Wanhoop

Ruim tien jaar geleden nam ik het vluchtelingeninterview af van een Oegandese asielzoeker. Ik werkte toen als rechtshulpverlener voor de VN vluchtelingenorganisatie, de UNHCR, in standplaats Lagos, Nigeria. De Oegandees zei naar Lagos te zijn gevlucht omdat hij, als vers bekeerde moslim, in Oeganda vreesde voor vervolging. Het was het jaar 2000. Het klopte dat in Oeganda gevallen waren van vervolging van moslims, maar het bekeringsverhaal van deze Oegandees wekte mijn twijfels. Ik kreeg de indruk dat hij deed alsof hij bekeerd was om zijn vervolgingsverhaal sterker te doen zijn. Ik vroeg hem meer over de islam te vertellen en mij het ritueel gebed voor te doen. Ik vertelde hem dat ik zelf moslim was en het gebed uitstekend kende. De Oegandees werd plots zeer onwel. Hij moest onder begeleiding worden afgevoerd en beloofde terug te keren.

Binnen enkele dagen zat hij weer voor me. Kerngezond. Dit keer was hij praatgraag over de islam en deed hij me het ritueel gebed voor in perfect Arabisch. Alle gebedshandelingen en de prosternaties deed hij eveneens perfect. Later in de procedure werd hij alsnog afgewezen omdat hij toch zou hebben gelogen. Hij had verzonnen dat hij moslim was omdat hij enkele Oegandese moslims kende die om hun geloof als vluchteling waren toegelaten door een ander UNHCR-kantoor. Hij wilde dat ook. Want de UNHCR bood waarop hij hoopte.

Ik heb tal van verzonnen verhalen aangehoord. Zo kwamen geregeld vrouwelijke asielzoekers bij ons aankloppen met een baby aan de borst. Later bleek vaak dat de baby niet van hen was, maar ‘geleend’ om hun kansen op erkenning als vluchteling te vergroten. Ik maakte mee dat een moeder in ons vluchtelingenkamp met haar vingers de vagina van haar zevenjarig kind openmaakte, om daarna te beweren dat haar dochter verkracht zou zijn, wetende dat verkrachte meisjes in het vluchtelingenkamp extra zorg en bescherming kregen. Ook was er in het kamp een toename van tienerzwangerschappen, want deze kwetsbare tienermeisjes kregen een groter voedsel- en medicijnpakketten van de UNHCR en extra weerbaarheidstrainingen.

Laatst werd mij gevraagd of ik het cynisme van Nederlanders kon begrijpen over hulp aan de Derde Wereld. Hoe veel en hoe vaak moeten Nederlanders de armen blijven geven nu steeds weer blijkt dat ze niet op eigen benen kunnen staan en afhankelijk blijven van internationale hulp? Nu steeds weer uitkomt dat door corruptie veel geld spoorloos verdwijnt, zoals het geval was in Haïti en bij de overstromingen in Pakistan afgelopen zomer?

Mijn antwoord was: „Nee, cynisme is niet de juiste reactie. Dit is wat mensen doen als ze wanhopig zijn en een kans zien om hun leven te beteren. U zou het ook doen.”

Naema Tahir