een razende meute moslimfundamentalisten met machetes bijna zijn rechterhand afhakte. Deden Sudjana (48) heeft nog steeds geen gevoel in drie vingers. Op zijn been heeft hij een litteken, op zijn hoofd kreeg hij vijf hechtingen. Maar hij leeft tenminste nog. Drie geloofsgenoten van de afwijkende islamitische stroming Ahmadiyah overleefden de lynchpartij niet.

Nu moet Deden een ander gevecht leveren. Hij vertelt zijn verhaal in de gevangenis van Serang, waar hij sinds twee maanden vastzit. Hij wordt ervan verdacht de moslimfundamentalisten te hebben geprovoceerd tot hun moordpartij en riskeert zes jaar cel. „Ik vind het raar: ik voel me een slachtoffer, maar ik word behandeld als een crimineel.”

De Ahmadiyah vormen een kleine minderheid binnen de islam. De aanhangers geloven dat er nog een profeet was na Mohammed: Mirza Ghullam Ahmad, geboren in India in 1835. Vandaar hun naam. Pakistan, Bangladesh, Maleisië en Indonesië (circa 200.000) tellen allemaal aanzienlijke groepen. Andere moslims beschouwen hen echter als ketters.

De Ahmadiyah-gemeenschap in het Indonesische dorp Cikeusik was begin februari gewaarschuwd dat een groep moslimfundamentalisten een aanval op haar organiseerde. Onder het mom van het verdedigen van de islam wilden zij deze ‘ongelovigen’ verjagen. De Ahmadiyah ontvluchtten hun huizen, maar Deden Sudjana en 16 andere Ahmadiyah reisden naar het dorp om hun bezittingen te beschermen. Zij werden aangevallen door 1.500 tot 2.000 mannen met scherpe bamboestokken en machetes.

Het werd een bloedbad: drie Ahmadiyah werden doodgeslagen. Op een video is te zien hoe de aanvallers op hun lichamen inslaan. Geschokt riepen de president en mensenrechtenactivisten op de schuldigen te straffen. „Als de Indonesische rechtbank deze zaak goed afhandelt, gaat het in de goede richting met het beschermen van religieuze minderheden in het land”, stelde de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch.

Vijf maanden later lijkt daar weinig van te komen. Twaalf mannen hebben voor de aanval terechtgestaan. Deze week zal naar verwachting vonnis worden gewezen. De aanklagers hebben straffen van vijf tot zeven maanden geëist: belachelijk laag, volgens Indonesische mensenrechtenactivisten. „Zulke lage straffen zullen hen niet afschrikken. Het is net alsof ze niet schuldig zijn”, zegt Andi Muttaqien van Elsam, een organisatie die het proces controleert op ongerijmdheden. Bovendien staat Deden Sudjana, een van de Ahmadiyah-slachtoffers, óók terecht. Muttaqien: „Het slaat nergens op dat de Ahmadiyah als eerste zouden hebben aangevallen. Ze waren met zeventien tegen 2.000!”

Daar denken de aanklagers in Serang anders over. In zijn kantoor vertelt Jan Maringka, hoofd van het plaatselijke kantoor van Officieren van Justitie, dat de Ahmadiyah in deze zaak de wortel van het probleem zijn. Zij waren tenslotte degenen die hun religie bleven verspreiden, tegen de regels in. De politie had ze al vaak gewaarschuwd hun buurtgenoten niet op stang te jagen. Zij lieten Deden en consorten naar Cikeusik komen en hadden zelfs een webcam „om het geheel te filmen en Indonesië een slechte naam te geven”. „De Ahmadiyah hebben dit gepland en uitgelokt. De drie man die zijn omgekomen, waren waarschijnlijk al bereid om martelaren te worden.”

Maringka zegt dat van geen enkele verdachte is bewezen dat hij daadwerkelijk iemand gedood heeft. En als de politie niet méér verdachten arresteert, wat kan hij dan doen? Verzachtende omstandigheden waren verder dat ze in actie zijn gekomen omdat buurtbewoners zich stoorden aan de aanwezigheid van de Ahmadiyah, dat enkele verdachten „charismatische en gerespecteerde figuren zijn in de gemeenschap” en dat enkele religieuze en politieke leiders om lage straffen hebben verzocht.

„Wat is gebeurd, is al gebeurd: nu kijken we naar de toekomst. Hoe houden we de regio hier veilig?”, zegt Maringka. Drie verdachten zijn islamitische geestelijken die de meute per sms hebben opgezweept om „de Ahmadiyah in Cikeusik weg te vagen”. Een veroordeling van moslimgeestelijken had makkelijk kunnen leiden tot nieuwe rellen, zegt hij. „Voor je het weet staan ze hier met geweld te demonstreren. Of steken ze mijn kantoor in brand.” Dat hij zelf christen is, kan extra olie op het vuur werpen, weet hij.

Het is een van de oorzaken dat verdachten van islamitische knokploegen meestal lage straffen krijgen, zegt Muttaqien van Elsam. De autoriteiten worden door hen geïntimideerd. „In Cikeusik had de politie eerst meer dan twintig verdachten gearresteerd. Maar toen kwamen meer dan duizend mensen demonstreren bij het politiebureau, en werden ze een voor een vrijgelaten.”

Bovendien zijn de aanklagers en rechters meestal moslim. „Ze moeten mensen verdedigen die ze zien als tegenstanders van hun religie.” Zo is op een internetfilmpje te zien hoe een vrouwelijke rechter met hoofddoek Deden Sudjana op denigrerende wijze ondervraagt over zijn godsdienst.

De gang van zaken bij het proces laat weer eens zien dat Indonesië zijn reputatie van een succesvolle nieuwe democratie niet verdient, zegt Andreas Harsono van Human Rights Watch. Want Cikeusik is slechts een van de vele voorbeelden waar het aanvallen van religieuze minderheden nauwelijks wordt bestraft (zie kader). En dat zorgt voor méér incidenten. „In het bijzonder onder president Susilo Bambang Yudhoyono, is het aantal sektarische aanvallen toegenomen.”

Deden Sudjana heeft zich al bij voorbaat neergelegd bij lage straffen voor zijn aanvallers. Zo werkt het nu eenmaal als de slachtoffers Ahmadiyah zijn. „Nu proberen mijn advocaten en ik ervoor te zorgen dat ik niet meer straf krijg dan zij.”

Maringka is heel tevreden met het verloop van het proces, want het lijkt erop dat de samenleving de strafeisen accepteert. Maakt het dan niet uit dat er niemand wordt gestraft voor de dood van drie Ahmadiyah? „Ach, in Indonesië gaan er zoveel mensen dood voor niks”, zegt hij. „Kijk naar die gevallen waarbij een veerpont zinkt en honderd mensen omkomen. Wie zou je daar dan voor moeten straffen? Het schip soms?”