Voor de goede vrede: louter goed nieuws

NRC-vormgever Marike Knaapen was in Rwanda om de lay-out van een dagblad te verbeteren. Journalisten daar willen geen onrust stoken en plaatsen liever grote foto’s van de president in de krant.

Ik ben in Kigali, Rwanda, omdat ik twee weken lang de vormgevers van het Engelstalige dagblad The New Times ga trainen. De redactie bestaat hoofdzakelijk uit jonge mensen. De hoofdredacteur en de meeste journalisten zijn rond de dertig. Maar ik kom niet achter hun echte leeftijd. Hoe ouder je hier bent, hoe meer respect je krijgt. Dus lieg je over je leeftijd. Net als bij ons in Europa. Alleen, bij ons lieg je jezelf jonger en niet ouder.

De internationale pagina is hier vroeg klaar. Logisch, want de inhoud wordt gewoon van de BBC-website geknipt en vervolgens in The New Times geplakt. Inclusief de lage resolutiefoto’s. Een krant in Rwanda heeft geen geld voor correspondenten of voor een abonnement op een persagentschap. De BBC heeft goede stukken, en zo doen alle kranten het in Afrika.

Op dag drie werk ik samen met een vormgever aan de sportpagina. De hoofdfoto is die van een keeper uit het nationale team. Gemaakt door Timo, de fotograaf van The New Times. Dat stemt mij blij, want dat betekent een foto in hoge resolutie en dus van goede kwaliteit. Maar bij het openen van de foto blijkt de resolutie toch extreem laag te zijn. De vormgever en ik zien dat de foto van internet komt. Hoe kan dit? Ik ga naar Timo. Hij belt met de redacteur en het gesprek gaat over in de lokale taal, het Kinyarwanda. De vormgever roept boos iets over de zaal en de fotograaf en ik duiken het digitale fotoarchief in. We zoeken naar dezelfde foto, maar dan in hoge resolutie.

Bij het NRC-fotoarchief voer je een keyword in, in dit geval de naam van de keeper. Zo vind je binnen een seconde alle foto’s die je zoekt. Hier werkt het systeem van trefwoorden nauwelijks. Het programma dat je daarvoor nodig hebt vraagt veel werkgeheugen van de computer. Omdat de computer al vol grote bestanden staat wordt het zoekprogramma niet gebruikt. Dus is een foto niet terug te vinden in het systeem. En dus zoekt een eindredacteur met Google op internet naar de foto. Dat werkt namelijk binnen twee seconden: de foto heeft eerder op de website van de krant gestaan. En zo kon het gebeuren dat de foto toch een lage resolutie had.

Een probleem oplossen, betekent hier vaak dat er een groter probleem aan de oppervlakte komt. Dus accepteer je veel.

De volgende ochtend ga ik de krant kopen. De krantenverkopers die op de parkeerplaats rondhangen, zijn er niet. De supermarkt waar ik de krant steeds heb gekocht probeert me de krant van gisteren te verkopen. Bij het postkantoor ligt de krant ook niet. Ook op de redactie heeft niemand de krant nog gezien. „Ach, die zal wel niet gedrukt zijn”, zegt een van de redacteuren. „Dan komt-ie later. Misschien.” Wanneer – en zelfs of – de krant zal verschijnen is elke dag weer een verrassing.

Het uitstekend functioneren van het land en van president Kagame wordt groot uitgemeten in de krant. Op een dag plaatsen we een hele grote foto van de president. De volgende dag zie ik het opgeluchte gezicht van een van de vormgevers als de foto van Kagame goed gedrukt blijkt te zijn. Ik vraag niet verder, maar hoor in de wandelgangen dat werknemers van de president bellen als de foto van de president slecht is afgedrukt.

Bij The New Times wordt dagelijks de nadruk gelegd op het welvaren van Rwanda. De vrede is wankel en de herinnering aan de genocide vers: zeventien jaar geleden vermoordden de Hutu’s in enkele weken bijna een miljoen Tutsi’s. Dit land heeft geen baat bij onrust, zo zeggen de journalisten hier. Dus is persvrijheid ondergeschikt aan het ‘algemeen belang’.