Wel 190 hartslagen per minuut aan de finish

Naam: Joyce Seesing

Leeftijd: 21

Prestaties: Nederlands kampioen (2011), Europees kampioen junioren (2008), 19de op UCI wereldranglijst

Wat zijn je ambities voor de komende wereldkampioenschappen?

„Ik wil toch zeker bij de eerste acht eindigen. Met een plaats in de top-acht ben ik gekwalificeerd voor de Olympische Spelen. Ik heb wel gepiekt: ik heb de voorbije weken net iets minder intensief getraind, om fit en uitgerust te zijn voor de wedstrijden. Maar het is geen ramp als het hier niet lukt, ik heb nog zeven andere mogelijkheden om mij te plaatsen.”

Hoe ziet een gemiddelde trainingsdag eruit?

„In de voormiddag trainen we doorgaans van tien tot twaalf op de supercrossbaan in Papendal. Daar trainen we vooral op explosiviteit. In de namiddag oefenen we dan meer op kracht. Duurtraining doen we alleen in de winter. Dan doen we met de racefiets duurtrainingen van een uur of drie. We gaan ook vaak op stage naar Zuid-Afrika en de VS, omdat we hier in Nederland in de winter niet kunnen trainen. Een goede basisconditie opbouwen is zeer belangrijk.”

Hoe intensief is de inspanning van een BMX-race?

„Op zich zijn de races niet echt slopend. Het is kort maar zeer intensief: aan de finish haal je soms tot 190 hartslagen per minuut. Je inspanning duurt nooit langer dan een minuut, maar op de kampioenschappen heb je vaak wel zes races per dag. Als je conditioneel niet goed bent, kom je dus sowieso te kort in de finale.”

Valt BMX’en op topniveau te combineren met je studies?

„Tot nu toe valt dat goed mee. Ik combineer het sporten met mijn studies Rechten aan de Open Universiteit in Nijmegen. Ik mag zo lang over mijn studie doen als ik wil en ik kan mijn tentamens wel vrij plannen. Tot nu toe volg ik het normale studietempo. Ik maak alleen gebruik van de mogelijkheid om tentamens te verzetten, omdat ze niet altijd uitkomen met de wedstrijden.”

Hoe ben je eigenlijk met BMX begonnen?

„Ik ben er eigenlijk mee opgegroeid. Mijn oudere broer deed aan BMX toen hij jong was. Omdat ik altijd mee moest, ben ik er zelf maar mee begonnen. Mijn broer is ermee gestopt, maar ik ben ermee doorgegaan.”

Hoe bereid je je mentaal voor op een wedstrijd?

„Het is belangrijk dat je zelfverzekerd overkomt. De start is ontzettend belangrijk. Een race duurt een veertigtal seconden, je hebt geen tijd om een fout recht te zetten. De start is eigenlijk tachtig procent van de race. Ik heb ook een tijdje met een sportpsycholoog gewerkt. Die leert je dan omgaan met de spanning.”

Hoe gevaarlijk is BMX?

„Het is een extreme sport. Je neemt risico’s, en als je valt kan je je ernstig bezeren. Ik heb in mijn carrière al negen botbreuken opgelopen. Na een blessure heb ik het vaak even moeilijk de competitie te hervatten. Er zijn periodes dat ik aan de start sta en denk: gaat dit wel goed? Maar daarover kan je best niet te lang piekeren.”